Ieder voor zich, en voor zijn pc

Koen Peeters: Grote Europese Roman. Meulenhoff / Manteau, 296 blz. € 19,95

Daar is hij weer, op de eerste bladzijde van de nieuwe roman van Koen Peeters: de mythische ‘Grote Amerikaanse Roman’. Het verlangen om in één dikke roman het leven zo volledig mogelijk te boekstaven, brandt kennelijk niet alleen in Amerikaanse schrijvers, maar ook in een te Turnhout geboren Leuvenaar. ‘Ik wil een boek schrijven als een Great American Novel, vermomd als een Grote Europese Roman’, schrijft Peeters in de ‘Opdracht’ die aan zijn roman voorafgaat. ‘Ik heb gegoogeld, die bestaat nog niet.’

Een kniesoor zal opmerken dat je met Google niet alles vindt; is Oorlog en vrede geen Grote Europese Roman, of Middlemarch, of Het proces, of De ontdekking van de hemel? Maar het zij Peeters vergeven. Het is goed dat een schrijver van ná de Europese eenwording – jaargang 1959 – zich waagt aan een roman die tijdsbeeld en zielespiegel van ons continent wil zijn. Want, zoals een van de personages in Grote Europese Roman zegt, de eurofielen hebben het alleen over de lengte van ruitenwissers en de dikte van breiwol. ‘In Europa hebben we verbeelding nodig, Robin. Het hogere.’

De aangesprokene in dit citaat is een van de twee hoofdpersonen van Grote Europese Roman. Robin, werknemer bij een Brussels bedrijf in relatiegeschenken, wordt begin jaren nul door zijn baas op een tocht door Europa gestuurd om de nieuwe markt (die ‘een compleet andere benadering’ vergt) te verkennen. Zijn rondreis voert hem langs hotels, taxi’s, vergaderingen en symposia in achtereenvolgens Parijs, Wenen, Bratislava, Boedapest, Praag, Luxemburg, Stockholm, Ljubljana, Rome, Londen, Warschau, Berlijn en Amsterdam – alwaar hij de dingen die hem opvallen noteert in zijn ‘Groot Europees Schriftje’. Ongemerkt geeft hij gevolg aan een gedachte die hem op zijn eerste stedentripje overvalt: ‘Misschien moet iemand dat eens opschrijven: hoe mensen elkaar aanspreken om het verhaal te laten voortgaan, elkaar ontmoeten, begroeten, werken, eten, uitgaan, vrijen en al die grote emoties uiten waarvan kunst en biografieën worden gemaakt.’

Robins belevenissen worden doorsneden met het levensverhaal van zijn baas, Theo Marchand (een bekende naam voor de liefhebbers van het inmiddels zeven romans tellende oeuvre van Peeters). Hij, de in Litouwen geboren ‘wandelende jood’, die zijn familie verloor in de Shoah, is een product van het oude Europa: niet dat van welvaart, open grenzen en vreedzame coëxistentie, maar dat van sappelen, oorlog en xenofobie. Het zal geen toeval zijn dat de rol van de 70-jarige Theo, een Wirtschaftswunderkind van de oude stempel, in het Europa van de euro uitgespeeld raakt; hij trekt zich terug uit zijn bedrijf en slaagt er niet eens in om zijn protégé voor ontslag te behoeden.

Robin is een beetje een vreemde figuur; niet alleen de lezer krijgt weinig hoogte van hem, ook zijn omgeving. Hij is een denker en een observator, en hoewel hij makkelijk contacten legt en in erotisch veelbelovende situaties terechtkomt, slaagt hij er niet in om vrouwen aan zich te binden. Zijn frustrerende ervaringen worden een terugkerende grap in een roman die het overigens van fijnzinnige humor moet hebben – van scherpe twoliners als ‘Wij zijn collega’s. Maar toch is het ieder voor zich, en voor zijn pc’, tot satirische beschrijvingen van de leegheid aan de top van het internationale bedrijfsleven, inclusief business babble en rattengedrag.

Zoals het in de Great American Novel doorgaans draait om de vraag wat het betekent om Amerikaans te zijn, zo onderzoekt Peeters in Grote Europese Roman wat de essentie van Europa is. Als Robin aan zijn queeste begint, heeft hij een nogal beperkte opvatting van zijn studieobject: ‘Europa is iets van vlagjes, mutsjes, linten. De taal van het volk gemengd met de taal van gezagsdragers, en dat gevoed door streekgerechten en gedoopt met het water van Manneken Pis.’ Theo bestrijdt dat, en hoe meer Robin reist, hoe genuanceerder hij wordt. Halverwege het boek beschouwt hij Europa nog als ‘vooral de gedachte van wat het zou kunnen zijn, min de gebreken die het toegedicht worden. Het is ongeveer niets. Een fijne vergissing.’ Tegen het einde prijst hij ‘de beschaafde grensovergangen, de gemengde huwelijken, de gastvrijheid’. Wat niet wegneemt dat hij wel de absurditeit inziet van het feit dat Europa op staatsniveau steeds verder versplintert terwijl alle bedrijven fuseren en internationaliseren.

Grote Europese Roman is niet direct te beschrijven als een roman met een warm kloppend hart; maar wie houdt van humor, spitse gedachten, mooie taal en een slimme constructie wordt niet teleurgesteld. Het boek bestaat uit 36 hoofdstukken, allemaal genoemd naar een Europese hoofdstad; niet voor niets schrijft de schrijver in de ‘Opdracht’ dat hij een roman wil schrijven zoals Primo Levi’s Het periodiek systeem: maar dan ‘alsof elke stad een chemisch element is in een vernuftig Brussels systeem.’ Zo kennen we onze Peeters, die in eerdere boeken (De postbode, Het is niet ernstig, mon amour, Acacialaan) al een belangstelling tentoonspreidde voor maniakaal verzamelen en systematiseren. Zijn Robin (wiens naam roodborstje in het Engels betekent) is niet alleen bezeten van de hoofdsteden en de verschillende talen van de Europeanen, maar ook van vogels, die immers de enige echte wereldburgers zijn. ‘Een mens kan daar veel van leren, het vogelperspectief, het reizen om te leren, de moeilijke deugd van het vroeg-uit-de-veren, en de wetenschap dat de beste zanger het mooiste wijfje krijgt. Ja toch?’