Meer materieel, duurder personeel

De kosten van de missie in Uruzgan zijn in tien maanden tijd al bijna verdubbeld.

Is de missie vooraf bewust goedkoper voorgespiegeld, of heeft iemand zich misrekend?

De Nederlandse missie in de Afghaanse provincie Uruzgan kost 800.000 euro per dag. Althans, dat is de stand van zaken vandaag. Morgen kan dat bedrag al weer anders zijn. Hoger namelijk, want de kosten lopen snel op.

Voorafgaand aan de missie werden de kosten van de totale, tweejarige operatie geschat op zo’n 340 miljoen euro. De missie begon op 1 augustus 2006. Nu, tien maanden later, heeft Defensie de begroting al met 240 miljoen bijgesteld naar 580 miljoen euro, zo is op te maken uit de laatste brief van het ministerie aan de Tweede Kamer.

Daarmee is ‘Uruzgan’ de duurste militaire operatie in de Nederlandse geschiedenis. Ambtenaren op Buitenlandse Zaken en Defensie verwachten dat de kosten de komende maanden nog verder zullen oplopen.

Die kosten bestaan om te beginnen uit personeelskosten. Volgens de laatste berekeningen van Defensie bedragen de personeelskosten 237 miljoen euro – ruim 130 duizend euro per militair. De inzet van F16’s kost 38 miljoen euro. De ‘overige materieelkosten’ ten slotte, bedragen samen zo’n 305 miljoen euro.

Defensie wil niets kwijt over de oorzaken van de snel oplopende kosten van de missie. Maar volgens Rob de Wijk, defensiespecialist en directeur van het Haagse Centrum voor Strategische Studies, is de stijging „makkelijk te verklaren”.

De Wijk noemt twee belangrijke oorzaken: de aankoop van 25 nieuwe, extra beveiligde patrouillevoertuigen (de Dutch Bushmasters) en de slijtage van het materieel. De Bushmasters zijn speciaal aangeschaft voor de missie in Afghanistan, om ook te kunnen patrouilleren bij een verhoogd dreigingsniveau. Kosten: 1 miljoen euro per stuk. De extra slijtage aan het materieel is een gevolg van de slechte, stoffige wegen en de hoge temperaturen.

Dat laatste beaamt een woordvoerder van de Stichting voor Nederlandse Industriële Inschakeling Defensieopdrachten. De banden en assen van militaire voertuigen gaan „om de haverklap kapot” in Afghanistan. Zo stijgen niet alleen de materieelkosten, maar ook de personeelskosten en de logistieke uitgaven. Ook de levensduur van munitie lijdt onder de fikse temperatuurschommelingen ter plaatse en het transport.

De vraag dringt zich op of het vorige kabinet de missie niet bewust goedkoper heeft voorgespiegeld. Had Defensie de slijtage aan het materieel in Afghanistan niet kunnen voorzien, bijvoorbeeld?

Daarover verschillen de meningen. Tweede Kamerlid Karien van Gennip (CDA): „Ik geloof niet dat het vorige kabinet de missie bewust te krap heeft begroot. Op basis van de informatie die beschikbaar was, is een zo goed mogelijk budget gemaakt.”

VVD-Kamerlid Arend-Jan Boekestijn denkt er anders over. „Het aanvankelijke budget was een misvatting van de vorige minister van Defensie, Henk Kamp”, aldus Boekestijn. „ Het was naïef, want we weten dat militaire operaties altijd knetterend duur zijn.”

Defensiespecialist De Wijk is het daarmee eens. Hij verwacht dat de stijgende kosten van de missie in Afghanistan een „politiek probleem van jewelste” gaan opleveren. De Wijk: „Oorlog voeren is nu eenmaal duur. De Amerikanen hebben daarom een open-einderegeling: ongelimiteerde tijd en ongelimiteerde financiële middelen.”

Boekestijn, die eerder dit jaar waarschuwde dat de kosten van ‘Uruzgan’ zouden kunnen oplopen tot 700 miljoen euro, heeft de indruk dat óók de personeelskosten enorm zijn gestegen. „Er is veel onderhoud nodig aan het materieel, maar er bestaat een schrijnend tekort aan hoogopgeleid, technisch onderhoudspersoneel. Daarom moeten we stevig betalen om goede werktuigbouwkundigen te krijgen. Die paaien we met allerlei speciale toeslagen.”

De VVD’er schat dat een werktuigbouwkundige in Afghanistan inmiddels „zo’n 5.000 euro netto per maand verdient”. Daarnaast signaleert Boekestijn logistieke problemen. „De aanvoer van wapens en munitie gaat via de haven van Karachi in Pakistan. Voor het risicovolle transport van Pakistan naar Afghanistan huurt Defensie Pakistaanse vrachtwagenchauffeurs in. Zo verdwijnt er nog wel eens een lading.”

De problemen met materieelbeheer worden bevestigd in een vorige week gepresenteerd rapport van de Algemene Rekenkamer, bij het jaarverslag van Defensie. De Rekenkamer schrijft dat „het beheer van wapens, munitie, cryptoapparatuur (voor communicatie, red.) en opiaten voor medische doeleinden niet op orde is”. Dit wordt veroorzaakt door „de omvang van de missie, de lange logistieke lijnen en de operationele dreiging” in Afghanistan, volgens de Rekenkamer.

Hoe de extra kosten van de missie gefinancierd moeten worden, is onduidelijk. Defensiespecialist De Wijk: „De missie wordt betaald uit verschillende potjes bij verschillende departementen. Daardoor lijkt ook niemand precies te weten hoeveel de missie kost.”

CDA-Kamerlid Van Gennip vindt dat de stijgende kosten in ieder geval „geen reden kunnen zijn” om eerder te stoppen met de missie. Van Gennip: „We hebben de ambitie om aan internationale vredesmissies mee te doen. Daarbij hoort naast een militaire inspanning ook een financiële verplichting.”

Van Gennip vindt wel dat Nederland de NAVO-partners die niet meedoen aan de missie, zou moet overhalen om mee te betalen aan de grote, incidentele kosten van materiaalverlies tijdens NAVO-missies. „De hele wereld heeft immers baat bij wat wij doen in Uruzgan.”