Verbod op gloeilamp is weinig doordacht

Een verbod op de gloeilamp lijkt zinvol, omdat er energie mee bespaard zou worden. Maar is dit wel zo? Test dat eerst uit met een experiment, zegt Theo Richel. De spaarlamp heeft heel wat nadelen.

Australië, Californië, Canada en het Verenigd Koninkrijk lijken onderweg naar een verbod op de gloeilamp en een gedwongen overschakeling op de spaarlamp. Ook minister Jacqueline Cramer (VROM, PvdA) schijnt een verbod na te streven.

Tal van overheden en bedrijven leveren spaarlampen met kortingen. Maar is het niet wijzer om eerst eens op kleine schaal de effecten van een massale overschakeling te bekijken? Via een vergelijkend onderzoek waarbij enkele gemeentes spaarlampen inzetten en andere gemeentes gewoon gloeilampen blijven gebruiken zodat na een jaar de energierekeningen kunnen worden vergeleken?

Zo vanzelfsprekend is het niet dat er veel verschil zal zijn. De lijst met problemen die aan een massaal gebruik van de spaarlamp kunnen kleven, is lang.

Spaarlampen doen het niet beneden -20 en niet boven +60 graden Celsius. Dat maakt ze ongeschikt voor gebruik in vrieskelders/kasten en ovens, maar ook als het buiten vriest. Daarnaast geven sommige spaarlampen minder licht wanneer het gewoon koud is.

Volgens Brits onderzoek moet wellicht de helft van alle armaturen worden vervangen bij een massale invoering van de spaarlamp. Dit komt doordat de lampen soms gewoon niet passen, maar ook doordat ze slecht tegen hogere temperaturen kunnen. Elektronica doet het doorgaans het beste bij 25 graden. In een gesloten armatuur bereikt een spaarlamp algauw 50 graden. Dat kan de levensduur bekorten.

Mensen zullen waarschijnlijk meer lampen kopen. Het Sociaal en Cultureel Planbureau had al geconstateerd dat mensen vanwege het milieuvriendelijke karakter van de spaarlamp vooral in de tuin juist extra lampen zouden gebruiken. Daar komt bij dat de lichtopbrengst van de lampen tegenvalt: een spaarlamp van 21 watt geeft ongeveer 1260 lumen en die zou moeten dienen als vervanger van een gloeilamp van 100 watt. Maar die geeft bijna 1800 lumen.

Spaarlampen zijn niet met dimmers te combineren (enkele dure uitzonderingen daargelaten). Een dimmer kan sfeer brengen, maar kan ook gebruikt worden als energiebespaarder. Vervanging door een spaarlamp betekent dan: fulltime branden en dus meer stroom verbruiken. Ook in combinatie met schakelapparatuur als bewegingsdetectors zijn spaarlampen maar beperkt toepasbaar.

Er bestaan twijfels over de levensduur. Spaarlampen zouden wel tienmaal zolang mee moeten kunnen als oude gloeilampen. Doen ze dat ook? Sommige lampen hebben een chip waarmee de totale brandduur wordt geregistreerd. Als u denkt dat deze niet gehaald wordt kunt u de lamp terugsturen en dan kan men het aantal branduren uitlezen. Veel spaarlampen gaan vroegtijdig kapot door vochtindringing. De gloeilamp heeft daar nagenoeg geen last van. Volgens sommigen gebeurt het nogal eens dat ze op een half pitje gaan branden. Ook de opstarttijd wordt langer en kan tot gevolg hebben dat mensen zo’n lamp vervangen door een gloeilamp omdat ze (bijvoorbeeld in een trappenhuis) meteen licht willen hebben. Alleen eenreal-life experiment kan uitsluitsel geven.

Er bestaan twijfels over de veiligheid. In de wereld van klimaat en milieu regeert het voorzorgsprincipe. Dat principe zegt dat als je ergens aan twijfelt, dat je het dan niet moet doen. Op verschillende websites wordt gemeld dat spaarlampen soms exploderen. Er staan ook foto’s van doorgebrande spaarlampen. Van spaarlampen waaruit vreemde, irritante gassen vrijkwamen en waarbij het kunststof smelt. Komt een dergelijke malheur echt weinig voor of zijn de meldingen gewoon nog niet op gang gekomen? Gloeilampen hadden het probleem in ieder geval niet. Er wordt gezegd dat het om deze reden niet verstandig is om een spaarlamp op een kinderkamer te laten branden. Moet dit niet eens behoorlijk onderzocht worden?

Europa is het continent waar de chocoladesigaret verboden is, waar weekmakers (ftalaten) verboden zijn (ondanks eigen EU-rapporten die dat niet nodig achten), waar barometermakers wegens hun kwikgebruik bedreigd werden met werkloosheid – alles vanwege gevaren voor de gezondheid. Tegen die achtergrond is het invoeren van honderden miljoenen spaarlampen met elk enkele milligrammen van het giftige kwik toch uiterst opmerkelijk te noemen. Zijn er overal recycle-systemen beschikbaar om dit kwik terug te winnen? Een gewone gloeilamp kan in de vuilnisbak, de spaarlamp hoort bij het klein chemisch afval.

Vanwege dit kwik in een lamp is in de VS al een gezin voor een schoonmaakrekening van 2.000 dollar komen te staan nadat een spaarlamp op de grond kapot was gevallen en het kwik vrij was gekomen (en in ieder geval op het kinderspeelgoed de norm werd overschreden). Ook de industrie zelf heeft op dit probleem gewezen.

Met name vrouwen hebben een hekel aan spaarlampen. Is het het koude licht dat kleuren minder florissant doet lijken (een probleem dat opgelost leek) of is het de lelijke vorm van de lampen? De Washington Post schreef over vrouwen die spaarlampen stiekem terugvervangen door gloeilampen – het wordt van overheidszijde bevestigd.

Vaak wordt er op gewezen dat gloeilampen zoveel afvalwarmte produceren. Het is de vraag in hoeverre dat altijd afval is en geen nuttige warmte die bij een verbod op gloeilampen via een kachel moet worden aangevuld. Veel zal het niet zijn, maar op de totale balans tellen ook kleine hoeveelheden.

De spaarlamp is niet geschikt om veel aan- en uitgeschakeld te worden, het beperkt de levensduur van de lamp. Voor de gloeilamp is dat minder een probleem. Laat je de spaarlamp dan maar aan staan, dan ben je het voordeel van de lagere energievraag al snel weer kwijt.

De hoeveelheid energie die nodig is voor de fabricage van de spaarlamp is wel tienmaal zo hoog als voor de fabricage van de gloeilamp. Hij is ook aanmerkelijk zwaarder. Dit beperkt het vermeende voordeel door energiebesparing.

Een spaarlamp is zuiniger dan een vergelijkbare gloeilamp. Niettemin is het rendement nog allerberoerdst. Ongetwijfeld wordt er hard gewerkt aan verbetering, maar dat geldt niet alleen voor de spaarlamp, er schijnt ook een gloeilamp aan te komen met een rendement als de spaarlamp. En dan is er nog de belofte van de led’s (light emitting diodes) die geleidelijk aan ingelost wordt.

Waarschijnlijk zal via deze technische vernieuwingen het energieverbruik van verlichting gaandeweg toch omlaag gaan. Als politici dat willen versnellen met een geforceerde overgang op spaarlampen, dan zullen ze op zijn minst via een onderzoek vast moeten stellen dat dat enige zin heeft.

Theo Richel is wetenschapsjournalist.

Een uitgebreide versie van dit artikel verschijnt morgen in het weekblad Opinio. Verwijzingen naar websites zijn te vinden opwww.richel.org/grk/spaarlamp