Dansen door de muziek

Sinds dochter (3) vanmiddag haar allereerste balletles heeft gehad, zit ze op een roze wolk. „Morgen”, zucht ze gelukzalig tegen iedereen die het horen wil, „morgen ga ik wéér naar ballet.” De enkele niksnut die waagt op te merken dat er toch niet élke dag balletles kan zijn, kijkt ze niet-begrijpend aan. ‘Morgen’ is simpelweg alles wat nog komen gaat. Zoals ‘gisteren’ alles is wat is geweest. Gisteren was ze jarig, werd ze door een wesp gestoken, sliep ze bij oma en viel ze van de trap. Morgen wordt ze vier, krijgt ze een baby, gaat ze in een tent met vakantie en naar ballet.

Vorige week zag ik ergens een verweerd postertje hangen. ‘Kleuterballet’ stond erop. En daaronder iets over proeflessen. Toen dochter doorhad waar het stenciltje over ging, liet ze me niet meer met rust. „Ballet”, wist ze te vertellen, „dat is dansen door de muziek en dat wil ik het aller-allerliefst.”

In het lokaal stonden tien meisjes van drie en vier jaar, die allemaal Noëlle heetten of Amelie. Ze hadden roze balletpakjes en tutuutjes aan, glinstersteentjes in hun haar en echte balletschoentjes met een klein elastiekje over de wreef. Een van de ballerina’s had roze engelenvleugeltjes op haar rug. Ze maakten buiginkjes met hun handen in hun zij en deden met toewijding een stoplicht, een fiets en een vliegtuig na. Dochters gezichtje sprak boekdelen. Ze was in de roze hemel. Hier had zij haar korte doch hevige bestaan naartoe geleefd. Dansen door de muziek. Ze had haar roeping gevonden.

Na de les stapten we hand in hand naar de juf om te bedanken en ons in te schrijven. „Je vond het leuk hè?” zei juf en woelde even door dochters haar. „Je deed het ook hartstikke goed. Maar we zitten vol. Er is een wachtlijst. Misschien over anderhalf jaar.”

De rest van de dag probeer ik dochter uit te leggen wat een wachtlijst is. En dat het wel ‘even’ kan duren voor ze weer naar ballet kan. ‘Een tijdje’ tot er ‘plaats’ is.

Dochter knikt wijs en begripvol. „Ja”, zegt ze, „Morgen. Morgen ga ik weer naar ballet.”

Roos Ouwehand