Foutieve geurproeven bij 1.600 veroordeelden

Bij ruim 1.600 veroordeelden is mogelijk een onjuiste geur- identificatieproef afgenomen. Veroordeelden die menen dat zij daardoor ten onrechte zijn veroordeeld, kunnen bij de Hoge Raad een herzieningsverzoek indienen. Tot nu toe zijn er vijftien herzieningsverzoeken gedaan.

Vanochtend heeft het College van Procureurs-Generaal het aantal verkeerd uitgevoerde geurproeven bekendgemaakt. Alle geurproeven zijn afgenomen in de periode van september 1996 tot maart 2006 door speurhondenteams van de politiekorpsen in Noord- en Oost-Nederland.

De onjuiste geurproeven werden ontdekt tijdens twee zaken in hoger beroep bij het gerechtshof in Leeuwarden in oktober en november 2006. Tijdens die zaken verklaarden speurhondenbegeleiders dat zij de geurproeven niet volgens de regels hadden uitgevoerd.

De proeven zijn bedoeld om een voorwerp dat betrokken was bij een delict te koppelen aan de mogelijke dader. Ter controle moeten er ook monsters van andere personen en voorwerpen bij de proef worden opgenomen. De speurhonden moeten vervolgens de juiste combinatie van geuren herkennen. De hondenbegeleiders mogen niet van te voren weten welk voorwerp is gebruikt en welke persoon verdacht is.

De hondenbegeleiders erkenden dat zij bij de proeven wel op de hoogte waren wie de verdachte was en welk voorwerp gebruikt was bij het delict. Mogelijk, zo oordeelde het hof in Leeuwaren, hebben de begeleiders daardoor de honden ongewild ‘gestuurd’.

Het College van Procureurs-Generaal heeft naar aanleiding van die twee arresten onderzocht hoeveel identificatieproeven er door de hondenspeurders waren afgenomen. Eerder werd bekend gemaakt dat het om 2.685 proeven ging. Volgens een woordvoerder zaten in dat aantal ook dubbeltellingen, sepots en vrijspraken. Overgebleven zijn de 1.600 gevallen waarbij de geurproef in elk geval als ondersteunend bewijs is gebruikt voor een veroordeling.

Alle 1.600 personen krijgen een brief. „We opperen de mogelijkheid om naar de Hoge raad te gaan. Wij kunnen niet inhoudelijk beoordelen of en hoe de geurproef heeft geleid tot veroordeling en of herziening zinvol is,” zegt de woordvoerder. „Dat is aan de veroordeelde of aan zijn advocaat.”

De rijksrecherche is eind vorig jaar begonnen aan een ‘oriënterend’ strafrechterlijk onderzoek naar zes hondenbegeleiders van de politiekorpsen in Noord- en Oost-Nederland. De hondenbegeleiders zijn gedurende dat onderzoek uit hun functie ontheven.