‘Deze wijk lijkt op mij’

Angelhead, heet de tweede plaat van de Puerto Ricaans/ Belgische zanger en muzikant Gabriel Rios. ‘Een teken dat ik met beide benen op de grond sta,’ legt hij uit tijdens een wandeling door Gent.

Vanwege een verliefdheid verruilde hij twaalf jaar geleden zijn vaderland Puerto Rico voor Vlaanderen – Gent, om precies te zijn. Vandaag gaan wij er wandelen en praten over zijn nieuwe plaat. Zanger/muzikant Gabriel Rios (29), klein, knap en tenger, met een gekleurd wollen mutsje over de oren, en nonchalante wit-met-groene Nikes aan zijn voeten, heeft de hele middag om mij zijn Gent te laten zien. Tegen het middaguur is hij net uit bed. Hij is ontspannen en nog een beetje loom: gisteravond heeft hij met zijn nieuwe band de voltooiing van zijn tweede album Angelhead gevierd. Heerlijk vindt hij het, het hebben van een echte band. „Opeens heb ik discussie over nummers. Zoals dat liedje For the Wolves, dat vonden ze echt belachelijk eighties.” Lachend: „Niet dat ik daarnaar geluisterd heb, trouwens, ik wilde het echt zo.”

Nadat we elkaar hebben ontmoet op het kantoor van zijn Belgische agentschap, vertrekken we richting Gentse haven. We liften mee in de auto van de fotograaf, Rios achterin, terwijl hij nadenkt over de vraag waarom zijn tweede plaat zo eighties, zo nostalgisch klinkt. „Het is het geluid van mijn jeugd. Natuurlijk, latin, dat was de soundtrack van mijn leven. Ik hoorde het dag in dag uit, daar was ik me haast niet van bewust. Maar Puerto Rico is altijd sterk gefocust op de Verenigde Staten, en dus ben ik ook opgegroeid met Amerikaanse jaren-tachtigdisco. Disco was daar nog veel gelikter dan bij jullie. Madonna, Cindy Lauper, dat soort dingen. En opeens duiken daar elementen van op in mijn muziek.”

Ook de Belgische muziekscene heeft hem gevormd. „Toen ik hier net was luisterde ik aan een stuk door naar Worst Case Scenario, het debuutalbum van dEUS, fantastisch vond ik dat. En ik ontmoette Flip Kowlier, nog steeds een goede vriend. Hij maakte me wegwijs in de muziekwereld.” Het resulteerde in een ontmoeting met voormalig Technotronic-producer Jo Bogaert („de enige hier in de omgeving”), met wie hij zijn debuutalbum Ghostboy (2004) maakte. Daarvan werd vooral het lief-onheilspellende, minimalistische liedje Broad Daylight bekend, dankzij de Appelsientje-reclame en Theo van Goghs 06/05.

Ghostboy neeg meer naar

latin, maar ook daarop waren keyboard en synthesizer al dominant. Dankzij Bogaert kwamen alle composities van gitarist Rios toen uit de computer. „Ik vond het geweldig om alle mogelijkheden daarvan te ontdekken.” Dit keer is de eighties-sound veel nadrukkelijker. „Dat is het gevolg van een artistieke zoektocht, van muzikaal volwassen worden. Nu ik bijna dertig ben, grijp ik muzikaal meer terug op mijn jeugd. Maar dat geldt niet alleen voor mij; ik hoor het overal om me heen. Kennelijk zijn veel invloedrijke mensen in de populaire cultuur ook geworteld in die traditie.”

We zijn intussen uitgestapt en slenteren door de straten van een niet al te aantrekkelijke havenwijk. Maar hier wilde Rios heen, omdat, zo zegt hij, deze wijk een transformatie doormaakt waarin hij zich artistiek herkent. We belanden bij een haventje, zo te zien halverwege een grondige renovatie. Er zijn moderne, lichte, stenen oevers aangelegd, die overgaan in brede, uitnodigende treden, waar inderdaad vrijelijk plukjes mensen over zijn verspreid. Aan de overkant van het brede, glanzende kanaal worden de huisjes aan de kade opgeknapt. Een wazig zonnetje werpt glanzende spikkels op het wateroppervlak. „Mooi hè”, glundert Rios. „En dat terwijl dit een hele duistere, onheilspellende plek was. Ik hou van dat soort overgangen, van gloomy naar niet-gloomy, of andersom. Dat zit ook in mijn muziek.”

Inderdaad zijn de teksten van zijn nummers vaak somberder dan de vrolijke muziek doet vermoeden. Zo ook in I’m Gonna Die Tonight van het nieuwe album Angelhead. De trage, zwoele soulsound suggereert een lofzang op de liefde van een vrouw. Maar zoals de titel al aangeeft, gaat het ergens anders over. Toch, zegt Rios opgewekt, is het helemaal geen somber nummer. „Het gaat over iemand die vastzit in een bepaalde levensstijl, en daaruit wil ontsnappen. Niet voor niets eindig ik het refrein steeds met ‘It’s gonna be allright’. Mensen zeggen wel eens tegen mij dat ik altijd iets sombers in mijn liedjes stop, ook al zijn ze heel vrolijk. Maar volgens mij is het andersom: ik zoek juist tijdens de sombere momenten ook altijd naar een positieve noot.”

We gaan op weg naar

het centrum van Gent, voor een lunch in een oer-Belgisch café. Rios – het interview deed hij tot nu toe in het Engels – bestelt met vloeiend Vlaamse tongval zijn koffie met kaasrol. Waarom heeft hij voor I’m Gonna Die Tonight de vorm van een soulnummer gekozen? „Ik heb de tekst op latinmuziek geprobeerd, en dat klopte niet. Soul wel – hoewel dat natuurlijk eigenlijk over een vrouw hoort te gaan, maar daar had ik niets over te zeggen.” Lacht: „Niet eens iets seksueels.”

„Maar zo heb ik voor elk nummer geprobeerd een bijpassende vorm te vinden, verdeeld over verschillende genres. Ik ben echt gaan kijken: waar gaat een nummer over, wat is de essentie? Vervolgens heb ik de muziek erbij gezocht, en het daarbij gehouden. Is dit een soulnummer, dan doen we er niet óók latinelementen in. Dat is anders dan op Ghostboy, toen ik nog alles door elkaar wilde proberen. Ik verloor mezelf toen soms een beetje in alle mogelijkheden, denk ik. Nu wil ik toegankelijkere muziek maken. Ik ben scherper gaan kiezen. Dat heeft denk ik ook te maken met volwassen worden.”

Hoewel Angelhead punk, rock, soul en ook nog een vleugje latin zijn terug te vinden, is inderdaad overwegend steeds één nummer uitgevoerd in één en dezelfde stijl. Zo krijgt het openingsnummer The Boy Outside met zijn stevige intermezzo’s van elektrische gitaar het karakter van een rocknummer, kent Common Cold een spannende zweem van punk, is het swingende The Fall vooral funky en zijn Tu No Me Quieres en Las Calaveras onvervalste latinsongs. Het is een stevig, swingend, veelzijdig, en organisch geheel, met geestige vleugjes eighties-nostalgie en, soms iets te vet aangezette, –parodie.

Beseft Rios dat hij met die mix van genres precies tegemoetkomt aan de wensen van de iPod-generatie, die dankzij de shuffle-functie op de MP3-speler niet anders gewend is? „Ja, ik weet het. Maar ik doe het niet bewust om die reden; ik heb altijd op deze manier muziek gemaakt. Mijn vader maakte vroeger thuis mixtapes met alle genres door elkaar. Dus ik hoorde daar The Beatles en Weather Report na elkaar, afgewisseld met Tupac Shakur en The Simple Minds. Voor mij is dat vanzelfsprekend.”

Is de hoeveelheid aan genres

ook te danken aan de inbreng van zijn, pas onlangs bijeengezochte, band – zeven muzikanten die vroeger speelden met onder anderen Flip Kowlier – hebben zij misschien een meer ‘Europese’ stempel op de plaat gedrukt? Hij denkt lang na. „Dankzij de band klinkt deze plaat in elk geval steviger, voller – volwassener, hoop ik. En hij is minder latin, zeker. Ik heb een lastige relatie met latin omdat het zo dichtbij komt. Wel heb ik recent een paar hele goede latin-nummers gemaakt, die niet op het album zijn beland, ik weet nog niet waarom. Misschien zijn de latin-nummers zich aan het verzamelen, om straks wraak te nemen.”

Hartje Gent naderen we de Sint-Baafskathedraal. Wanneer hij maar kan loopt Gabriel Rios hier even naar binnen. Niet omdat hij religieus is, maar om tot rust te komen, na te denken, inspiratie op te doen – hij neigt soms zelfs een beetje naar het zweverige. Zoekend koppelt hij de betekenis van Angelhead aan de transformatie die hij doormaakt. „Je kan die samentrekking van het etherische ‘angel’ en het meer aardse ‘head’ interpreteren als de beschrijving van iemand die misschien nog wel een beetje met zijn hoofd in de wolken verkeert, maar tegelijkertijd al tamelijk stevig met beide benen in dit aardse bestaan staat. Voor mijn gevoel is dat neerdalen een nieuwe fase na Ghostboy, een term die voor mij sloeg op een veel kinderlijker, meer zwevende levenswijze.”

Is het laatste nummer op de plaat, Wish, een lief maar vergeleken met de rest van het album tamelijk kaal liedje met vrijwel uitsluitend akoestische gitaar, daar ook een voorbeeld van? „Absoluut. Ik ben mij artistiek nog volop aan het ontwikkelen, maar misschien gaat mijn muziek wel die kant op, terug naar de basis. Niet voor niets is Wish het laatste nummer van dit album – dat is waar het muzikale proces mij dit keer heeft gebracht. Misschien is het ook wel een voorbode voor een volgende plaat, die weer veel aardser, basaler zal zijn dan Angelhead. Ik ben heel nieuwsgierig geworden naar muzikale eenvoud. Zomaar mijn gitaar oppakken en een liedje spelen – twee jaar geleden had ik dat niet eens gekund. Maar nu wil ik gewoon graag een eerlijke muzikant zijn. Ja, een troubadour.”

‘Angelhead’ is verschenen bij PIAS. Gabriel Rios staat op 27/5 op Pinkpop, www.pinkpop.nl