Echt boekenmeisje

Sheridan Hay: Het geheim van verloren zaken. Vertaald door Titia Ram.Cargo, 383 blz. €19,90

Meisjes van achttien gaan al eeuwen op zoek naar zichzelf. Dit hoeft geen probleem te vormen, maar als ze ook nog driftig lezen, gaat het wel eens mis. De verbeelding heeft de nodige Emma Bovary’s geschapen. De debuutroman Het geheim van verloren zaken van de Australische schrijfster Sheridan Hay gaat over de fatale én vitale invloed van boeken op meisjes.

Na de dood van haar moeder verlaat de 18-jarige Rosemary haar geboorteland Australië om in New York een nieuw bestaan op te bouwen. Ze neemt de as van haar moeder mee, en die wordt in de grote stad haar voornaamste gesprekspartner. Al snel vindt Rosemary een baantje in een grote boekwinkel, de Arcade geheten – zichtbaar geïnspireerd op de legendarische boekhandel Strand in New York. In de boekhandel belandt het onbeschreven blad Rosemary in een rariteitenkabinet. Haar collega’s zijn onder anderen een albino, een mooie jongen met een obsessie voor stoffen en een transseksueel in spe. Deze karikaturen worden met elkaar verbonden door de zoektocht naar een verloren manuscript van de Amerikaanse schrijver Herman Melville, The Isle of the Cross. Als een graal vormt Melvilles roman een onzichtbare macht, die Rosemary uitnodigt zich te ontwikkelen om het mysterie zelf in te vullen. De literatuur weekt het meisje in eerste instantie los van de realiteit, om haar vervolgens af te sturen op een confrontatie met de werkelijkheid, die des te pijnlijker is.

Doordat Hay’s roman vanuit een terugblikkende Rosemary is geschreven, ontstaat het probleem dat haar leermomenten te nadrukkelijk zijn. Op gezette tijden verneemt de lezer de ontwikkeling van haar psychologische gesteldheid en de bijbehorende conclusies. Het geheim van verloren zaken zakt dan af naar het niveau van een plakboek waarin de gedachten zorgvuldig, maar duidelijk achteraf zijn vastgelijmd.

Wat ook niet helpt is dat Hay een nadrukkelijke neiging tot intertekstualiteit tentoonspreidt; zij legt haar personages voortdurend zinnen van Shakespeare en Auden in de mond. De schrijfster voelt zo’n grote drang om haar – weliswaar interessante – ontdekkingen over literatuur, verlies en herinnering aan de lezer mede te delen, dat ze talrijke karakters opzet, maar niet uitwerkt.

Toch schijnt Hay’s oprechte ernst door de bladzijden heen. Deze komt vooral tot uiting wanneer de schrijfster vergeet dat ze een ontwikkelingsroman schrijft en de rust neemt om stil te staan, zoals in de passages waarin New York wordt beschreven. Op deze momenten verdwijnt Rosemary’s eenzaamheid niet in een psychologisch zwart gat, maar raakt de ruimte ermee gevuld. Dan bezinken Hay’s conclusies wél.