Met Sarkozy is Frankrijk weer terug

Met een andere generatie aan het roer is Frankrijk weer terug op het wereldtoneel, vindt

Dominique Moïsi.

Omvat het ‘mandaat tot verandering’ van Nicolas Sarkozy ook de betrekkingen van Frankrijk met Europa en de rest van de wereld? Is de benoeming van Bernard Kouchner tot minister van Buitenlandse Zaken een teken dat in de nieuwe Franse ‘beschavingsopdracht’ ethiek en mensenrechten boven Realpolitik zullen gaan? Of is Kouchner vooral aangesteld om aan de vooravond van de parlementsverkiezingen de linkse kiezers nog verder te demobiliseren?

Op buitenlands terrein ziet Sarkozy zich gesteld voor de dubbele erfenis van zijn voorganger Jacques Chirac; diens nee tegen het Amerikaanse avontuur in Irak en het nee van het Franse volk bij zijn referendum over het Europese grondwetsverdrag.

Over Irak is Frankrijk eensgezind: Chirac had gelijk. Wat Europa betreft heerst bij de Franse elite het gevoel dat er sinds het Franse nee minder Frankrijk in Europa is en dat de nieuwe president deze ontwikkeling moet keren. De dubbele erfenis houdt in dat Frankrijk zich onder Sarkozy weleens meer zou kunnen bezighouden met de toekomst van Europa dan met die van het Atlantisch bondgenootschap.

De eerste indruk van de Franse buitenlandse politiek onder Sarkozy is dat de verandering minstens evenzeer de besluitvorming en stijl als de inhoud zal gelden. De ‘Amerikanisering’ zal toenemen, maar dan vooral in de zin dat het bestuur presidentiëler zal worden. De meest veelzeggende verandering is misschien wel de vorming van een embryonale nationale veiligheidsraad in het Elysée onder leiding van Jean-David Levitte, de Franse oud-ambassadeur in Washington. Deze stap is minder spectaculair dan de werving van de socialist Kouchner als minister van Buitenlandse Zaken. Maar hoeveel manoeuvreerruimte zal Kouchner hebben? Hij is een symbool van humanitair ingrijpen en een pleitbezorger van het recht op inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van landen die de rechten van hun burgers schenden.

De vraag rijst of Frankrijk concurrentie aan het roer te wachten staat tussen de minister van Buitenlandse Zaken en de diplomatieke en veiligheidsadviseur van de president, zoals in de jaren zeventig in de VS, toen de posten minister van Buitenlandse Zaken en nationale veiligheidsadviseur werden bekleed door tegenpolen als Cyrus Vance en Zbigniew Brzezinski. In het Franse ‘gepresidentialiseerde’ systeem geldt: hoe dichter je bij de president staat, hoe groter je invloed. Daarmee zou de positie van de discretere Levitte wellicht sterker zijn dan die van de flamboyante Kouchner.

Hoe zal onder het presidentschap van Sarkozy de balans tussen continuïteit en verandering dan komen te liggen?

In de transatlantische betrekkingen is een nieuwe toon te verwachten. De gaullistische gedachte van een achter Frankrijk verenigd Europa tegenover de Verenigde Staten zal verdwijnen. Dit betekent niet per se het ontstaan van een Atlantisch Europa. Sarkozy heeft niet de ambitie om Tony Blair kopiëren, want diens beleid was een mislukking. Je beïnvloedt Washington niet door het slaafs te volgen. En zolang George W. Bush in het Witte Huis zit, is er weinig serieuze toenadering tussen Parijs en Washington te verwachten, afgezien van vriendelijker woorden en een zelfverzekerder toon. Maar er is wel ruimte voor toenadering tussen Londen en Parijs, nu de komende Gordon Brown iets meer en Sarkozy iets minder afstand van Washington zal nemen.

De eerste test voor deze toenadering zal de kwestie van de Turkse kandidatuur voor de Europese Unie zijn. Is Sarkozy voor Londen te negatief over Turkije of kan de zaak met stilzwijgende instemming van de uiterst geduldige Turken gewoon terzijde worden geschoven?

Wat de institutionele toekomst van Europa betreft is het de vraag of de kijk van Sarkozy op een ‘vereenvoudigd’ Europees verdrag eenvoudig genoeg is voor Groot-Brittannië. Eén ding is duidelijk: Frankrijk kan niet tegelijkertijd met Londen over Turkije ruziën, en met Berlijn over de onafhankelijkheid van de Europese Centrale Bank (ECB). Vermoedelijk zal Frankrijk zijn kritiek op de ECB verzachten en niet wijken inzake Turkije.

In bredere zin is de vraag of Sarkozy’s plan tot een ‘Mediterrane Unie’ alleen maar een poging is om zonder verdere uitbreiding van de EU de invloed van Europa te vergroten. Het is twijfelachtig of de Turken daarmee tevreden zullen zijn en of er werkelijke invloed op het Israëlisch-Palestijnse conflict mee kan worden uitgeoefend.

Wat Rusland betreft is de vraag of een omzichtiger toon een hardere politiek zal betekenen. De hoofdrolspeler in de verandering is in dit geval de Russische president Vladimir Poetin, die misschien een verenigder Europese stem zal weten op te roepen, niet tegen de VS maar tegen zijn steeds autoritairder bewind.

Sinds de verkiezing van Sarkozy is er in Frankrijk een andere sfeer te voelen. Dit gevoel is in één zin samen te vatten: met een andere generatie aan het roer is Frankrijk weer terug.

Dominique Moïsi is verbonden aan het Franse Institut de Relations Internationales.