Tussen schoonheid en destructie

De kamer die kunstenaar Rob Voerman in de Upstream Gallery neerzette, ziet eruit als een doorsnee studentenkot. De muren zijn wit en voorzien van extra stopcontacten, op de grond ligt een goedkoop stukje lichtblauwe vloerbedekking en tegen de rechtermuur staat een aftands wandmeubel dat waarschijnlijk ooit tot een ver familielid behoorde.

De verrassing bevindt zich aan de achterzijde van het kunstwerk. Zodra je de kamer verlaat, ontdek je naast de deuropening een geheime doorgang. Daar, in de smalle ruimte tussen de muur van de galerie en Voermans tijdelijke kamer, is een extra kamertje gecreëerd. De persoon die in deze pijpenla woont – een onderduiker? – houdt duidelijk van de geneugten des levens. Een imposante verzameling flessen drank staat op een plankje dat dienst doet als barretje. Er is een asbak en er ligt een stapeltje klassieke literaire werken van Zola en Tolstoj.

Deze ruimte tussen de spouwmuren is een perfecte hide-out voor iemand die even aan zijn bemoeizuchtige vrouw of irritante baas wil ontsnappen – om lekker stiekem een sigaretje te roken of gewoon even rustig na te denken. In de televisieserie Ally McBeal had advocaat John Cage zo’n geheim kamertje, verstopt achter een verplaatsbare wand in het toilet. En in de de film Being John Malkovich van Spike Jonze was er zelfs een hele etage die eigenlijk niet bestond, op de zeven-en-een-halfde verdieping van een groot gebouw. One and a half, de titel die Voerman zijn kunstwerk gaf, doet vermoeden dat de kunstenaar die film in gedachte had toen hij zijn installatie bouwde.

Rob Voerman (Deventer, 1966) schept bouwsels die sterk tot de verbeelding spreken, vooral omdat niet altijd even duidelijk is wat ze voorstellen of waar ze voor dienen. In de kelderruimte van de galerie ligt bijvoorbeeld de sculptuur Outpost #1 (2005), die een maquette lijkt van een metrostelsel, met tunnelbuizen die elkaar kruisen. Maar in het midden van het beeld is een van de buizen opengebarsten. Daar heeft zich, als een enorme puist, een kristalachtige klomp steen afgezet. Het lijkt erop dat de aarde de architectuur hier weer aan het opslokken is.

Voerman vervaardigt zijn fantasiebouwsels uit restmaterialen als afvalhout, karton en lappen textiel. Het oogt als doe-het-zelfwerk. Ze zien er op het eerste gezicht uit als toevallig in elkaar getimmerde boomhutten of aan elkaar geklitte krottenwijken. Maar bij nadere beschouwing blijken ze wel degelijk raakvlakken te hebben met architectonische klassiekers. Zo maakte Voerman in 2004 voor een tentoonstelling in Cell Project Space in Londen een soort tuinhuisje, dat dankzij extravagante uitstulpingen niet onderdeed voor de gebouwen van Frank Gehry. En een onderkomen voor daklozen (Home, 2005), gemaakt van aan elkaar geschakelde kartonnen dozen, voorzag hij van een fraai glas-in-loodvenster.

Op zijn website zegt Voerman dat zijn kunstwerken een directe reactie zijn op de strenge regelgeving in ons overgeorganiseerde land. Hij maakt anarchistische constructies, die zich aan alle wetten en bouwvoorschriften onttrekken. En die daardoor een element van gevaar met zich meedragen, want ze zouden zomaar kunnen instorten. Zelf omschrijft Voerman zijn oeuvre als romantisch, maar dan wel met een destructieve ondertoon. Hij liet zich voor zijn ontwerpen inspireren door de zelf gebouwde en vaak rijk gedecoreerde hippiewoningen uit de jaren zeventig, maar ook de hut waarin de Una-bomber zich verschanste in de bossen van Montana was een inspiratiebron.

In Voermans grafische werk is die tweestrijd tussen schoonheid en destructie ook steeds aanwezig. Daarop staan apocalyptische scènes afgebeeld van steden die ten onder gaan aan reusachtige meteorieten. Bruggen zijn ingestort, kerken tot ruïnes vervallen. Maar er zijn ook alweer nieuwe wegen aangelegd. En uit het puin zijn nieuwe huizen verrezen – huizen die opvallend veel weghebben van de bric-à-brac bouwstijl waar Voerman patent op heeft.

De linosnedes en etsen vormen een fraaie aanvulling op de ruimtelijke werken. Hierin kan Voerman, die ooit een opleiding als landschapsarchitect begon, zijn utopische ideeën over stedenbouw perfect tot uitdrukking brengen. Het zijn beelden die herinneringen oproepen aan New Babylon, het levenswerk van Constant Nieuwenhuys. Ook Constant maakte bouwsels die organisch uitgroeiden tot futuristische steden. En net als Constant werkt ook Rob Voerman zijn ideeën uit in plattegronden, maquettes, tekeningen en sculpturen.

In de Verenigde Staten heeft men het werk van Rob Voerman inmiddels ontdekt. Het MoMA in New York kocht vorig jaar drie van zijn grafische werken aan en diverse Amerikaanse verzamelaars hebben al werken van hem in bezit. Vreemd dus, dat Voerman in eigen land tot nu toe zo onzichtbaar is gebleven.

Rob Voerman, ‘Neighbours’. T/m 30 juni in Upstream Gallery, Kromme Waal 11, Amsterdam. Wo t/m za 12-18u. Inl: www.upstreamgallery.nl