Gewone man kan advocaat niet betalen

Voor de middenklasse en voor kleine bedrijven zijn advocaten te duur om naar de rechter te gaan. Dat komt vooral doordat alleen advocaten een rechtszaak mogen voeren.

Marc van Erven keek er wel even van op: „Ik kreeg laatst een factuur van een advocaat die een half uur kijken naar televisieprogramma De Rijdende Rechter declareerde”, zei de directeur van Arag Rechtsbijstand gisteren op het congres Marktwerking in de advocatuur.

Hij gaf het als voorbeeld van de onvoorspelbaarheid van het uurtje-factuurtjesysteem dat gebruikelijk is in de advocatuur. Uit elke enquête over advocaten komt als resultaat dat ze te duur worden gevonden. Uit een recent onderzoek onder kleine bedrijven van juridisch bemiddelingsbureau XS2J kwam een gemiddeld uurtarief van 219 euro. Volgens advocaten is dat een hoge inschatting en zal het eerder 175 euro zijn.

Wat nog meer wringt, is dat cliënten nooit een inschatting kunnen maken van het aantal uren dat een advocaat zal maken voor hun zaak en dus ook de hoogte van de uiteindelijke rekening niet kunnen inschatten. Advocaten werken nog nauwelijks met vaste vergoedingen die ze van tevoren vaststellen.

Door de hoge kosten zien veel kleine bedrijven en particulieren af van het beginnen van een rechtszaak. „Voor particulieren is het in sommige gevallen onbetaalbaar geworden”, zei Van Erven. Vooral de middengroepen zijn het slachtoffer. Mensen met lagere inkomens krijgen geld voor rechtsbijstand van de overheid, voor mensen met hoge inkomens is het betalen van een advocaat minder een probleem.

Veel kleinere bedrijven zien af van het inschakelen van een advocaat, omdat ze geen goed inzicht hebben wat ze kosten en of ze wel kwaliteit leveren, zei voorzitter Loek Hermans van de vereniging van het midden- en kleinbedrijf MKB-Nederland. Er liggen voor advocaten alleen maar kansen, vindt hij. „Pak die markt. U heeft ze nog niet echt, de groep van 600.000 kleine en middelgrote bedrijven. Maar laat uw beschermingsconstructie los.”

Advocaten kunnen namelijk onder meer hoge tarieven rekenen doordat ze weinig concurrentie hebben. Dat komt door het zogeheten procesmonopolie. Dat wil zeggen dat iemand zich in een strafrechtproces, en bij civiele zaken waar het gaat om meer dan 5.000 euro, altijd moet laten vertegenwoordigen door een advocaat.

Rechtsbijstandsverzekeraars willen dat dit monopolie wordt opgeheven, zodat hun eigen juristen een zaak voor de rechter kunnen voeren. „Van de zaken die wij afhandelen komt 3 tot 4 procent voor de rechter, maar die zaken maken 30 tot 40 procent uit van onze kosten”, stelde Van Erven.

Landelijk deken Els Unger van de Orde van Advocaten vindt dat verruiming van de mogelijkheden om een rechtszaak te voeren voor anderen dan advocaten bespreekbaar moet worden. „Niet voor strafrechtszaken, maar wel voor civiele rechtszaken. De Orde vindt dat de grens waarbij een advocaat verplicht is best stapsgewijs opgetrokken mag worden naar 25.000 euro.” Zij noemt de kwaliteit van de rechtsbijstandsjuristen gemiddeld. „Onder de advocatenkantoren zitten heel goede, maar ook heel slechte. Meer marktwerking door het verruimen van het procesmonopolie kan ervoor zorgen dat die slechte advocaten zullen verdwijnen. Dat juichen wij toe.”

Als voordeel ziet ze ook dat de premies voor rechtsbijstandsverzekeringen daardoor kunnen worden verlaagd. En dat geldt ook voor de contributies voor vakbonden en consumentenorganisaties, als de juristen daarvan zelf voor de rechtbank mogen staan.

Maar het kabinet is nog niet zover. Donderdag vergadert de Tweede Kamer over de voorstellen die een Commissie Advocatuur vorig jaar heeft gedaan. Die commissie heeft bepleit dat het procesmonopolie in stand blijft en het kabinet heeft dat advies overgenomen.

Maar advocaten moeten er niet op rekenen dat die afscherming van hun beroep blijft, volgens Hermans: „Dat procesmonopolie gaat eraan. Is het niet onder dit kabinet, dan wel onder het volgende.”