Uit het danscorset

Een virtuoze kathakdanser die ’s werelds beroemdste ballerina regisseert: Akram Khan en Sylvie Guillem dansen samen de voorstelling Sacred Monsters op het Holland Festival.

Hij is klein, compact, donker, snel. Zij lang, rank, en lenig. Hij is een Brit van Bengaalse origine, zij een Française. Over hem wordt gezegd dat hij sneller kan bewegen dan god kan waarnemen, over haar wordt gesproken als een danseres hors concours, die haar benen even gemakkelijk naast haar oren katapulteert als wij met onze ogen knipperen. Wie het zijn? Kathakdanser en choreograaf Akram Khan en superballerina Sylvie Guillem.

Khan vertelt in het Sadler’s Wells theater in Londen dat hij „nog steeds met ongeloof kijkt naar haar dansende lichaam. Haar spieren zijn van staal en elastiek tegelijk. Ik voel me een stijve hark naast haar.”

Breng ze samen en je hebt twee virtuozen op het toneel. Maar dat was juist wat Khan in de voorstelling Sacred Monsters niet wilde: weer schitteren met ‘slechts’ een alles kunnend lichaam. „Bij onze ontmoeting dat onze samenwerking over onszelf zou moeten gaan. Over onze persoonlijkheden en ons leven in de dans.” Doordat ze elk in hun disciplines zulke fenomenen zijn, werd de uitdrukking ‘monstres sacrés’ snel gevonden; in de 19de eeuw werden in Frankrijk de met een hysterische sterrenstatus toebedeelde acteurs als Sarah Bernardt zo genoemd.

Guillem staat bekend als Mademoiselle Non, omdat ze voor een ballerina een onorthodoxe carrière kiest en zelfs nee zei tegen een contract met Rudolf Nureyev. Maar net als Khan kan ze op straat lopen zonder herkend te worden. De titel van de voorstelling slaat dan ook vooral op de worstelingen en zegeningen met even heilige als monsterlijke danstradities. Het loslaten van het keurslijf was, zo zegt Khan: „een spirituele ervaring. We hadden ons tot doel gesteld alle controle en veiligheid die de kathak en het ballet ons bieden, los te laten. We zouden wel zien wat er dan gebeurde.” Het resulteerde in een mengtaal van bewegingen en een op haar tweeënveertigste voor het eerst acterende en zelfs kort zingende Sylvie Guillem.

Beroemd worden ging

in het geval van Akram Khan snel: op zijn veertiende trad hij al op in de Mahabharata van regisseur Peter Brook. Van huis uit hindoe, werd hij op zevenjarige leeftijd door zijn moeder, zelf kathakdanseres, naar kathakles in Londen gestuurd om de vijf eeuwen oude Indiase danstraditie voor te zetten. „Ik had niet altijd zin om naar les te gaan, ik was eerder gefascineerd door Michael Jackson”, vertelt Khan, “maar mijn moeder was zo slim om me af en toe te chanteren met een bezoekje aan de McDonald’s.” De band met zijn ouders is nog steeds goed, sterker nog, tot een kleine twee jaar geleden woonde hij nog thuis. Recent is Khan getrouwd met de Zuid-Afrikaanse danseres Shanell Winlock en hebben ze een huis met een tuintje gekocht. In Wimbledon. „Deftig? Nee hoor, ik kom uit een heel gewoon middenklassegezin.” Op verzoek van zijn vrouw wonen ze letterlijk om de hoek bij zijn ouders en haar schoonouders. „Veel thuis ben ik namelijk niet: tien van de twaalf maanden per jaar ben ik op reis.” Zo is hij in de maand juni behalve met Sacred Monsters in Nederland, ook nog in vijf andere landen te gast. Hij is net terug uit China waar hij werkt aan een nieuw stuk met het Nationale Ballet van China. Popzangeres Kylie Minogue vroeg hem onlangs naar Australië te komen voor een choreografie in haar nieuwe show. En met de Franse actrice Juliette Binoche repeteert hij af en toe voor een nieuwe gezamenlijke productie voor volgend jaar. Hij toert ondertussen ook nog met de succesvoorstelling Zero Degrees die hij maakte met Sidi Larbi Cherkaoui van Les Ballets C de la B. In juli is hij weer terug in Amsterdam om op Julidans acte de présence te geven met zijn klassieke kathaksolo The Third Catalogue.

Kortom, sinds de oprichting van zijn gezelschap The Akram Khan Company in 2000 is Khan, pas 32 jaar oud, een wereldster geworden, vooral omdat hij kathak verbond met de moderne dans (hij studeerde ook nog bij Anne Teresa de Keersmaeker). Toch schrikt hij nog steeds als je hem een ster noemt. Hij is een bescheiden mens. Hij wist bijvoorbeeld niet dat Sylvie Guillem hem al jaren gefascineerd volgde.

„Na afloop van een voorstelling werden we aan elkaar voorgesteld. We mailden, en langzaam ontwikkelde zich het idee om onszelf te tonen op het toneel. Niet zozeer om wat we konden, maar om wie we waren. Voor Sylvie was dat best lastig. Zij wordt door anderen en door zichzelf zozeer vereenzelvigd met haar lichaam. Ik wilde haar humor laten zien, want wat bijna niemand weet is dat ze erg grappig is. Om te ontdekken wie ze was heb ik haar lang gefilmd. Op die manier kwam ik voorbij haar ongelofelijke lichaamscontrole. Ze moest het laten gaan, haar balletkeurslijf loslaten. Daar gaat Sacred Monsters over. Normaliter zwijg je als danser en sta je in dienst van fysieke controle, snelheid en energie. Ik heb met haar moeten onderhandelen om haar in de voorstelling te laten spreken.”

Wie in Sacred Monsters op zoek gaat naar virtuositeit komt op een bepaalde manier dan ook bedrogen uit. Guillem draagt geen spitzen en de keren dat ze haar benen ‘wham’ naast haar oren strekt, zijn op de vingers van één hand te tellen. In de duetten beklimmen Khan en Guillem elkaar zoals in de moderne dans gebruikelijk, maar ze dansen ook solo’s. Guillem zingt een paar zinnen, samen met de vijf live spelende en in prachtige harmonie zingende musici onder leiding van componist Philip Sheppard. Ze vertelt Khan over haar jeugdheldin Sally, het kleine zusje van stripfiguur Charlie Brown. En als ze Khan plaagt, blijkt ze een charmante kattekop.

Khan op zijn beurt ‘ontketent’ zichzelf door de kathak-enkelbanden met bellen los te maken – symbool van zijn strijd tussen traditie en vernieuwing. „Ik moest ook mijn eigen precisiebewegingen laten gaan. Kathak biedt me geschiedenis, discipline, religie en spiritualiteit. De moderne dans is juist weer een laboratorium met bijbehorende vrijheid en mogelijkheden.” Op toneel vertelt hij ook aanstekelijk over de verscheurdheid die zijn held teweegbracht: Khans levenslange streven om op de hindoegod Krishna met het lange krullende haar te lijken, faalt. Khan wordt namelijk steeds kaler. „Ik heb er zelfs over gedacht om mijn schedel zwart te sprayen in een poging mijn kaalheid te verbergen.”

In de kantine van het Sadler’s Wells verklaart hij zich nader: „Er is een strijd in mij tussen Shiva, de god met de autoriteit, en Krishna, de veel speelsere god. Als kind mocht ik niet nieuwsgierig zijn, het was niet respectvol om te vragen waarom we bellen om onze enkels moesten, waarom we knielend moesten bidden. Dat vroeg je niet, dat was nou eenmaal zo. Shiva was degene die je niet in twijfel kon trekken. Omdat ik geen antwoorden kreeg, ging ik er zelf naar zoeken. Spiritueel, in de dans. De eerste jaren vonden sommige Indiërs dat ik de kathak verkwanselde door die te koppelen aan moderne dans. Nu zien ze me als ambassadeur. Door in Sacred Monsters met die innerlijke strijd te spelen neem ik het conflict tussen traditie en vernieuwing in mij weg.”

In de duetten

creëerden Khan –en gastchoreografen Lin Hwai Min en Gauri Sharma Tripathi – een mix van hun beider talen. Guillem interpreteert kathakbewegingen, Khan is de tillende en torsende mannelijke danser ten dienste van de ballerina. Khan: „Die mengtaal was geen doel op zich maar kwam als vanzelf tijdens de repetities. Je kunt het zien als de omgekeerde toren van Babel: we spreken verschillende talen, maar we eindigen met één en dezelfde taal die niet gedomineerd wordt door ras of cultuur. Dans brengt taal en denken samen, en dans is van alle disciplines het meest direct, omdat het lichaam nooit liegt”.

Khan noemt zichzelf geen intellectueel kunstenaar. Het lichaam blijft vertrekpunt. Maar zoals hij eerder in Zero Degrees verhalen vertelde over zijn biculturele achtergrond, zo zal hij, nu hij met Juliette Binoche gaat werken, weer met tekst aan de slag gaan. Tijdens het interview vraagt hij zijn assistente om een aanstormend toneelschrijver op te sporen wiens naam hij ergens heeft opgevangen. Misschien kan die de tekst schrijven voor hun voorstelling, die over engelen en mensen moet gaan. Khan: „In alle geloven en culturen spelen engelen een belangrijke rol.” De Franse actrice zat net als Sylvie Guillem al jaren bij Khan in de zaal en ze was erg ontroerd door Zero Degrees. „Ik ben me aan het bekwamen in het acteren, ik leer gitaarspelen voor de voorstelling en Juliette is al twee jaar in danstraining. Ik zal geen gitaarvirtuoos worden en Juliette geen Sylvie Guillem. Maar het gaat om de oprechtheid waarmee je van een andere discipline ‘steelt’ en zo je grenzen verlegt. Sacred Monsters was er weer een stap in. Dat Sylvie niet loepzuiver kan zingen doet er niet toe. Het is authentiek, dat is het belangrijkste.”

Sacred Monsters, 2 en 3 juni, Stadsschouwburg Amsterdam. Inl: (020) 5237787. Kathakvoorstelling The Third Catalogue van Akram Khan, 5 juli, Julidans Festival in Amsterdam. Inl: (020) 6242311