Hoe onderhoudend is een dasloos herenduo?

Barend & Van Dorp. Pauw & Witteman. Knevel & Van den Brink. De talkshows met herenduo’s laat op de avond, met gasten van diverse pluimage (zo heet dat bij gasten, die hebben pluimage) zijn niet meer weg te denken. Je vraagt je af waar je vroeger naar keek, later op de avond. Naar Nova, ja, dat was toen de informatierubriek nummer 1. Maar Nova is niet meer wat het geweest is, zij het dat het nog steeds geregeld een behoorlijke reportage brengt en dat er vaak goede, informatieve gesprekken gevoerd worden. Betere vaak, en informatievere, dan in de talkshows die duidelijk meer als amusement bedoeld zijn. Misschien is dat ook precies wat ze altijd lichtelijk onbevredigend maakt. Knevel en Van den Brink, die nu vier weken aan de slag zijn en nog twee weken te gaan hebben, zijn misschien wel het minst bevredigend van allemaal. Waren Barend en Van Dorp op hun best levendig en gezellig caféachtig, Pauw en Witteman op hun best snijdend en geestig, Knevel en Van den Brink hebben nog niet zoiets als een beste vorm, iets waarin ze uitblinken. De sfeer aan tafel is bij hen beslist vriendelijker en meer ontspannen dan bij P& W, waar altijd een soort ijsstorm lijkt te waaien en de gasten meestal niets zeggen als ze niets gevraagd wordt, want voor je het weet is een van de presentatoren snijdend geestig op jouw kosten, maar de vragen laten bij de Knevels nogal te wensen over.

Dat het allemaal in een talkshow een beetje ontspannen bedoeld is, zie je al aan de kleding: zonder das. Knevel, die in zijn eigen programma altijd met das en wijzende vingertjes politici op zijn mening trakteerde, zit nu dasloos, en eerlijk gezegd ook tandeloos, aan tafel. Eigenlijk wil hij het liefst discussiëren over eerlijke lastenverdeling, verhoging van de AOW, of een duidelijke partijvisie. Dat zag je woensdag, toen Mark Rutte te gast was. Ineens kon Knevel weer gewoon doen: ,,Zeg eens meneer Rutte, nu even alle gekheid op een stokje,…” Maar aan de vrouw die in de kleuterschool in Beilen gegijzeld was geweest als elfjarige wist hij weinig meer te vragen dan: ,,Hoe ervaar je dat dan als eh… als, ja, als kind?” Dat is zo ongeveer zijn enige vraag als het geen politiek mag zijn, ,,Hoe ervaar je dat nou?”

Zijn kompaan Van den Brink daarentegen stelt onwijze beginnersvragen, aan Rob de Nijs bijvoorbeeld: „Rob, jij hebt nu een carrière van veertig jaar achter de rug, kun je zelf een hoogtepunt aangeven?” Of geeft zelf liefst meteen het antwoord als hij iets vraagt: „Komt er een moment dat je de hoop opgeeft of zegt u: de hoop geef je nooit op?”of „Had jij zoiets van : ik ben nu drie jaar aan het werk, één zo’n avondje maakt dat allemaal kapot?”Ja, grappig, dat was precies wat de mensen dachten. „Ja, ja”, zegt Van den Brink dan gehaast, want hij maakt altijd de indruk dat de gasten hem enorm ophouden, dat hij eigenlijk geen tijd heeft voor hun antwoorden, dat hij snel, snel, snel naar zijn volgende vraag moet. Zijn gezicht staat altijd op ongeduldig en schiet eens op. Zodat de heren eigenlijk allebei bijzonder weinig empathie vertonen.

Daar dienen de vrouwelijke ‘sidekicks’ natuurlijk voor, elke avond een andere, om af en toe een inlevende vraag te stellen en het gezellig te houden. Ze lijken door niemand geweldig serieus te worden genomen en dat is wel vreemd. En ook niet terecht, zeker niet als het om Esmaa Alariachi gaat, een dragonder vol meningen en geintjes.

Nu ja, het is blijkbaar heel, heel moeilijk, een leuke en onderhoudende talkshow. Vooral als iedereen ook nog eens almaar dezelfde gasten vraagt. Gisteravond weer Jort Kelder, weer Job Cohen, weer Jaap Jongbloed. Gaap.

discussieer over deze column op www.nrc.nl/ogen