Eindspel over Grondwet

De EU-landen willen dat er op de top op 21 en 22 juni duidelijkheid komt over hoe het verder moet met de Europese Grondwet. Dat geldt niet voor wát er in moet komen te staan.

Stukje bij beetje beginnen zich de contouren af te tekenen van het compromis dat de Europese Unie uit haar bestuurlijke crisis zou kunnen helpen.

Verschillende EU-landen houden hun kaarten weliswaar nog tegen de borst, maar op grond van wat er doorsijpelt, valt wel een nieuwe tussenstand op te maken.

Onomstreden doel is om op de Europese top van regeringsleiders op 21 en 22 juni een opdracht te formuleren voor een regeringsconferentie. Deze conferentie (van diplomaten) moet een uitweg zoeken uit de impasse die is ontstaan na de afwijzing van de Europese Grondwet door Frankrijk en Nederland twee jaar geleden.

Duitsland, de huidige EU-voorzitter, bereidt de opdracht voor. Het tijdpad is uitgestippeld. Voor de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni 2009 zou er een nieuw EU-verdrag moeten zijn. Als daar de tijd van wordt afgetrokken die nodig is voor de nationale goedkeuringsprocedures (ruim een jaar), dan zou de conferentie dus uiterlijk begin volgend jaar, als Slovenië EU-voorzitter is, moeten worden afgerond.

Over de inhoud van de opdracht wordt al lang gesteggeld. Duidelijk is dat de naam ‘grondwet’ zal sneuvelen en de ambities zullen moeten worden ingetoomd.

De achttien landen die de Europese Grondwet hebben goedgekeurd, willen het aantal onderwerpen waarover heronderhandeld zal worden uiteraard zo klein mogelijk houden.

De nieuwe Franse president, Nicolas Sarkozy, koos daartegen deze week positie. „De relatieve verlamming van Europa kan niet langer duren”, zei Sarkozy. Als enige uitweg zag hij een ‘vereenvoudigd verdrag’ (traité simplifié).

Sarkozy hield zich inhoudelijk op de vlakte, maar liet wel doorschemeren niet veel verder te willen gaan dan de ‘institutionele’ vernieuwingen uit de gesneuvelde grondwet: een vaste voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders, een kleinere Europese Commissie, een EU-buitenlandcoördinator die tevens deel uitmaakt van de Europese Commissie en de stemverdeling tussen de lidstaten in de Raad van EU-ministers (die beslist over Europese wetgeving). Slaagt Sarkozy in deze opzet, dan heeft hij al bedongen dat er in Frankrijk geen nieuw referendum zal volgen.

Nederland is de enige grondwettegenstander die zijn verlanglijstje openbaar heeft gemaakt. Het telt acht punten, waarvan de verdeling van bevoegdheden de harde kern vormt. Den Haag is bereid bestaande veto’s (bijvoorbeeld op justitieterrein) op te geven om Europese besluitvorming te oliën, mits de competenties scherper worden afgebakend.

„We kunnen er niet omheen dat mensen bang zijn voor het opgeven van veto’s. Bang zijn voor een sluipende uitbreiding van bevoegdheden. Daarom moeten we hier duidelijk zijn”, zei premier Jan Peter Balkenende deze week in het Europees Parlement.

De komende weken moet duidelijk worden wat hiervan overeind blijft. Balkenende weet, na de ervaringen van twee jaar geleden, als geen ander dat zijn handtekening onder een compromis op de junitop geen garantie is voor voldoende draagvlak thuis.

Maar hij weet ook dat Nederland zijn positie als ‘risicoland’ kan uitbuiten. In dit verband wees oud-directeur Fred van Staden van denktank Clingendael er vanmorgen in het Financieele Dagblad op dat het geen kwaad kan onduidelijkheid te laten bestaan over het al dan niet houden van een referendum in Nederland.