Stadion als podium voor frustraties

Marokkaanse jongeren verstoorden het oefenduel met Jong Oranje.

Relschopperij of het gevolg van een falend sociaal beleid? Vier kenners aan het woord.

„Nooit eerder heb ik zo’n uiting van collectieve onvrede gezien bij de Marokkaanse fans”, zegt Mohammed Allach. Hij zag de supporters al eerder wedstrijden verstoren in Arnhem, Utrecht en Amsterdam. „Maar nu was het duidelijk een politiek statement. Het gefluit bij het Wilhelmus, het uitfluiten van Oranje-spelers van Marokkaanse afkomst en de haat in de ogen waar bondscoach Foppe de Haan van sprak.”

Allach heeft ook een verklaring voor de onvrede. De jongeren voelen zich niet geaccepteerd, niet vrij, maar achtergesteld en geïsoleerd in buurten en op scholen. David Winner verklaart de onvrede als gevolg van dertig jaar sociaal beleid in Nederland. „Dit is het zoveelste symptoom van integratieproblemen. De jongeren van allochtone afkomst voelen zich slecht behandeld, en dit is hun antwoord. Het is geen traditioneel hooliganisme zoals we dat in Europa kennen. Eerder een vorm van anarchisme. Dit is de woede tegen het land waarin ze leven, waarbij ze het voetbal gebruiken als platform. ”

Dat laatste is logisch, meent Allach. „Een voetbalwedstrijd is een groter podium dan de binnenstad van Tilburg, met als voordeel dat je maar moeilijk individueel aansprakelijk kan worden gesteld. Je bent veiliger als je met meer bent.”

Allochtone jongeren blijken vooral bij interlandwedstrijden voor problemen te zorgen. Bij de supportersverenigingen van Nederlandse voetbalclubs zijn ze niet sterk vertegenwoordigd. „Ze zijn er wel. En we hebben natuurlijk wel enkele jongens op onze lijsten bij het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme”, zegt Henk Groenevelt. „Maar dan heeft het niets met etnische achtergrond te maken. Ze gedragen zich niet anders dan Nederlandse voetbalvandalen.”

Eerder waren er ook problemen met Turkse fans tijdens een duel met België in Brussel, en verstoorden Algerijnse jongeren in Parijs een oefenwedstrijd tegen Frankrijk, onder andere door hard gefluit tijdens het Franse volkslied. „Dat incident wordt in Frankrijk nog altijd gezien als een teken van falend integratiebeleid”, zegt Simon Kuper, die zelf sinds een paar jaar in Parijs woont. Hij ziet het wel als een nieuwe vorm van rivaliteit, maar dan in één richting. „De rivaliteit leeft sterker bij de onderliggende partij, de Marokkanen en de Algerijnen in dit geval.”

Volgens Winner is het voetbalvandalisme een eerder onschuldige vorm van de ‘culturele oorlog’ tussen moslimjongeren en het Westen. „Ze zijn boos en op deze manier kunnen ze het tonen. Ze zoeken een eigen identiteit en doen dat door die van het land waarin ze wonen te verwerpen. In Engeland noemen we dat de ‘crickettest’: ben je als Pakistaanse jongere voor Engeland of Pakistan bij een wedstrijd? Het toont aan waar je loyaliteit ligt.”

Maar volgens Kuper valt het allemaal nogal mee met die haat. „Ze zeggen ‘ik ben Marokkaan’, maar wel in het Nederlands. Ze nemen de westerse jeugdcultuur over. En ze laten hun ongenoegen zien via een typisch Europees fenomeen: voetbalvandalisme. Ze zijn eerder verscheurd tussen twee landen dan haatdragend.”

Voetbal werkt de polarisatie wel in de hand, meent Kuper. „Je kan niet zeggen dat dit niets met voetbal te maken heeft. Natuurlijk wel. Bij voetbal kies je partij, dat is leuker. Je identificeert jezelf met je team. Het team is het hele land. Het is ook sociaal geaccepteerd dat je je ongenoegen uit. En wellicht speelt er meer dan voetbal. Maar het is ook logisch dat het bij het voetbal gebeurd. En je mag niet vergeten dat het vaak ook om tieners gaat. Die vinden het stoer om zich ergens tegenaf te zetten.”

Toch zag Allach het nooit eerder zo politiek. Maar ook dat vindt Kuper logisch. „Het hele land is sinds de moord op Pim Fortuyn meer bezig met politiek. Dus ook de Marokkaanse jongeren.”

Om ongeregeldheden te vermijden heeft de Nederlandse voetbalbond KNVB beslist om de komende vijf jaar geen oefenduels meer te spelen tegen Marokko. Directeur Henk Kesler adviseert de clubs ook om geen oefenduels meer te spelen tegen Turkse elftallen. „Dat lijkt wel een typische Nederlandse reactie”, vindt Winner. „Alsof je het grotere probleem daarmee oplost.”

Groenevelt kan wel begrip opbrengen voor de KNVB. „Je kan bij een oefenduel geen beveiligd fort maken van het stadion. Dit is een probleem dat we blijkbaar nog niet aankunnen. Dus neemt de KNVB haar verantwoordelijkheid. Als je het niet kan organiseren zonder rellen, dan doe je het niet.”

Volg de discussie onder de Marokkaanse jongeren zelf op http://forums.marokko.nl