Boomklimwedstrijden

Vierendertigste deel van een serie over bomen in Nederland. Vandaag: wedstrijden in de bomen.

Op Nijenrode in Breukelen wordt vandaag en morgen het elfde Nederlandse kampioenschap boomklimmen gehouden. De organisatie van dit evenement berust bij de Kring van Praktiserende Boomverzorgers (587 leden).

Walter Hak was winnaar in 2001, 2004 en 2006. Hij zou, zegt hij, best eens een jaar willen overslaan, maar je moet je titel toch verdedigen.

„Hoe oud ben je?” vraag ik.

„Drieëndertig.”

„Dan komen er nog jaren genoeg om over te slaan.”

Boomverzorging is een bloeiende bedrijfstak, voornamelijk bemand door kleine zelfstandigen, die hun onderneming om te beginnen van een passende naam voorzien. Dendrocura, heeft Hak bedacht. Tussendoor bouwt hij voor zichzelf een eenvoudig huis met een magnifieke ligging in Noordeloos.

Klimmen, legt hij uit, is in zijn vak een specialisme. je kunt niet elke boom bereiken met een hoogwerker, en je kunt, vooral bij een brede kroon, niet elke plek ín een boom bereiken met een hoogwerker. Vandaar. Klimcursussen. Hij geeft ze inmiddels zelf. „Je ziet”, zegt hij, „meteen wie er aanleg heeft.”

„Allemaal van die pezige mannetjes?”

„Zwaarder kan ook. Maar hoe zwaarder je bent, hoe meer spierkracht er voor komt kijken; daar is wel een grens aan.”

Klimmen om een boom af te breken als er geen ruimte is om hem te laten vallen. Klimmen om een boom te snoeien. „Met deskundig snoeien”, zegt hij, „verleng je het leven van een boom. Prachtig als je links en rechts mooie bomen hebt staan – als je weet dat dat jouw werk is.” Inderdaad, daar kan hij voor omrijden, om nog eens even te gaan kijken (en opeens moet ik aan een kapper denken, dat stapje terug, die monsterende blik, of het goed zit).

Qua uitrusting, en gebruindheid, heeft de boomklimmer veel van een alpinist: kleurige overall, helm, veiligheidsbril en touwwerk. Alleen hangt er een handzaag aan zijn gordel. En in tegenstelling tot een bergbeklimmer dient hij zijn klimlijn voortdurend strak te houden – met een schuifknoop.

Als het goed is laat hij behalve het snoeiwerk geen sporen in een boom achter. Dus géén ijzeren uitsteeksels aan zijn schoeisel. Om te voorkomen dat zijn klimlijn in de bast schuurt, kan hij die over een katrol laten lopen (de cambium-saver).

Zo’n wedstrijd nu gaat over verschillende aspecten van het werk. Hij wordt uitgevochten op vijf onderdelen: workclimb (waarbij een traject wordt afgelegd in een boom met een kroon van een meter of vijfentwintig ), rescue (waarbij een tachtig kilo zware pop uit een boom wordt geborgen), footlock (waarbij een vrijhangende lijn wordt beklommen tot op vijftien meter), throwline (waarbij een dunne lijn aan een zakje met lood in een boom wordt gegooid en in de juiste positie gemanoeuvreerd om de klimlijn aan op te trekken) en speedclimb (waarbij je domweg zo snel mogelijk in een boom klimt om een bel aan te tikken met je handzaag).

De beste vier deelnemers treffen elkaar ten slotte in een master-challenge, waarin alle onderdelen nog eens worden gecombineerd. Dan komt het niet alleen op de snelste tijd aan, maar ook op dingen als elegantie en slimheid, zulks ter beoordeling van een jury.

Hak: „Je moet de boom schoon achterlaten. Vorig jaar had ik de lijn er nog in hangen toen mijn tijd op was. Strafpunten. Maar ik hield net genoeg over om de concurrentie voor te blijven.”

Ik vraag hoe hij zich heeft voorbereid.

„Door mijn werk”, zegt hij. „En ik ben nog eens een extra grote kroon ingegaan voor het grotekroongevoel. Zo’n lange tak uitlopen... het gaat vooral om de balans, het zijn in feite concentratieoefeningen.”

De beste drie van Nederland mogen naar het EK (dit jaar in Brussel), maar alleen de kampioen wordt afgevaardigd naar het WK (dit jaar op Hawaï). „Hawaï”, zegt Hak. Dat lijkt hem wel wat. Al was het maar om Beddus Strasser weer aan het werk te zien, Duitser, zesvoudig wereldkampioen. „Dat is een unieke prestatie hoor. Als je die ziet klimmen, fantastisch.”

Koos van Zomeren