Lekkere wijven, daar ging die zaak eigenlijk om

Het was de afgelopen week feest voor columnisten, want ze hadden een prachtige nieuwe stijlfiguur: de Bokito-metafoor. Op elke situatie, op elke politicus, op elk nieuwtje was de Bokito-metafoor los te laten. (Voorbeeld: „Ik voelde me net Bokito toen ik het kabinet bij Knevel & Van den Brink zag zitten.”) Dat is het handige van een mensaap: hij is menselijk, dus je kunt hem met alle menselijke situaties vergelijken.

Zelf besloot ik mijn Bokito-metafoor op te sparen, want ik wist dat de uitspraak in de zaak Moszkowicz-Kelder er aankwam. Je weet wel, die zaak die nu al een jaar of vijftig lijkt te duren, en waarin bepaald moet worden of Jort Kelder Bram Moszkowicz ‘maffiamaatje’ en ‘beroepsleugenaar’ en nog wat dingen had mogen noemen.

Twee Bokito’s dus, twee alfamannetjes, twee kleine pasja’s, die gisteren in de rechtbank in Amsterdam zaten en bekeken werden door de journalisten (ofwel de opgewonden dierentuinbezoekers, ja sorry, ik heb even lol met metaforen). Bokito Bram en Bokito Jort hadden precies dezelfde kleren aan. Misschien was het iets instinctiefs, om een gebroken wit zomerpak met een lichtblauw overhemd en een blauwe stropdas te dragen. Een outfit die uitstraalt: ik zit hier in mijn zomerpakkie, het leven lacht me toe, deze zaak ga ik winnen, en ik ga straks naar het strand om het te vieren met een paar lekkere wijven.

Want lekkere wijven, daar ging die zaak eigenlijk om. Je bent een Bokito of je bent het niet. Dat begreep ik uit de vele artikelen over deze zaak. De Bokito’s hadden ooit ruzie om een knappe vrouw, dat liep uit op gescheld, en dat liep uit op een rechtszaak. Ik zeg: sleur elkaar dan gewoon wat in het rond en bijt elkaar eens wat, maar deze Bokito’s moesten het allemaal ingewikkeld maken. (De enige eigenschap die de mens onderscheidt van de mensaap: wij maken alles ingewikkeld.)

De rechter had een slim vonnis bedacht. Bokito Jort werd niet schuldig bevonden vanwege zijn gescheld. Behalve voor één van zijn scheldwoorden: maffiamaatje. Zo hadden beide Bokito’s een beetje gewonnen en was de rust op de apenrots wedergekeerd.

De Bokito’s werden de rechtszaal uitgelaten en de verzamelde pers begon te filmen en te flitsen. „Niet flitsen!” riep ik bijna. „Daar kunnen ze niet tegen!” Maar Bokito Bram en Bokito Jort reageerden niet agressief op het geflits. Ze vonden het heerlijk. Heel, heel heerlijk.