Magisch tienerleed

Haruki Murakami: Norwegian Wood. Vertaald door Elbrich Fennema. Atlas, 317 blz. € 19,90

Norwegian Wood was de roman waarmee Haruki Murakami twintig jaar geleden zijn naam vestigde als een belangrijke hedendaagse Japanse schrijver. Vanaf de titel gedrenkt in de muziek en liedteksten van de Beatles, ademt het boek ook de sfeer van die tijd, de late jaren zestig, waarin jongeren hunkerden naar een beloftevolle toekomst en zich intussen beklemd afvroegen hoe dat gaat: volwassen worden?

Ook de jonge student Watanabe, Murakami’s hoofdpersoon, leeft in een eerder bedrukte dan opgewekte wereld. Zijn hartsvriend heeft zelfmoord gepleegd, diens vriendin – vervolgens Watanabe’s grote liefde – zal dezelfde uitweg kiezen. Tegen de wispelturige Midori, die tijdelijk haar plaats inneemt, blijkt de serieuze Watanabe niet op te kunnen. Voor de cynische lessen van zijn rijke studievriend, de levensgenieter Nagasawa, is hij te moreel.

Met Norwegian Wood moet Murakami de ziel hebben geraakt van de generatie waartoe ook hijzelf behoorde. Alles was nieuw en tegelijk stelde de realiteit haar harde regels. Dood en zelfmoord zijn in deze wereld alomtegenwoordig, terwijl de hypercorrecte, zelfs lieve omgangsvormen van de Japanse alledaagsheid scherp contrasteren met die van het Westen.

Dat maakt het lezen van dit boek tot een vreemde ervaring. Is het, ondanks het dreigende onheil, niet wat te zoetelijk wat Murakami vertelt? Het leven in de kliniek waarin Watanabe’s vriendin wordt opgenomen, wordt zonder merkbare ironie beschreven in de utopische termen van de toenmalige antipsychiatrie. Het tienerleed weegt precies zo zwaar als het voor een tiener doet, maar de volwassen lezer of schrijver (de hoofdpersoon kijkt 18 jaar later terug) moet daarvan de betrekkelijkheid hebben ingezien.

Opvallend is vooral de naïviteit waarin Nor wegian Wood gedrenkt is. Dat geldt voor de gedachten en belevenissen van de hoofdpersoon, maar ook voor zijn taal, waarin met een ongefilterd realisme een soms wat gênant ernstige jeugdigheid wordt getekend. Anders dan in zijn latere romans wordt dat niet verzacht door de surrealistische fantasie die zijn werk zo onbestemd maakt. Een groot stilist is Murakami nergens, maar juist door de ongewone, bijna magische sfeer van zijn boeken weet hij vaak te intrigeren.

Niets daarvan in Norwegian Wood, dat zich dan ook het beste laat lezen als een moderne Japanse Bildungsroman met een moraliserende inslag. Misschien is het dát wat jonge lezers – onder wie Murakami populair is – in Wanatabe herkennen. ‘Jij bent inmiddels volwassen, dus je moet de verantwoordelijkheid voor je eigen keuzes nemen. Anders gaat alles mis’, zegt een oudere vriendin tegen het eind van het boek tegen hem. Dat vat, in zijn ongecompliceerdheid, Norwegian Wood aardig samen.