Boksbal van het regiem

Ook in het relatief vrije Marokko worden nu journalisten vervolgd.

Geldboetes jagen de hoofdredacteuren naar het buitenland.

Demonstratie ter verdediging van de persvrijheid, in januari voor de rechtbank in Casablanca. Daar stonden twee journalisten terecht die over de geschiedenis van de koninklijke harem hadden geschreven. Foto AFP People demonstrate to demand the respect of the freedom of press in front of a court in Casablanca 23 January 2006, during the first hearing in the defamation trial over the Arabic weekly Al Ayam's report about the Moroccan monarchy. Two journalists are allegedly accused of publishing an article on the history of the royal harem. AFP PHOTO KAMAL AFP

Nee, op Aboubakr Jamai hoeven ze voorlopig niet meer te rekenen in Marokko. Toen de klerk van de rechtbank letterlijk op de stoep van zijn huis stond om drie miljoen dirham (270.000 euro) te innen, besloot de hoofdredacteur zijn koffers te pakken en het land voor onbepaalde tijd te verlaten. De voormalig hoofdredacteur van Le Journal blijft voorlopig in Boston, waar hij op uitnodiging een jaar aan de Harvard University verblijft. „Eerst moet die boete op een of andere manier van tafel’’, vertelt hij telefonisch vanaf de campus. „Ik kan niet werken met een zwaard van Damocles dat boven mijn hoofd hangt.”

Oplettende lezers van Marokko’s onafhankelijke pers kan het de afgelopen maanden onmogelijk zijn ontgaan. Plots verdwenen een aantal herkenbare namen uit de kolommen. Aboubakr Jamai stapte op bij Le Journal. Driss Ksikes, voormalig redactiechef bij het concurrerende weekblad Tel Quel, keerde niet terug als de hoofdredacteur van het Arabischtalige weekblad Nichane nadat hij was vervolgd wegens een kerstspecial met Marokkaanse straatmoppen over de koning, seks en het geloof.

Het zijn niet langer incidenten. Het in New York gevestigd Comittee to Protect Journalists (CPJ), een onafhankelijke waakhond van de persvrijheid, heeft Marokko inmiddels opgenomen in de top tien gezet van de „backsliders’’. Dat zijn landen die gelden als „relatief open’’, maar waar de onderdrukking van het vrije woord toeneemt. Na jaren de vaandeldrager te zijn geweest van de vrije pers in de Maghreblanden, stak Marokko het afgelopen jaar zelfs Tunesië naar de kroon met het vervolgen van journalisten.

De laatste rapportage over de wereldwijde persvrijheid van het Amerikaanse Freedom House, een pleitbezorger van democratische vrijheden, legt de vinger op zere plek. Zeker, de laatste tien jaar kreeg Marokko’s onafhankelijke pers de ruimte om te schrijven over kwesties die vroeger strikt taboe waren. Maar ook nu bestaan er nog bepaalde rode lijnen die niet overschreden mogen worden. De journalist die naar de smaak van autoriteiten te ver gaat, belandt echter niet langer in een geheime martelcel. De tijden van onderdrukking onder wijlen koning Hassan II zijn definitief voorbij. Het tegenwoordige bewind gaat aanzienlijk subtieler te werk, aldus Freedom House.

Neem de zaak van Aboubakr Jamai. Le Journal verkent onder zijn leiding al jaren lang de grenzen van de persvrijheid met kritische stukken over de koning, de democratie, de corruptie en de sociale veranderingen. De klap kwam echter uit een onverwachte hoek. Het Belgische European Strategic Intelligence and Security Center, dat zichzelf omschrijft als een onafhankelijk onderzoeksbureau op het gebied van terreur en georganiseerde misdaad, sleepte Le Journal voor de rechter. Het blad had gesuggereerd dat de organisatie zijn onafhankelijkheid te grabbel had gegooid in een onderzoek over de bezette Westelijke Sahara waarin de positie van Marokko wel erg rooskleurig werd verwoord. Smet op de eer en goede naam, meenden de Belgen. Dat vond de rechter kennelijk ook en veroordeelde Le Journal tot 100.000 dirham (9.000 euro), terwijl hoofdredacteur Jamai een schadevergoeding van drie miljoen dirham moest betalen.

Ondanks de recordhoogte van de boete verzuimde de hooggeleerde raadsheer uit te leggen hoe hij tot het bedrag was gekomen. Wel weigerde de rechter om een expert getuige ter zitting toe te laten die door Le Journal ter verdediging was opgeroepen.

Geld is uiterst effectief dwangmiddel. Hoewel Le Journal en Tel Quel de best gelezen weekbladen in Marokko zijn, hebben ze moeite het hoofd boven water te houden. „De adverteerders blijven ondanks onze hoge oplagen weg. Dat is niet zomaar’’, zegt Jamai. Bedrijven stoten de machthebbers liever niet voor het hoofd. Boetes, zeker als deze met enige regelmaat worden opgelegd, kunnen dan al snel de doodsklap vormen.

Welke rode lijn had Le Journal nu precies overschreden? Dat blijft een raadsel. Jamai houdt op het kritische stukjes over de almacht van de koning en een meer bescheiden plaats van de monarchie in de moderne democratie. „De koning is off limit. Onze hoofdredactionele lijn was te kritisch’’, denkt Jamai.

Wie daarover kan meepraten in de Ali Lmrabet, Marokko’s journalistieke enfant terrible en voormalig hoofdredacteur van het satirische weekblad Demain. Lmrabet verdween vanwege een spotprent over de koning bijna drie jaar in de cel wegens majesteitsschennis. Toen hij bij vrijlating opnieuw een weekblad wilde beginnen, werd hem een schrijfverbod van tien jaar opgelegd. Lmrabet schrijft nu als correspondent over Marokko in Spaanse en Franse kranten.

„Marokko is een dictatuur-light’’, zo meldt Lmrabet vanuit Barcelona. „Ze proberen journalisten net zo lang lastig te vallen totdat deze moe worden en zich bekeren tot het regiem dat ze eerst bestreden.’’ Het positieve is dat er een zekere vrijheid bestaat om te kijken hoe ver je kunt gaan. Het negatieve is dat de macht op een betrekkelijk willekeurig moment laat weten waar de grenzen zijn.

Zelfcensuur ligt op de loer. Aboubakr Jamai ontkent dat Le Journal zijn journalistieke lijn heeft aangepast. „Wij blijven de boksbal van het regiem.”