Bruiloften en bouwmarkten

nrc.next doet dagelijks verslag van de eindexamens

Wiskunde (vmbo bb) door de ogen van Margriet van der Heijden (vwo), examenjaar 1982, cijfer 8.

Uit het examen wiskunde (vmbo bb): ‘hoeveel glazen vergt een champagnetoren?’ Foto Hollandse Hoogte SCHEVENINGEN, 30 DECEMBER 1999 WERELDRECORD CHAMPAGNEGLAZEN STAPELEN (30.856) DOOR LUUK BROOS IN HET KURHAUS.GLAZEN.DRANK.ALCOHOL. FOTO MARTIJN BEEKMAN/HH Hollandse Hoogte

Waarschijnlijk wordt over geen vak zoveel gediscussieerd als over wiskunde. Kunnen leerlingen nog integreren en differentiëren? Of kunnen ze alleen de knopjes van hun vermaledijde grafische rekenmachines indrukken? En wordt kansberekening tegenwoordig niet veel te concreet gebracht? Weten ze wel genoeg van goniometrie?

Het is bijna om zenuwachtig van te worden – al die termen. Goniometrie, hoe zat dat ook weer met sinus en cosinus? Zijn de trucjes voor integreren niet weggezakt in een vergeten hoek van mijn hoofd? Misschien zelfs voorgoed gewist? Straks is het examen helemaal niet makkelijker dan vroeger en val ik door de mand.

Maar het valt mee. Het valt zelfs verschrikkelijk mee, zo blijkt al direct bij de eerste opgave. Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, meer wordt in deze opgave niet gevraagd. Van een grafische rekenmachine is sowieso geen sprake. Nee, die discussies gaan niet over de wiskunde van het vmbo.

De wiskunde op het vmbo, die gaat vooral over rekenen. Over basale kennis voor in het leven van alledag. Voor als je wilt sparen bijvoorbeeld. Zoals de brave, blonde zusjes Anne en Jasmijn uit de opgave (van allebei staat er een foto) die elke week 1,50 en 2,50 euro sparen – een bedragje overigens, dat eerder past bij een zesjarige dan bij een vmbo-eindexamenkandidaat. En inderdaad: zo kost het dus maanden om het geld bij elkaar te sprokkelen voor een computerspelletje van 58,95 euro, zo moeten de kandidaten met deze som bewijzen.

Hoeveel van hen zullen daarna in de zenuwen verkeerd hebben geantwoord op deze moeizaam geformuleerde strikvraag: „Wie van de zusjes zal door te sparen het eerst haar bedrag na de drie maanden verdubbeld hebben?”

De volgende opgaven zijn ietsje moeilijker. Er moet berekend worden hoeveel glazen een hoge toren van champagneglazen (kwadraten) vergt. Er moet een grafiekje worden getekend van de in de sportschool maximaal toelaatbare hartslag bij verschillende leeftijden (jammer dat op de foto een degelijke veertiger staat). En er moet een kippenhok op palen worden gebouwd.

Hoe hoog staat het hok, afgaande op de niet volledige bouwtekening, boven de grond? En hoeveel dakbedekkingsmateriaal moet er bij de bouwmarkt worden gehaald om het piramidevormige dak waterdicht te maken?

De laatste en moeilijkste vraag gaat over de grote tomatenkas van de familie Aldegeest (35.000 vierkante meter) waarin dagelijks water uit een regenwaterbassin wordt gesproeid. Hoeveel water is elke week nodig voor de tomatenplantjes? En hoeveel water komt de familie na een jaar tekort als ze alleen het bassin gebruikt (en dat dan omgerekend van kubieke meters naar liters)?

Ging er gistermorgen na anderhalf uur een zucht van verlichting door examenzalen in het land? Als er geregeld geoefend is op school, én als de leerlingen de vrij lange teksten rustig gelezen hebben, dan zouden de meeste leerlingen zich hier wel doorheen moeten slaan.

En nee, het is in elk geval geen kennis die na tien jaar in een vergeten hoekje van je hoofd belandt.