Marokko knijpt kritische pers met boetes af

Het gaat niet goed met de persvrijheid in Marokko. Hoofdredacteuren van kritische bladen worden vervolgd. Hoge boetes blijken een effectief dwangmiddel.

Toen de klerk van de rechtbank van Rabat letterlijk op de stoep van het huis van Aboubakr Jamai stond om een boete van drie miljoen dirham (270.000 euro) te innen, besloot de hoofdredacteur van het Marokkaanse weekblad Le Journal het land voor onbepaalde tijd te verlaten. Hij is nu in Boston, waar hij op uitnodiging een jaar aan Harvard University verblijft. „Eerst moet die boete van tafel”, vertelt hij telefonisch vanaf de campus. „Ik kan niet werken met een zwaard van Damocles boven mijn hoofd.”

De afgelopen maanden zijn verscheidene herkenbare namen uit de kolommen van de Marokkaanse onafhankelijke pers verdwenen. Aboubakr Jamai stapte op bij Le Journal. Driss Ksikes, voormalig redactiechef bij het concurrerende weekblad Tel Quel, keerde niet terug als de hoofdredacteur van het Arabischtalige weekblad Nichane nadat hij was vervolgd wegens een kerstspecial met Marokkaanse straatmoppen over de koning, seks en het geloof.

Het zijn niet langer incidenten. Het in New York gevestigd Committee to Protect Journalists (CPJ), een onafhankelijke waakhond van de persvrijheid, heeft Marokko inmiddels in de top tien gezet van de backsliders. Dat zijn landen die gelden als ‘relatief open’, maar waar de onderdrukking van het vrije woord toeneemt. Na jaren de vaandeldrager te zijn geweest van de vrije pers in de Maghreblanden, stak Marokko het afgelopen jaar zelfs het repressieve Tunesië naar de kroon met het vervolgen van journalisten.

De laatste rapportage over de wereldwijde persvrijheid van het Amerikaanse Freedom House legt de vinger op zere plek. Zeker, de laatste tien jaar kreeg Marokko’s onafhankelijke pers de ruimte om te schrijven over kwesties die vroeger strikt taboe waren. Maar ook nu bestaan er bepaalde grenzen die niet overschreden mogen worden. De journalist die volgens de autoriteiten te ver gaat, belandt echter niet langer in een geheime martelcel. De methodes van wijlen koning Hassan II worden niet meer gebruikt. Het tegenwoordige bewind gaat aanzienlijk subtieler te werk, aldus Freedom House.

Neem de zaak van Aboubakr Jamai. Le Journal verkent onder zijn leiding al jaren lang de grenzen van de persvrijheid met kritische stukken over de koning, de democratie, de corruptie en de sociale veranderingen. De klap kwam echter uit een onverwachte hoek. Het Belgische European Strategic Intelligence and Security Center, dat zichzelf omschrijft als een onafhankelijk onderzoeksbureau op het gebied van terreur en georganiseerde misdaad, sleepte Le Journal voor de rechter. Het blad had gesuggereerd dat de organisatie haar onafhankelijkheid te grabbel had gegooid in een onderzoek over de bezette Westelijke Sahara waarin de positie van Marokko wel erg rooskleurig werd verwoord. Smet op de eer en goede naam, meenden de Belgen. De rechter veroordeelde Le Journal tot 100.000 dirham (9.000 euro), terwijl hoofdredacteur Jamai een schadevergoeding van drie miljoen dirham moest betalen. De rechter weigerde een expert te horen die door Le Journal ter verdediging was opgeroepen.

Geld is een uiterst effectief dwangmiddel. Hoewel Le Journal en Tel Quel de best gelezen weekbladen in Marokko zijn, hebben ze moeite het hoofd boven water te houden. „De adverteerders blijven ondanks onze hoge oplagen weg. Dat is niet zomaar”, zegt Jamai. Bedrijven stoten de machthebbers liever niet voor het hoofd. Boetes, zeker als deze met enige regelmaat worden opgelegd, kunnen dan al snel de doodsklap geven.

Welke grens had Le Journal nu precies overschreden? Dat blijft een raadsel. Jamai houdt op het kritische stukjes over de almacht van de koning en een bescheidener plaats van de monarchie in de moderne democratie. „De koning is taboe. Onze hoofdredactionele lijn was te kritisch”, denkt Jamai.

Ali Lmrabet, Marokko’s journalistieke enfant-terrible en voormalig hoofdredacteur van het satirische weekblad Demain, kan ervan meepraten. Lmrabet verdween in 2003 na publicatie van een spotprent over de koning bijna drie jaar in de gevangenis wegens majesteitsschennis. Toen hij na zijn vrijlating opnieuw met een weekblad op de markt wilde komen, werd hem een schrijfverbod van tien jaar opgelegd, omdat hij in een artikel de tegenstanders van de Saharaanse onafhankelijkheidsbeweging Polisario zou hebben beledigd. Lmrabet schrijft nu als correspondent over Marokko in Spaanse en Franse kranten.

„Marokko is een dictatuur-light”, zo meldt Lmrabet vanuit Barcelona. „Ze proberen journalisten net zolang lastig te vallen totdat die moe worden en zich bekeren tot het regime dat ze eerst bestreden.”

Vorige maand maakte hij dat zelf weer mee: op het vliegveld van Casablanca weigerde de stewardess van de Royal Air Maroc hem in te checken op een vlucht naar Parijs, omdat de pasfoto’s op zijn Marokkaanse en Franse paspoort niet hetzelfde waren. Slechts door enorme stennis te trappen in de vertrekhal voorkwam Lmrabet dat hij zijn vlucht miste.

Het positieve, zo zeggen vrienden in Marokko, is dat er een zekere vrijheid bestaat om te kijken hoe ver je kunt gaan. Het negatieve is dat de macht op een betrekkelijk willekeurig moment laat weten waar de grenzen zijn. Zelfcensuur ligt op de loer. Aboubakr Jamai ontkent dat Le Journal zijn journalistieke lijn heeft aangepast. „Wij blijven de boksbal van het regime.”