‘Schilderijen moeten hier kunnen stralen’

Vanaf zondag gaat het Dordrechts Museum anderhalf jaar dicht voor verbouwing. Moderne kunst heeft er straks een vaste plek, videokunst wordt geweerd. „Wij zijn een traditioneel museum”.

Straks, na de verbouwing, kom je het Dordrechts Museum weer gewoon via de tuin binnen, via een grindpad dat tussen knoestige bomen door naar een grote deur met brede trappen erachter leidt. Het is de oorspronkelijke entree van dit negentiende-eeuwse krankzinnigengesticht, waarin het museum sinds 1904 is gehuisvest.

Die ingang is al 35 jaar de ingang niet meer. De huidige museumbezoeker wordt direct linksaf een nieuwere entreehal in getrokken. De tuin ziet hij pas later en terloops, vanuit het museumcafé of vanuit een zaal. Maar waarom zou je naar buiten kijken als binnen de twee mooiste Nederlandse tentoonstellingen van dit moment te zien zijn? Samen geven ze een uitgelezen overzicht van zo’n twee eeuwen Hollandse schilderkunst. Wie ze miste, kan dit weekend nog gaan kijken. Volgende week sluit het museum voor de verbouwing.

De kroon op het werk, op de begane grond, is een voortreffelijke rehabilitatietentoonstelling van de Hollandse schilderkunst van vlak na de Gouden Eeuw (besproken in NRC Handelsblad van 1 maart). Rijksmuseum aan de Merwede, op de eerste verdieping, heet op het affiche terecht ‘de negentiende eeuw op zijn mooist’. De toch al indrukwekkende verzameling negentiende-eeuwse schilderkunst van het museum is gecombineerd met de beste negentiende-eeuwse schilderijen uit het Rijksmuseum, dat momenteel ook al wordt verbouwd. Romantiek, Haagse School, Tachtigers – het hangt allemaal zo mooi bij elkaar dat je denkt: laat die Amsterdamse collectie nou maar gewoon hier.

Hoe krijgt een middelgroot museum zulke prestigieuze tentoonstellingen van de grond? Door samen te werken, dat in elk geval. Ook internationaal. Voor De kroon op het werk bundelde het museum de krachten met de musea voor oude kunst in Keulen en Kassel. Samen kregen ze uit de hele wereld de mooiste bruiklenen los. „Wij zijn het kleinste museum van de drie”, zegt Peter Schoon, directeur sinds 2001, „maar we worden door de andere twee toch als volwaardige partner gezien. Omdat we een enorm netwerk hebben en bovendien een goede eigen collectie kunst rond 1700, dus een sterke onderhandelingspositie.”

Een groot netwerk, een goede collectie, samenwerking – en dan liefst ook nog een beetje geluk. Toevallig is het Dordrechts Museum de middelste van de drie tentoonstellingslocaties: sommige schilderijen worden maar kort uitgeleend en zijn daarom in Keulen nog niet of in Kassel niet meer te zien. De kroon op het werk is in Dordrecht het grootst. En de inrichting is er levendiger dan in Keulen, vindt Schoon. „Daar hing alles op navelhoogte en gerangschikt naar genre. Alle portretten bij elkaar, alle stillevens bij elkaar. Dat ligt nogal voor de hand. Sander Paarlberg, onze conservator, heeft beter nagedacht over variatie in de opstelling.”

Zondagavond sluit het museum zijn deuren voor anderhalf jaar – en de moderne ingang voorgoed. Begin 2009 gaat de oude weer open, in de binnentuin. Het gebouw is dan ook uitgebreid met een vleugel voor tijdelijke tentoonstellingen. Daarvoor moet nu een groot deel van de vaste collectie wijken. Zo is een belangrijke groep schilderijen van Ary Scheffer (1795-1858), gevierd Dordtenaar in Parijs, niet te zien. „Dat kan eigenlijk niet”, zegt Schoon. „Mensen komen speciaal voor Scheffer naar Dordrecht, dus je bent haast verplicht om die altijd op zaal te hebben.”

Vanaf 2009 is de hele oudbouw voor de vaste collectie beschikbaar. Schoon en zijn conservatoren zijn op papier al druk met de nieuwe opstelling bezig. Conservator Moniek Peters is blij dat de moderne en hedendaagse kunst straks voor het eerst een vaste plek krijgt. Die wil ze gaan groeperen rondom het werk van vier schilders die in de collectie goed vertegenwoordigd zijn: Armando, J.C.J. van der Heijden, Jan Roeland en Gerard Verdijk. Videokunst en installaties komen er niet aan te pas. „Het Dordrechts Museum is echt een schilderijenmuseum”, zegt Schoon. „Dat is de grote lijn in onze collectie. Die lijn loopt van de zestiende eeuw tot heden. Uit al die eeuwen hebben we stillevens, portretten, landschappen.” Aan het nieuwste werk van Jan Roeland kun je hedendaagse portretten hangen, legt Peters uit. Armando’s schilderijen passen in de landschapslijn die bij Cuyp en Van Goyen begon.

Eigenlijk is het Dordrechts Museum een heel traditioneel museum, aldus Schoon. De documentairemuziekjes en docerende commentaarstemmen die door veel andere musea schallen, zullen in het nieuwe museum niet te horen zijn. Daglichtzalen worden niet voor videokunst verduisterd en de inrichting zal dienstbaar blijven aan het tentoongestelde: levendig, maar niet opzichtig. „De schilderijen moeten kunnen stralen”, zegt Schoon. „Daar gaat het om.”

Dordrechts Museum, Museumstraat 40, Dordrecht. Geopend tot en met 28 mei. www.dordrechtsmuseum.nl