Het is moeilijk zachtmoedige films te maken

Bij drama denken filmmaker én kijker aan agressie en adrenaline. Regisseurs als Tarantino, de Coen-broers, Gus van Sant en Fincher dienen het publiek in Cannes een vuistslag toe.

De verrassingshit van het filmfestival van Cannes is The Band’s Visit van de tot nog toe internationaal onbekende Israëlische regisseur Eran Kolirin. De band uit de titel is een Egyptische fanfare in hemelsblauw operette-uniform, die is uitgenodigd om in Israël een Arabisch cultureel centrum te openen. Ze raken in een godvergeten kibboets verzeild en brengen daar noodgedwongen de nacht door.

Met een weemoedig mededogen wordt het modderen van de personages bekeken. Als de Egyptenaren in een cafeetje gaan zitten, ziet een van de muzikanten op de muur een fotootje van een Israëlische tank. Hij kan de aanblik niet verdragen. Hij zegt er verder niks over, maar we weten van al die door Egypte verloren en door Israël gewonnen oorlogen. Hij hangt zijn pet er overheen, opdat zijn vrienden niet dezelfde pijn en schaamte hoeven te voelen.

Eran Kolirin vertelde in een interview hoeveel moeite het hem had gekost om een zachtmoedige film te maken. Hij moest loskomen van de actiefilm die hij hiervoor had gedraaid voor de Israëlische televisie. „Je voelt de adrenaline stromen als je aan het scenario begint te schrijven. Er maakt zich een zekere agressie van je meester waar je het publiek mee denkt te moeten boeien.”

Haast instinctief, zei Kolirin, balt een regisseur de vuist om zijn publiek in het gezicht te slaan. Het is als het ware het eerste dat in maker én kijker opkomt als ze aan drama denken. „It’s a long journey to be nice.”

Ik keek ineens met andere ogen naar de films op het festival. Hadden die andere regisseurs het geduld van Kolirin niet kunnen opbrengen? Misten ze zijn beheersing? Misschien werden die vermoedens nog versterkt doordat de eerste film die daarna kwam, Death Proof van Quentin Tarantino was. Tarantino heeft als filmmaker zijn ziel en zaligheid in geweldsscènes gelegd, die er dan ook briljanter dan briljant uitzien. Een man, Stuntman Mike, houdt er van om in zijn Death Proof auto-ongelukken te veroorzaken met auto’s waarin jonge meisjes zitten.

Het eerste ongeluk laat Tarantino wel vijf keer zien, zo gaaf vindt hij het. Het wiel dat over het gezicht van een vrouw rijdt. Het afgerukte been. Het glas, het ijzer, het bloed.

Awesome, zeggen Amerikaanse jongetjes dan. Maar de film oogt lui. Het zijn de uit Pulp Fictionbekende, maar niet zo goeie grapjes: landerige dialogen, foxy chicks, fucking footmassages en snelle auto’s. Allemaal actie, allemaal vuistslagen in het gezicht van het publiek, maar na afloop kom je onaangedaan en ongeschonden de zaal uit. Het was maar een spelletje.

Het filmvakblad

Variety maakte zich een beetje zorgen nadat Death Proof in de Verenigde Staten was uitgebracht. Niet dat de redactie liever een zachtmoedige film van Tarantino had gezien. Nee, de schrijver van het artikel constateerde dat de film, samen met Planet Terror van Robert Rodriguez vertoond, was geflopt. De kijkers zouden toch geen genoeg van geweld beginnen te krijgen? De schrijver beloofde straks goed op te letten als Saw 4 wordt uitgebracht. Dan kon hij zeggen of we ons echt zorgen moeten maken over de jeugd van tegenwoordig.

(De Saw-reeks, voor wie dat niet weet, is een serie films rond een sadistische terminale patiënt die ingenieuze martelingen verzint voor mensen die iets op hun geweten hebben. Zijn gevangenen moeten steevast kiezen tussen de dood of gruwelijke pijn om zichzelf te bevrijden. Er wordt veel geschreeuwd in die films.)

Laten we vooral niet moralistisch doen over pulpfilms. Maar één opmerking dan toch. Een jaar geleden gaf de Amerikaanse regisseur Alexander Payne een interview in Cannes. Hij had net een deel geregisseerd van de omnibusfilm Paris, je t’aime, maar hij is vooral bekend als de maker van Sideways uit 2004. Dat is ook al zo’n zachtmoedige film die het verschrikkelijk goed deed bij het bioscooppubliek. Sideways gaat over heel andere modderaars dan de Egyptische muzikanten. Twee oudere vrijgezellen maken een tocht langs Californische wijnkastelen. Je kunt beslist niet zeggen dat Sideways vredig is, maar in elk geval probeert de film geen vuistslagen uit te delen aan zijn publiek. Niet met angstaanjagend geweld, maar ook niet met grappig geweld. De grapjes in Sideways zijn kronkelwegen, soms dringt pas tot je door hoe geestig iets was als het al voorbij is – net als in The Band’s Visit.

Payne werd in Cannes gevraagd naar zijn mening over een andere film op het festival, een gewelddadige film. Had -ie niet veel mee, zei hij. Dacht hij soms dat ze een slechte invloed hadden op de kijkers? Luister, zei Payne, toen Sideways een internationale hit werd, is de omzet van Californische wijnen wereldwijd met 13 procent gestegen. „Dus kom bij mij niet met verhalen dat een film geen invloed heeft op het gedrag van zijn publiek.”

In de hoofdcompetitie

van het filmfestival van Cannes dingen dit jaar vijf Amerikaanse regisseurs mee naar de Gouden Palm. Die Amerikanen hebben stuk voor stuk wereldwijd meer publiek getrokken met één van hun films, dan de overige mededingers met hun hele oeuvre. Waar gaan hun films over? Hebben de makers zich ontspannen, de adrenaline laten wegstromen tot ze op een nice niveau waren aangekomen? Nee. Ze delen vuistslagen uit.

Death Proof is al genoemd. In No Country for Old Men van de Coens jaagt een duivelse huurmoordenaar op een man die een koffer met drugsgeld heeft gevonden. Zodiac van David Fincher gaat over een seriemoordenaar die het gemunt heeft op vrijende paartjes. Paranoid Park van Gus van Sant gaat over een jonge skater die een dodelijk ongeluk heeft veroorzaakt en zich afvraagt wat hij nu moet doen. James Gray’s We Own the Night wordt pas vanavond in Cannes vertoond maar hij gaat over de Russische maffia, dus grote kans dat zachtmoedigheid niet het belangrijkste trefwoord is.

Naar stijl en thematiek zijn dit volkomen van elkaar verschillende films. Ze zijn, op Death Proof na, ook erg goed. Ze wentelen zich niet allemaal met Tarantinesk genoegen in bloederige scènes. Maar ze gaan ze ook niet uit de weg. Gus van Sant toont een zeer expliciet beeld van het slachtoffer, en dan druk ik me abstract uit om niet te veel te verraden. Dat beeld is een vuistslag en die wilde Van Sant ook uitdelen.

Zodiac is ondanks zijn onderwerp en ondanks de filmografie van Fincher (Se7en, Fight Club) nog de minst bloederige van allemaal. Hier is het geweld eerder dreigend dan expliciet en zijn de indringendste beelden gereserveerd voor de personages, die even verontrust zijn door het geweld als het publiek – of misschien wel verontruster dan de gemiddelde Fincher-fan.

No Country for Old Men is een donkere film, de donkerste en ook de beste sinds lange tijd van de Coens. Een rommelaar vindt een koffer met drugsgeld en besluit die te houden. Al snel wordt hij op de huid gezeten door Chigurh, die als huurmoordenaar een voorliefde heeft voor een fles samengeperste lucht met daaraan een spijkerpistool zoals ze in het slachthuis gebruiken. De eerste keer dat we hem zijn wapen zien gebruiken, is onweerstaanbaar komisch gefilmd. Hij heeft een politieauto gestolen en dwingt een andere automobilist tot stoppen. „Komt u even uit de auto”, vraagt Chigurh met zachte stem – hij wordt gespeeld door de beste Europese acteur van dit moment, Javier Bardem. „Is er iets”, vraagt de man terwijl hij uitstapt. „Blijft u maar rustig”, zegt Chigurh. „Kijk even hiernaar.” En hij zet het tuitje van het spijkerpistool op meneer zijn hoofd. Pop.

De wisselwerking tussen rust en geweld, beleefdheid en brutaliteit, maakt dit tot een prachtige scène, zoals de Coen heel veel gedenkwaardige scènes hebben gemaakt rond deze paradox. Geweld in een film kan geestig zijn en oogverblindend esthetisch. Die uitwerking heeft het, bij de gratie van de illusie dat het je in de zaal niet kan raken. Maar daar denkt Alexander Payne gezien zijn ervaringen met Sideways dus anders over.

Charlie Chaplin schrijft

in zijn biografie dat hij ’s nachts vaak in zijn dromen ideeën kreeg voor nieuwe films en dat hij het zonde vond dat hij zich die ’s ochtends nooit meer kon herinneren. Hij besloot een notitieblokje op zijn nachtkastje te leggen. De eerstvolgende nacht dat hij droomde en wakker werd, noteerde hij slaapdronken zijn gedachten in het boekje. Toen hij de volgende ochtend las wat hij had opgeschreven, stond er: boy loves girl.

Je kunt de anekdote op twee manieren uitleggen, Chaplin laat ons de conclusie trekken. Het kan zijn dat hij het noteren van dromen een nutteloze poging tot creativiteitvergroting vond, aangezien je in halfslaap niets zinnigs opschrijft.

Het kan ook dat hij wilde zeggen dat de beste films in zijn ogen altijd terug te brengen zijn tot die drie woorden – altijd over liefde gaan.

Maar dan hebben we het over de dagen dat het melodrama je niet elk uur van de dag via de tv werd toegediend en regisseurs zich nog serieus aan de liefde konden wijden, in plaats van bij wijze van campy grap, zoals nu.

Als er vandaag de dag in een serieus stuk over film nog een adagium over goede cinema wordt aangehaald, dan is het dikwijls van Jean-Luc Godard, die zei dat je voor een goede film een meisje en een pistool nodig hebt. Godard is de filmheld van Quentin Tarantino, en Godard heeft ook een heleboel films zonder pistool gemaakt. Maar het paradigma voor goede cinema is voorgoed veranderd. Het publiek is aan vuistslagen verslaafd geraakt.

Aan Amores Perros, Gegen die Wand, Old Boy, Sin City, 300. Of ze nu in een filmhuis plaatsnemen of in de multiplex, de meeste kijkers willen in de touwen worden gebeukt door een meedogenloze regisseur. Films als The Band’s Visit zullen ook altijd succesvol kunnen blijven, maar die heten dan ook niet voor niets verrassingshits.

Ik denk dat de redactie van Variety zich voorlopig nog geen zorgen hoeft te maken.