Verlangen

Zwaluwen. ’t Is mei, dus onder de zwaluwen kom je niet uit. Knap zenuwachtige beestjes. Ik vraag me af hoe vogelfreaks naar zwaluwen kijken. Als naar herauten van een nieuwe wereld die vol buitelingen is en gezang? Dichters zeuren ook vaak over zwaluwen. Ik zelf kijk onaangedaan naar het grut, naar alles wat vliegt, trouwens. Voor je het weet ben je een dichter.

’t Is zondagmiddag en ik kijk onaangedaan naar het héle wereldgebeuren. Sinds kort is er aan de hoofdstraat een café dat over een veranda beschikt. Veranda plus sfeer van onthechting – op zondagmiddagen het hoogst haalbare. De veranda hangt boven het Plein van de Heilige Sebastiaan, zijnde een verbreding in de hoofdstraat met plaats voor een stenen pomp en twee auto’s. Rechts kijk ik uit op een vervallen pand waar vroeger, zoals de oude mensen vertellen, een kapper woonde die ook in aderlatingen en lavementen deed. De ruïne verraadt nog altijd de allure die hoort bij zo’n aanzienlijk ambt. Aan de andere zijde, in het verlengde van het pleintje dat geen naam mag hebben en er toch een heeft, geniet ik van een vrij uitzicht op de hoofdstraat. Ziedaar de grenspalen van mijn wereldgebeuren.

Ik zit in een hoek van de veranda en ik vind alles even interessant, of oninteressant, wat in zo’n zondagse stemming hetzelfde is. De zwaluwen noemde ik al. Ook de voorbijgangers beneden laten me koud. En de twee geparkeerde auto’s. En de cafébaas die tevens slager is. En de oudjes die maar niet genoeg krijgen van het verhaal van de kapper die tevens dokter is. Op zondag is het van belang de onthechting ten volle te beleven. Ik ben ver verwijderd van de praatjes van de wereld. Ik heb niets te maken met de praatjesmakers.

Onthechting is niet moeilijk als je maar lang genoeg blijft zitten. Ik betrap me erop dat ik met mijn blik de zwaluwen ben gaan volgen. Ze doen me echt niks en dat is geweldig.

Ik zit pal onder een zwaluwennest waar in en uit wordt gevlogen. Ik begin er al een paar van gezicht te herkennen.

Op straat komt een jongen aangefietst die zijn voorwiel omhoog tilt en triomfantelijk op één wiel voorbij zoeft.

Vijf minuten blijf ik de trage stappen volgen van een vrouw met een emmer van zwart plastic op haar hoofd. De emmer is gevuld met slakroppen. Ze draagt ook nog een paraplu bij zich. Maar niets verbaast me.

Daar komt een Japanner aan. Hij probeert een vliegende zwaluw te fotograferen. Duidelijk iemand die in het Grote Hotel logeert, waar het ook zondagmiddag moet zijn.

De Japanner springt opzij voor een antieke auto. Meer antieke auto’s volgen, een Hispano Suiza en een kever. De zondagmiddagrally van de club van oldtimers, die gewoontegetrouw ons dorp passeert.

Na de Japanner en de auto’s duikt de jongen weer op, maar dan in omgekeerde richting. Opnieuw gaat zijn voorwiel de lucht in en op één wiel verdwijnt hij uit zicht.

Gruwelijke vrede.

Mij bekruipt ineens de lust het op een lopen te zetten, tot mijn voeten bloeden, om vervolgens in een ver land zomaar een praatjesmaker de hersens in te slaan.

Gerrit Komrij