‘Geweld is voor mij gevaarlijk en bijbels’

Martin Scorsese gaf gisteren in Cannes een masterclass. Het werd een openbaar interview met een man die leeft voor film. „East of Eden werd een religieuze obsessie voor mij.”

Voordat de les begonnen is, ontstaat er opwinding in de klas. De meester is er nog niet, maar zijn beste leerling wel en dit wil iedereen op foto vastleggen: Quentin Tarantino zit in de zaal bij Martin Scorsese, voor een masterclass.

Tijdens het festival van Cannes wordt elk jaar een masterclass georganiseerd met een beroemdheid uit de filmwereld. De ontmoeting van gisteren laat zich beter omschrijven als openbaar interview. Scorsese werd bijna twee uur lang ondervraagd door de vooraanstaande Franse filmjournalist Michel Ciment. De klas was verplaatst naar een grotere zaal, die was tot aan de traptreden gevuld met geïnteresseerden en de Amerikaanse regisseur werd bij binnenkomst als een koning toegejuicht. Aan het gesprek was dat verder niet te merken. Als Scorsese over film begint te praten is dat met eindeloos enthousiasme en moet de ondervrager de antwoorden soms ruw onderbreken om een volgend onderwerp aan de orde te stellen.

Scorsese – lichtbruin pak met witte blouse, een enorme bril die hij van Woody Allen kon hebben geleend, vertelde over zijn kennismaking met film. Als kind had hij een astmatische aandoening, die hem vaak verhinderde buiten te spelen. Zijn ouders waren arbeiders, die lazen nauwelijks, dus film was de gangbare afleiding. Volgde een spervuur van titels en regisseurs. ,,East of Eden werd een religieuze obsessie voor mij.”

Hij vertelde over de eerste lange film die hij maakte, Who’s That Knocking? „Drie jaar over gedaan. Weken zoeken naar geld, dan gauw even draaien, dan weer weken wachten tot je de camera kon lenen. Harvey Keitel, mijn hoofdrolspeler, had er genoeg van. Hij wilde verder met zijn baantje als stenograaf bij de rechtbank.”

Ciment liet zes fragmenten uit Scorsese’s oeuvre zien. Niet alleen om de diversiteit van diens werk te tonen, maar ook omdat ze vol zaten met aanknopingspunten om over het métier te spreken. De acteurs in Mean Streets. Het camerawerk in Raging Bull. De timing in After Hours. De voice-over in Age of Innocence. De muziek in Casino. Het gebruik van kleur in Kundun. En over geweld, natuurlijk. Want, zoals Ciment het uitdrukte: „Er zijn twee zaken cruciaal in een film: geweld en sex.” „Ik heb nooit sex gefilmd”, zei Scorsese tot hilariteit van de zaal – zijn films druipen van het geweld.

„Geweld was in de buurt waar ik opgroeide alomtegenwoordig. Niet dat ik er vaak het slachtoffer van werd. Ik had dus astma; als ik geslagen werd, ging ik meteen neer en liep mijn gezicht blauw aan. Maar er was altijd het gevoel dat het kon gebeuren. Elk moment. Dat zie je ook in The Departed. Het personage van Leonardo DiCaprio, de undercover, moet steeds over zijn schouder kijken. Altijd dreigt geweld. En in die milieus is het geweld snel, gevaarlijk, bijbels. Net als in mijn jeugd.”

In de rest van de tijd noemde Scorsese vooral namen en werk van anderen. Dat was niet uit koketterie. Hij kan goed de gebreken van zijn werk zien. „Als we nog zes maanden aan The Last Temptation of Christ hadden kunnen monteren, was alles wèl op zijn plaats gevallen.” Uit het hele interview sprak oprechte liefde en eerbied voor de filmgeschiedenis. Scorsese had eerder op het festival de oprichting van de World Film Foundation aangekondigd, een organisatie die zich de conservering van films over de hele wereld ten doel heeft gesteld, net zoals de American Film Foundation die Scorsese eerder heeft helpen oprichten dat in de VS doet. „Negentig procent van alle zwijgende films in Amerika is verdwenen. Van alle Amerikaanse films die voor 1950 zijn gemaakt, is de helft onvindbaar. De regisseurs die zich aan deze organisatie hebben verbonden, hebben begrepen dat het ons werk ook zal overkomen als niemand iets doet.”

Er was na afloop van het interview – toen Tarantino allang weer weg was – een nog donderender applaus voor de man die van en voor film leeft. „Misschien dat andere mensen dat kunnen: films maken en er een persoonlijk leven op na houden. God zegene hen.”

Podcast van Bas Blokker op www.nrc.nl/cannes2007