Red de boekenbijlage!

Boekenbijlagen in Amerika hebben het zwaar. De een na de ander wordt opgeheven, of verkleind. Recensenten en schrijvers komen in actie. Is het weblog echt een alternatief voor besprekingen in de papieren krant?

Het was pas tien uur ’s ochtends, maar tientallen mensen stonden op de stoep voor het kantoor van de Atlanta Journal Constitution, de grootste krant in Atlanta, Georgia. Ze hadden hun favoriete boeken meegebracht, waaruit ze zachtjes voorlazen, of deelden petities uit. Ook was er een enkel spandoek met de tekst ’Save the Book Review’. De uiterst beschaafde groep actievoerders – met krijt hadden ze ‘I’m a book lover, not a fighter’ op de stoep geschreven – bestond uit critici, plaatselijke auteurs, willekeurige lezers en de Britse schrijver Alain de Botton, die toevallig in de stad was. Het doel van deze read-in, 3 mei jongstleden, die was georganiseerd door de National Book Critics Circle: protesteren tegen het afschaffen van de boekenredactie van de Atlanta Journal Constitution, en het daaruit voortvloeiende ontslag van boekenredacteur Teresa Weaver.

Teresa wie?

Waarom trok dit protest, hoe bedeesd en kleinschalig ook, de aandacht van de nationale en internationale pers? Wat dreef de National Book Critics Circle, een gerespecteerd orgaan dat vooral bekend staat om de prijzen voor de beste boeken die het jaarlijks uitdeelt, ertoe om voor het eerst in zijn 33-jarige bestaan een protestactie te organiseren?

Nu is de Atlanta Journal Constitution niet zomaar een krant. Het is de grootste kwaliteitskrant van de zuidoostelijke Verenigde Staten, met 2.300.000 lezers per week en nog eens 3 miljoen page views op het internet. Atlanta is onlangs in een onderzoek naar leesgewoonten in de VS uitgeroepen tot de op 14 na geletterdste stad in het land (ter vergelijking: New York staat op nummer 49). En Teresa Weaver heeft als redacteur gedurende de afgelopen negen jaar de alom erkende kwaliteit en onafhankelijkheid van de boekenpagina’s bewaakt, en het literaire en culturele debat in de regio op gang gehouden.

Maar belangrijker is dat het afschaffen van Weavers positie past in een nationale, misschien wel internationale trend. Waren er tien jaar geleden nog zo’n tien, twaalf zelfstandige boekenbijlagen in de Verenigde Staten, nu zijn daar vijf van over: die van de Washington Post, San Francisco Chronicle, Chicago Tribune, San Diego Union-Tribune en de New York Times. Daarmee vergeleken doen de twee zelfstandige boekenbijlagen in Nederland, te weten die van de Volkskrant en de bijlage die u nu leest, haast overvloedig aan. Veel grote Amerikaanse kranten voegden hun boekenpagina’s bij andere bijlagen, zoals de Los Angeles Times, die onlangs zijn zelfstandige boekensupplement in de zondagse opiniebijlage stopte, met een verlies van twee pagina’s.

Ook de vijf nog bestaande bijlagen staan onder druk. Die van de San Francisco Chronicle ging van zes naar vier pagina’s. De Chicago Tribune heeft haar boekenbijlage met ingang van afgelopen weekend verplaatst van zondag naar zaterdag, daarmee de oplage halverend. En in heel de Verenigde Staten maken kranten steeds minder gebruik van eigen recensenten. In plaats daarvan nemen ze hun toevlucht tot het herdrukken van elders verschenen stukken en het afnemen van recensies van persbureaus.

Dit laatste lijkt nu ook te gebeuren met de Atlanta Journal Constitution. Zoals hoofdredacteur Julia Wallace schreef in de zondageditie van 6 mei j.l.: ‘Veel banen – zoals boekenredacteur – verdwijnen omdat inhoud en productie worden gescheiden’. Er blijven boekenpagina’s in de krant verschijnen, maar die zullen worden gevuld door besprekingen die de persbureaus aanleveren, aldus de hoofdredacteur. Ook wordt er op de papieren krant bezuinigd, om geld te kunnen steken in de interneteditie.

Het scheiden van ‘content’ en productie, met een redactie bestaande uit generalisten, kent ongetwijfeld veel praktische voordelen. Maar het behouden van specialistische kennis hoort daar niet bij. Een ander groot probleem is de hieruit voortvloeiende afhankelijkheid van persbureaus, die leidt tot een verschraling van het meningenaanbod. Eén negatieve recensie van een bepaald boek wordt nu gepubliceerd in tientallen kranten die allemaal een abonnement hebben op hetzelfde persbureau, terwijl er voorheen misschien nog een aantal eigen recensenten was met een afwijkende mening.

Voor de National Book Critics Circle, de beroepsvereniging van boekbesprekers, waren de ontwikkelingen bij de Atlanta Journal Constitution de laatste druppel. Wat begon als een petitie voor het behouden van Weavers baan – met tot nu toe ruim 5.500 handtekeningen, waaronder die van Salman Rushdie, Norman Mailer en Fay Weldon – werd eind april omgezet in een grootschalige, nationale ‘Campaign to Save Book Reviews’. Die campagne, van opiniestukken, schrijversinterviews, een doorlopende blog op de website van de organisatie, acties en lezersprotesten, heeft ervoor gezorgd dat de kwestie de laatste weken niet meer uit het nieuws is geweest.

De bijdragen van beroemde schrijvers waren vaak opmerkelijk. Zo raakte bestsellerauteur Michael Connelly in een opiniestuk in de Los Angeles Times (29 april) aan een heikel, praktisch punt: ‘In het verleden begrepen bestuurders van kranten de symbiotische verhouding tussen hun eigen product en boeken. Mensen die boeken lezen lezen ook kranten. [...] Ik vrees dat die filosofie aan het verdwijnen is bij onze kranten.’ George Saunders hekelde in Publishers Weekly in krasse termen de gevolgen van wat hij beschouwt als anti-intellectualisme: ‘Op de een of andere manier zijn we literatuur gaan wantrouwen en eigenlijk alles wat cerebraal, moeilijk of serieus en kritisch is. Ik zou willen betogen dat een deel van de reden waarom we hals over kop Irak zijn binnengevallen, bij voorbeeld, het gevolg is van het feit dat we als cultuur vergeten zijn om een goed, uitgesproken debat te voeren.’

Iedereen leek het eens te zijn over het belang van boekenbijlagen voor de culturele en intellectuele discussie in de samenleving, de leesbevorderende werking van die bijlagen, en de algemene noodzaak van aandacht voor literatuur zelf. Pulitzer Prize-winnaar Richard Ford zei: ‘Ik denk dat de recenserende functie van kranten van levensbelang is, net zoals de literatuur zelf van levensbelang is.’

Eendracht alom, totdat Washington Post-recensent Michael Dirda een duit in het zakje deed op Critical Mass, de blog van de National Book Critics Circle. Dirda verdedigde de papieren boekenbijlagen door ze af te zetten tegen de in zijn ogen minderwaardige literaire weblogs. In boekenbijlagen worden nieuwe titels serieus genomen als kunstwerken en onderdeel van een debat, schreef hij, en niet slechts gezien als ‘aanleiding om een oppervlakkige pose aan te nemen’ door blogschrijvers die ‘hopen op te vallen door hun vulgariteit’. Moeten we onze cultuur laten afzakken naar ‘het niveau van het schoolplein’, vroeg Dirda zich af.

Een rel was geboren. Bloggers namen hem de uitspraken niet in dank af, en er volgden felle reacties op internet, in kranten en tijdschriften. Sommigen zien recente ontwikkelingen als een ‘onvermijdelijke overgang naar een nieuw, democratischer literair landschap’, zoals de New York Times ( 2 mei) het samenvatte. Een columnist van de Los Angeles Times antwoordde. ‘Laat ik het bot zeggen, in een taal die zelfs een drukbezette blogger kan begrijpen: kritiek – en haar nederige zusje recenseren – is geen democratische bezigheid. Het is, en het moet ook, een elitaire onderneming zijn, idealiter uitgevoerd door individuen die iets meer op tafel leggen dan snelle, instinctieve opinies over een boek [...] Het is werk dat een gedisciplineerde smaak vereist, historische en wetenschappelijke kennis en een redelijk diep besef van het gehele oeuvre van een auteur.’

Te midden van de vileine opmerkingen over en weer worden wel degelijk interessante vragen opgeworpen. Is het internet ‘democratischer’ dan ‘elitaire’ krantenbijlagen? Is ‘democratisch’ automatisch beter? Waarom zouden we meer waarde moeten hechten aan de mening van een professionele recensent dan aan die van een enthousiaste amateur? Zijn kranten betrouwbaarder en dus geloofwaardiger?

Bloggers wezen erop dat op internet meer en meer uiteenlopende boeken aan bod kwamen dan in de reguliere pers. Integendeel, constateerde een publicist op Critical Mass, de meerderheid van de bloggers beperkt zich ertoe de traditionele media te kritiseren, becommentariëren en in een overzicht te zetten, in plaats van zelf inhoud te genereren. De schrijver D.J. Waldie raakte een essentieel punt toen hij tijdens het Los Angeles Times Festival of Books opmerkte: ‘Bloggen is een manier van praten, niet van schrijven.’ Ook beroemde weblogpionier Dennis Loy Johnson, van Mobylives, verdedigde de papieren edities: ‘Het klinkt als een vies woord in 2007, maar blogs hebben het niveau van de intellectuele discussie niet verhoogd. Bloggen over boeken is vooral boekenroddel en direct commentaar of opinie. Het is levendig, maar het is geen echte literaire kritiek.’

Blogs zijn een kleinschalig medium. Een alom gerespecteerde en bekende litblog als de Elegant Variation heeft ongeveer 5.000 tot 7.500 hits per dag. Return of the Reluctant doet het goed met 40.000 bezoekers per dag. Maar een krant als de San Francisco Chronicle heeft een oplage van een half miljoen. Kunnen we blogs werkelijk beschouwen als een serieus alternatief voor de verdwijnende boekenbijlagen? Bovendien heeft niet iedereen in Amerika de beschikking over een computer. Wel leest de helft van alle volwassen Amerikanen dagelijks een krant. Wekelijks is dat 76 procent van alle volwassenen. Welk medium is eigenlijk democratischer?

Belangrijke vragen allemaal, maar inmiddels was het hele boekenbijlage-debat wel op een zijspoor beland. Het waren tenslotte niet de weblogs die tot de huidige crisis binnen de Amerikaanse krantenwereld hebben geleid. Die kan wel voor een deel worden toegeschreven aan een andere internetontwikkeling. De schuld hiervoor wordt doorgaans in de schoenen geschoven van Craig Newmark. Craig, een aandoenlijke nerd, bedacht in 1995 vanuit zijn appartementje in San Francisco een gratis advertentiesite, Craigslist, en werd zo hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor miljarden aan inkomstenderving van kranten. Alleen al over het jaar 2004 verloor de San Francisco Chronicle 50 miljoen dollar in advertentie-inkomsten aan de site.

Het is altijd leuk om een bebaard gezicht te geven aan een abstract verhaal, maar in feite is Newmark natuurlijk niet meer dan een belangrijke exponent van een ontwikkeling die toch al gaande was. Kranten hebben er moeite mee de concurrentie online aan te gaan op het gebied van advertenties. Geen wonder dus dat in 2006 de advertentie-inkomsten van kranten in de Verenigde Staten stagneerden. Ook dalen de oplages. De consequenties zijn voor boekenbijlagen ernstiger dan voor de meeste andere katernen. Boekenbijlagen halen van oudsher al weinig advertenties binnen (de enige uitzondering hierop is de New York Times Book Review), maar in de afgelopen jaren lieten boekhandels en uitgevers het steeds meer afweten. Uitgevers kopen tegenwoordig liever display-ruimte in een grote winkelketen – hetgeen weer samenhangt met de oprukkende blockbuster-cultuur. Een gunstige plek schijnt minimaal een dollar per boek te kosten, maar desondanks veel meer op te leveren dan een advertentie in de krant.

Dit maakt het voor hoofdredacties wel erg makkelijk om het snijden in boekenpagina’s te rechtvaardigen. In de Verenigde Staten hangt het aantal beschikbare pagina’s maar al te vaak rechtstreeks samen met het aantal advertenties dat die pagina’s weten te trekken.

Maar, zo is al vaak opgemerkt, ondanks alle internetontwikkelingen en doemprognoses weten kranten zich opvallend goed staande te houden. De financieel columnist van de New Yorker, James Surowiecki, stelt in zijn column van 3 april j.l. dat kranten op langere termijn een zeer rendabele bedrijfstak blijven. Het grootste gevaar voor kranten, legt Surowiecki uit, komt niet van technologische ontwikkelingen of van hun vermeende culturele irrelevantie, maar van kranteneigenaren en investeerders die op kortere termijn extreem hoge winsten willen zien.

Ongewoon hoge winstmarges in de krantenbranche dwingen tot bezuinigingen, die leiden tot kwaliteitsverlies, en dat leidt weer tot oplagedaling, waarmee de vicieuze cirkel rond is. Zulke winstmarges zijn uitsluitend haalbaar op de korte termijn, waardoor er op langere termijn niets zal overblijven van het krantenbedrijf. Maar voor wie er vanuit gaat dat kranten in hun huidige vorm hoe dan ook ten dode zijn opgeschreven, is dat geen punt. We hebben het zelf de afgelopen jaren kunnen zien gebeuren bij PCM Uitgevers.

Zó hoeft het dus niet te gaan. Dé manier bij uitstek om zowel op papier als op het internet (betalende) lezers te trekken is het aanbieden van unieke, kwalitatief hoogwaardige content: eigen beschouwingen, recensies en achtergronden. NYTimes.com weet met deze methode honderden miljoenen pageviews per maand te halen.

Juist omdat er in boekenbijlagen zo makkelijk te snoeien valt, zijn die bij uitstek een toetssteen voor kwaliteit. Criticus Michael Dirda maakte in zijn gewraakte artikel op Critical Mass een pakkende vergelijking: ‘Een boekenbijlage is in zekere zin de kanarie in de kolenmijn: de gezondheid van een krant kan eraan worden afgemeten.’ Daarin lijken bloggers en critici elkaar te kunnen bijvallen. Wanneer boekenbijlagen zo massaal stilvallen, pootjes in de lucht, kun je er vanuit gaan dat ook het culturele en intellectuele debat in de samenleving een langzame verstikkingsdood te wachten staat.

Wilt u reageren? boeken@nrc.nl