Zeiler Booth geobsedeerd door olympisch goud

Zeiler Mitch Booth doet wederom een poging alsnog olympisch goud te winnen. Maar de zwaarweerspecialist moet goed leren zeilen bij lichte wind.

Hij is inmiddels opa, maar catamaranzeiler Mitch Booth is nog net zo gedreven als toen hij voor het eerst op een Tornado stapte. „Die was toen nog van hout”, vist de 44-jarige zeiler op uit zijn geheugen. Dat was in 1976, het geboortejaar van zijn nieuwe bootsmaat, Pim Nieuwenhuis.

Met Nieuwenhuis begon Booth, Australiër van geboorte, onlangs aan zijn achtste olympische campagne. Tijdens de Breitling Regatta hoopt het koppel deze week bij Medemblik op een nominatie.

Niemand twijfelt eraan of ‘opa’ zich kwalificeert. Voor pensioenverzekeraar ZwitserLeven was de veertiende plaats bij het WK in Argentinië, eind vorig jaar, genoeg om het tweetal tot aan ‘Peking’ financieel te ondersteunen. „We hadden voor dat WK nog nooit samen op een Tornado gezeten”, zegt Booth, die deze zomer bij Cascais in Portugal aan zijn 26ste achtereenvolgende WK begint. „Wij zullen ons ontwikkelen als team.”

Booth is niet bang dat anderhalf jaar zeilen met een nieuwe partner te kort is voor de voorbereiding op ‘Qingdao’ – de havenstad aan de Chinese oostkust waar de olympische regatta volgend jaar wordt gehouden. „Ik bereid mij al vijfentwintig jaar voor op de Olympische Spelen.”

Mitch Booth zal niet rusten voordat hij zijn gouden medaille te pakken heeft. Hij nam er zelfs de Nederlandse nationaliteit voor aan, na zijn ‘mislukte’ olympische pogingen onder Australische vlag in 1996 in Atlanta (zilver) en in 1992 in Barcelona (brons). Tien jaar vierde de catamaranspecialist successen met Herbert Dercksen, met wie hij in Athene (2004) vast van plan was goud te winnen. Het duo werd vijfde, vorig jaar gingen ze uit elkaar.

Voor Pim Nieuwenhuis betekende de breuk tussen Booth en Dercksen een olympische herkansing. Hij had als zeiler in de 49’er-klasse ‘Athene’ op een halve bootlengte gemist. „Het is een mooie kans om met iemand te varen die zoveel ervaring heeft”, zegt Nieuwenhuis, die aan de Atlantische kust van Frankrijk woont.

Net als voor de meeste Nederlandse zeilers wordt het pre-olympische jaar ook voor Booth en Nieuwenhuis een jaar met twee snelheden. De weersomstandigheden in het olympische Qingdao zijn naar verwachting licht, met weinig wind. Tegelijkertijd is een van de belangrijkste evenementen waar zij zich kunnen nomineren voor de Spelen de WK in Portugal, in juli, waar doorgaans juist veel wind staat.

Dat vergt een totaal andere voorbereiding, zegt Booth, een typische zwaarweerzeiler. „Onder die omstandigheden zijn we in staat de complete wereldtop te verslaan”, zegt hij. Maar direct na de finish van de laatste medal-race in Cascais begint de grote omschakeling. In Portugal hebben de zeilers elke kilo lichaamsgewicht nodig om te kunnen winnen, voor Qingdao, dertien maanden later, moeten ze weer zoveel mogelijk gewicht zien kwijt te raken om bij weinig wind te kunnen concurreren met kleine en lichte zeilers, zoals de Aziaten. „Ik zou het geweldig vinden als het gaat stormen in China, maar dat gaat niet gebeuren”, zegt Booth. „Ik hoop na Cascais tien kilo af te vallen.”

Maar dat is nog een ingewikkeld proces voor een atleet die zich voorbereidt op de Spelen, omdat zo’n ‘afvalrace’ niet ten koste mag gaan van de gezondheid of de kracht van de zeilers. Ook voor het Watersportverbond is het daarom van belang dat de zeilers voor Qingdao zo vroeg mogelijk bekend zijn, zodat zij voldoende tijd hebben om verantwoord af te vallen.

Om de olympische strijd straks zo eerlijk mogelijk te houden is onlangs besloten dat het totale gewicht van de Tornado in Qingdao niet minder dan 135 kilo mag bedragen. „Dat gebeurt om te voorkomen dat bijvoorbeeld twee kleine Aziaten of een ervaren stuurman en een kind samen gaan zeilen”, zegt Nieuwenhuis.

Desondanks houdt Booth al ernstig rekening met de Chinese zeilers, die onder hun eigen kust nog voor verrassingen kunnen zorgen: „Bij het WK in Argentinië, vorig jaar, waren ze nog nergens, maar bij de olympische week van Hyères zeilden ze kortgeleden met licht weer behoorlijk mee in de top. Het is beangstigend te zien hoe snel zij zich ontwikkelen.”

Maar Booth en Nieuwenhuis willen niets aan het toeval overlaten. Met hun budget van 160.000 euro per jaar zullen ze de resterende maanden gebruiken om eindeloos te testen met nieuwe, lichte materialen. Het duo wordt voor Qingdao begeleid door twee topcoaches, de Oostenrijkse lichtweerspecialist Andy Hagara en de Amerikaan Jay Glaser, zeilmaker en nummer twee van de Zomerspelen in Los Angeles (1984).

Die hulp zal het catamaranduo hard nodig hebben; gisteren, toen het windstille Medemblik veel weg had van Qingdao aan het IJsselmeer, sloten Booth en Nieuwenhuis de eerste wedstrijddag af met de 22ste plaats.