Kelder mag veel zeggen, maar niet ‘maffiamaatje’

Journalist Jort Kelder mag advocaat Bram Moszkowicz van het Gerechtshof niet een maffiamaatje noemen. Maar voor Kelder heeft de uitspraak geen gevolgen.

Jort Kelder en Bram Moszkowicz negeerden elkaar gisteren tijdens de uitspraak van het Amsterdamse gerechtshof. Foto Patrick Post, HH Nederland. Amsterdam, 24-05-2007 Advocaat Bram Moszkowicz heeft ook in hoger beroep het kort geding tegen voormalig Quote-hoofdredacteur Jort Kelder verloren. Het gerechtshof in Amsterdam heeft net als eerder de rechtbank in Amsterdam donderdag bepaald dat Kelder geen onrechtmatige uitlatingen jegens Moszkowicz heeft gedaan, op de term Hollandse Hoogte

Zowel Advocaat Bram Moszkowicz als journalist Jort Kelder, allebei gekleed in licht gekleurd pak van Italiaanse snit, verliet donderdagmiddag met opgeheven hoofd het statige Gerechtshof aan de Amsterdamse Prinsengracht. Moszkowicz heeft een beetje gewonnen, maar zijn tegenstander Jort Kelder, voormalig hoofdredacteur van zakenblad Quote, heeft zeker niet helemaal verloren. De strijd tussen de ‘bef’ en de ‘bretel’ is beslecht, maar de winnaar is moeilijk aan te wijzen.

Van het Hof mag Kelder Moszkowicz geen „maffiamaatje” meer noemen. Hoewel die kwalificatie in de visie van het Hof „zeer diffamerend” en „onnodig kwetsend” is, vond de rechter het niet nodig om Kelder hiervoor een sanctie op te leggen. Alle vorderingen van Moszkowicz tegen Kelder werden afgewezen. Rectificatie is niet nodig en ook de vordering tot schadevergoeding is afgewezen.

Volgens hoogleraar Gerard Schuijt, de specialist op het gebied van het mediarecht in Nederland, is het een goed gemotiveerd en feitelijk vonnis. Dat de vorderingen van Moszkowicz zijn afgewezen heeft volgens Schuijt mogelijk te maken met een ruime formulering van die vorderingen. „Als was gevorderd dat Kelder Moszkowicz geen maffiamaatje meer mag noemen, had Moszkowicz een veel grotere kans gehad dat de vordering was toegewezen.”

De strijd begon in januari van dit jaar met uitlatingen van Jort Kelder, toen nog hoofdredacteur van Quote, op de website van het zakenblad en op radio en televisie. Kelder wilde naar eigen zeggen de dubbelrol aan de kaak stellen waarin Moszkowicz volgens hem terecht was gekomen.

Die dubbelrol van Moszkowicz betreft de verdediging van Heinekenontvoerder Willem Holleeder, die sinds januari 2006 vastzit op verdenking van afpersing van de vermoorde vastgoedhandelaar Willem Endstra, tot zijn dood in 2004 eveneens cliënt van Moszkowicz. Kelder vond dat Moszkowicz laakbaar handelde ten opzichte van zijn oud-cliënt Endstra en suggereerde en passant dat Moszkowicz informatie over Endstra zou hebben gelekt. Ook zou Moszkowicz zwart geld aannemen van Holleeder en zeer vriendschappelijke banden onderhouden met de crimineel die in 1987 werd veroordeeld voor de ontvoering van Freddy Heineken en diens chauffeur. In het radioprogramma Stand.nl noemde Kelder Moszkowicz een maffiamaatje.

Moszkowicz spande naar aanleiding van deze uitlatingen een kort geding aan tegen Kelder dat de advocaat in februari van dit jaar op alle punten verloor. Dat de rechter toestond dat Kelder Moszkowicz een maffiamaatje noemde, was voor de Amsterdamse strafpleiter reden om de verdediging van Holleeder neer te leggen. Tijdens een op twee televisiestations live uitgezonden persconferentie kwalificeerde Moszkowicz het vonnis van de kortgedingrechter als „infaam en abject” en kondigde hij aan in hoger beroep te gaan.

Volgens Gerard Schuijt komt het Hof langs dezelfde lijnen als de rechtbank tot de conclusie dat Kelder zijn uitlatingen mocht doen zonder dat op alle punten vast staat dat ze juist zijn. Waar het volgens het Gerechtshof bij de beoordeling van de beschuldigingen aan het adres van Moszkowicz om gaat is niet zozeer de feitelijke juistheid maar de rechtmatigheid.

Daarbij wordt overwogen dat de positie van Moszkowicz al enige tijd ter discussie stond. Het stond Kelder volgens het Hof vrij om zich daarin te mengen. Het feit dat Moszkowicz een bekende Nederlander is en zich net als Kelder „publiekelijk in minder vleiende bewoordingen heeft uitgelaten”, speelt ook een rol.

Gezien al die feiten en omstandigheden vindt het Hof dat Kelder zijn kritiek mocht uiten en dat Moszkowicz weinig reden heeft om zich daarover te beklagen. Maar daarmee is nog niets gezegd over de bewoordingen die Kelder voor zijn kritiek gebruikte.

Op dat punt krijgt Moszkowicz gelijk. Volgens het Hof behoeft het geen betoog dat de kwalificatie maffiamaatje „ernstige gevolgen heeft voor de beroepsuitoefening als advocaat”. Het is een „uiterst schadelijke” uitlating „die verder strekt dan het benoemen van vriendschappelijke betrekkingen met personen uit het criminele milieu”. Daarom oordeelt het Hof dat deze uitlating onnodig grievend is en Kelder hiermee „de grenzen van het betamelijke heeft overschreden”. Vrijheid van meningsuiting impliceert volgens Schuijt dat je veel mag zeggen als er aanleiding toe is. „Maar je moet wel op je woorden letten.”

Het vonnis is te lezen op rechtspraak.nl, LJ-nummer BA5599. Het eerste vonnis heeft LJ nummer AZ8671.