Zelfs geen voedselbonnen meer

De Europese werknemers worden de dupe van de globalisering, constateren vakbondsleiders op een congres in Sevilla. De bonden willen in het offensief gaan, maar voeren vooral een nationale strijd met een eigen menukaart.

Michèle de Waard

„We raken te veel vakkrachten kwijt – leraren, verpleegsters, artsen. Ik ben bang dat onze ziekenhuizen leeglopen als er niets verbetert. Mensen verwachten van de bonden concrete oplossingen. Daarom demonstreren we voor hogere lonen.’’

De Roemeense Carmen Ionescu uit Boekarest is de kleurrijkste vakbondsvrouw in Sevilla, waar het Europees Verbond van Vakverenigingen deze week zijn vierjaarlijkse congres houdt. Ionescu is een kleine stevige vrouw met rossige krullen, feloranje nagels, rammelende armbanden en een grote goudkleurige handtas. Ze is chemisch ingenieur en sinds de val van het communisme actief in de Democratische Vakbondsfederatie van Roemenië. Overal waar Ionescu zich laat zien, schudt ze handen en schakelt moeiteloos over van Roemeens op Frans, Italiaans en Russisch, want aan het congres met ruim duizend deelnemers uit 36 Europese landen neemt ook Wit-Rusland deel. Ionescu wil met zoveel mogelijk „broeders en zusters’’ praten. „Onze landen zijn heel verschillend, toch delen we ook problemen.”

A la ofensiva, is het motto van het congres: „We moeten in de aanval gaan om de belangen van werknemers beter te behartigen en de sociale dimensie van de Europese Unie te versterken’’, houdt John Monks, voorzitter van de Europese vakbondcentrale, de kameraden voor. Dat is hard nodig. De vakbeweging zit in het defensief. Bonden vergrijzen, de meeste organisaties verliezen gestaag leden en in een aantal Oost-Europese landen worden bonden op de werkvloer geweerd.

„Vooral buitenlandse bedrijven proberen ons buiten de deur te houden. Leden worden met ontslag bedreigd’’, zegt Jerzy Langer van de Poolse vakbond Solidariteit. In de jaren tachtig, toen werknemers tijdens het communisme verplicht lid waren, telde de oppositionele bond tien miljoen leden. Maar de organisatiegraad is drastisch gedaald tot 15 procent. Ook in Slowakije zitten bonden in de verdrukking. „Chinese en Zuid-Koreaanse bedrijven willen niets van ons weten’’, zegt Miroslav Gazdik van de Slowaakse Vakbondsfederatie. Daarnaast maakt hij zich zorgen over de tendens dat steeds meer werknemers worden gedwongen ontslag te nemen. „Ze mogen wel voor het bedrijf als ‘zelfstandige’ verder werken, maar tegen een lager loon en ze moeten zelf opdraaien voor hun sociale verzekeringen. Zelfs voedselbonnen krijgen ze niet meer.’’

„We hebben het tij tegen’’, zegt Monks. De globalisering met grote nieuwe spelers in China en Rusland schept meer onzekere werkomstandigheden en lagere lonen voor Europese werknemers. Anderen zien hun baan verdwijnen, onder wie de 1.570 werknemers van Delphi, fabrikant van auto-onderdelen in het Spaanse Porto Real (Cadiz) dat de poort sluit. „Delphi staat symbool voor wat met onze werknemers in Europa gebeurt’’, zegt de Spaanse vakbondsleider José Maria Fidalgo. „Wij worden voor het blok gezet. De spelregels worden steeds vaker door grote investeerders bepaald.”

FNV-voorzitter Agnes Jongerius gaat in het offensief. „Hedgefondsen en private equity-groepen bedreigen de investeringen op lange termijn van bedrijven en daarmee ons sociale overlegmodel.” Als deze ‘casinokapitalisten’ geen halt wordt toegeroepen, zal hun macht verder groeien, waarschuwt Jongerius en pleit ervoor bij de Groep van Acht rijke landen, die in juni vergadert, aan te dringen op verscherping van het toezicht. „Staat in het Europese sociale model het belang van de onderneming niet voorop? Dat bestaat uit meer partijen dan aandeelhouders.” De zaal knikt instemmend.

Maar hoe het sociale Europa verder versterkt moet worden, daarover lopen de meningen snel uiteen. „Roemeense werknemers moeten flexibeler worden’’, vindt Ionescu. De starre werkweek van 9 tot 5 moet worden doorbroken. Veyrier Yvis van de Franse vakbond CGT huivert. „Tijd om te leven is voor ons de kern van het Europese model. Nog harder werken is niet goed voor het gezin’’, had zijn collega eerder al bepleit. Van het Nederlandse en Deense flexicurity, een combinatie van flexibiliteit en sociale zekerheid, moet Yvis helemaal niets weten. „Dat betekent een maximum aan flexibiliteit en minimum aan zekerheid. Heel gevaarlijk’’, zegt hij. „Sociale vooruitgang moet prioriteit hebben, anders krijgt de bevolking nog meer afkeer van Europa.’’

De Duitsers klagen over teveel flexibiliteit. „Werkgevers mogen onbeperkt tijdelijke contracten verlengen. Dat leidt tot nieuwe armoede”, zegt Frank Bsirske, leider van de dienstenbond Verdi. „Een postbode kan van vier euro per uur geen gezin onderhouden. Daarom gaan we in het offensief: voor een wettelijk minimumloon en een limiet aan tijdelijk werk.”

De FNV zet in Sevilla, net als thuis, marktwerking op de agenda. „In de zorg, bij de post, de reïntegratie van werknemers en de sociale woningbouw is sprake van marktfalen. Hoelang gaan we hiermee door?” vraagt Jongerius.

In Sevilla is één ding zonneklaar: in een Europa à la carte is het lastig een vuist te maken. Bonden voeren vooral een nationale strijd met een eigen menukaart.

Hoe ver Europa in de praktijk oprukt, blijkt uit het laatste nieuws uit Luxemburg. Vakbonden mogen actie voeren om naleving van de cao door dienstverleners uit andere EU-landen af te dwingen, luidt het advies van de advocaat-generaal aan het Europees Hof van Justitie in een Zweeds arbeidsconflict. Luid gejuich ging door de zaal in Sevilla. „Dit is goed nieuws. Het gaat om onze fundamentele rechten”, zei Monks.

Eensgezindheid was er over het Grondwettelijk Verdrag van de EU. De bonden willen dat het Handvest voor de Grondrechten volledig wordt opgenomen in dit verdrag. Daarvoor gaan ze demonstreren in Brussel.