Viezigheid is chaos

Volgens de invloedrijke Britse antropoloog Mary Douglas konden taboes ‘toevallig’ ontstaan. In evolutionaire verklaringen zag ze weinig.

Mary Douglas FOTO: James Martin Institute James Martin Institute

De Britse antropoloog Mary Douglas, die afgelopen weekeinde op 86-jarige leeftijd in Londen overleed, werd fameus door haar toepassing van antropologische inzichten op de Westerse samenleving.

Douglas werd geboren als Mary Tew in San Remo in Italië in 1921 en bracht haar jeugd door in katholieke kloosters in Engeland. In deze tijd ontstond haar belangstelling voor religie en hiërarchie als organisatievorm.

Haar eerste en nog altijd bekendste werk is Purity and Danger: an Analysis of Concepts of Pollution and Taboo (1966). Veel taboes over eten, zoals dat over het onreine varken, hebben een bindende functie voor de samenleving. Ze hebben helemaal niets te maken met ideeën over hygiëne. Viezigheid is voor de mens bovenal: chaos. Taboes en regels ordenen de omgeving en bepalen wie bij de sociale groep hoort en wie niet.

In Purity and Danger toont Douglas zich ook fervent criticus van een evolutionaire blik op samenlevingen: primitieve volken leven niet in een voorstadium op weg naar de moderne maatschappij.

Als hoogleraar verbonden aan het University College London, en in de VS aan Northwestern University en Princeton, publiceerde ze over onder meer goede smaak, het menselijk lichaam, risico’s en consumentisme. Religie bleef een thema in haar werk: de laatste twee decennia publiceerde ze een trilogie over verstopte en vergeten boodschappen in de bijbel. Daartoe leerde ze speciaal Hebreeuws en las het Oude Testament met de blik van de antropoloog.

Over haar vak schreef ze in Thought Styles (1996), een bundeling essays over goede smaak: ‘Ik moet toegeven: scepticisme past de antropoloog. Wij schrijven over de religies van andere mensen, en het zou onredelijk zijn om van ons te verwachten dat we in hen allemaal zouden geloven.’

Douglas kon de arrogantie van de Westerse cultuur genadeloos ontbloten. ‘Het zou troostend zijn te denken dat iedereen die het met ons oneens was, een redenatiedefect had’, schrijft ze luchtig.