Ritme van de Ghanese democratie

Na vijftig jaar onafhankelijkheid hebben staatssocialisme, corruptie, vriendjespolitiek en neoliberalisme Ghana armer gemaakt. Dat is te horen in de muziek: van het harmonieuze highlife naar hiplife met het cynisme van de kater.

Als muziek rijkdom betekent, is Afrika schatrijk. Afrikaanse muziek is opstandig, zelfverzekerd, onstuitbaar, sterk en optimistisch. Het is een kunst van leven.

Ghana, Afrika’s eerste zwarte gedekoloniseerde staat, heeft altijd een bloeiende muziekscene gehad. Dit jaar viert het een halve eeuw onafhankelijkheid. En dat is terug te zien in de ontwikkeling van de muziek: van het harmonieuze highlife met mild opvoedende teksten in de euforie van de herwonnen vrijheid vijftig jaar geleden, naar het gerapte hiplife met het cynisme van de kater. Want staatssocialisme, corruptie, militaire vriendjespolitiek en neoliberalisme brachten het gemiddelde jaarinkomen voor een Ghanees uiteindelijk op 400 dollar. Dat is de helft van wat het in 1957 was.

In die tijd, begin jaren zestig, telde de hoofdstad Accra talrijke bands en danszalen. Zwarte broeders van de overkant als James Brown en Wilson Pickett kwamen in het land van hun voorvaderen inspiratie opdoen. Ghana was de hoop van Afrika. De grote highlife-bands speelden van ’s middags tot ’s nachts: eerst de afternoon jump voor ouders en kinderen, daarna in een intiemere sfeer voor jongeren. De hele familie danste mee.

Highlife ontstond meer dan honderd jaar terug. In highlife vermengen zich Afrikaanse ritmes met die van Europa en van zwarten uit Zuid- en Noord-Amerika. Adaha, de eerste Ghanese highlife brassband in de jaren tachtig van de negentiende eeuw, nam in het land gestationeerde legerbands van West-Indische soldaten als voorbeeld. Daarna kwamen nieuwe stijlen op, met westerse gitaren en door zeelui meegebrachte accordeons. De armen gaven de muzieksoort een naam: ze zagen goedgeklede bezoekers de danshallen binnengaan en noemden het highlife.

Nana Kwame Ampadu was één van de beroemde highlife-muzikanten. De nu 63-jarige Ampadu vertelt hoe hij in de jaren zestig nog allerlei Europese stijlen ten gehore moest brengen. „De blanken hadden ons geleerd wat te spelen: de wals, de foxtrot en de one-step. In een danshal kreeg je een lijst, met wat je repertoire moest zijn. Net als de grammofoonplaten met dat kleine hondje bij de grote luidspreker: His Master’s Voice!”

Nana Ampadu vormde de Brothers Band International en ging op tournee in het buitenland. „In Europa zag ik dat niemand Afrikaanse muziek speelde. Waarom zouden wij in Ghana dan Europese muziek naspelen?” Vanaf 1973 ontwikkelde Ampadu zijn eigen stijl, de Afrohili, gedreven highlife-muziek die ruim dertig jaar later nog even bruisend klinkt.

Nu woont Nana Ampadu in een rommelige woning in een buitenwijk van Accra. Half ontbloot vanwege de warmte van het zweterige zeeklimaat, zit hij in een te grote leunstoel. Ampadu is tegenwoordig dominee – geen verrassing gezien de opvoedkundige muziekteksten die hij vroeger schreef. Zoals Hiyonka dabere, over een zielig weeskindje. Of Kukrukukru en Kekekeke, dat bedrog niet te verbergen valt. Milde sociale kritiek verborgen in metaforen, volgens de Ghanese muziektraditie die al bestond vóór de highlife.

En héél anders dan hiplife, solomuziek die veelal de studio niet uitkomt. Hiplife ontstond eind jaren zeventig, toen pionierland Ghana was verworden tot vergane glorie, schrikbeeld van corruptie en sociale neergang. Begin jaren negentig hadden de overgebleven musici zelfs geen instrumenten meer. Maar jongeren hadden hun stem nog en begonnen daarmee te rappen.

Wat vindt Ampadu van dat nieuwe hiplife? Zijn gezicht betrekt, de prediker in hem ontwaakt. „De hiplife- ritmes komen voor een deel van mijn highlife-muziek. Maar de teksten zijn pornografisch, slechts een klein deel helpt bij de opbouw van de natie.”

„Je stinkt, je moet je schaamhaar met een graafmachine scheren”, klinkt inderdaad niet poëtisch. „Ik ben verliefd op de knuppel van de politieagent” al evenmin. Toen hiphop in de jaren negentig van Amerika naar Ghana overwaaide, verschilden de songs in de plaatselijke Twi-taal weinig van de gangsta-rap in New York. Pas sinds kort krijgen hiplife- nummers Afrikaanse ritmes en bevatten de teksten bijtende politieke kritiek op de regering of de kerk. Zoals: „Ga je naar de kerk en kom je onderweg een blanke tegen, dan kan je net zo goed terug naar huis want je hebt God al gezien.”

Hiplife is de weerspiegeling van deze tijd, zegt John Collins, hoogleraar muziekwetenschappen aan de in verval geraakte universiteit van Legon. Op het gras tokkelen zijn studenten. De 63-jarige Collins: „Ik doceer liever in de openlucht, want in de klaslokalen is geen elektriciteit.” Het overgrote deel van de studenten van Collins wil snel naar Europa of Amerika. Individualisme en egoïsme hebben de idealen verdreven van de saamhorigheid en het panafrikanisme ten tijde van de onafhankelijkheidsfeesten.

„Dit solisme kan niet werken in Afrika”, voorspelt musicoloog Collins. Ghana en Afrika hebben zich na de onafhankelijkheid door de wind laten meevoeren. Misschien realiseert Afrika zich nu pas wat tijdens de kolonisatie verloren ging.

Collins spreekt van verwarring, hij wacht op een radicale omslag. „Na de onafhankelijkheid drong pas door hoeveel tijdens het kolonialisme verloren was gegaan, hoe weinig er nog over was van het Afrikaanse geloof, de tradities en de kunst. Ghana heeft zijn weg nog niet gevonden en heeft behoefte aan een renaissance.”

De teksten van hiplife, zegt Collins, tonen de verwestersing van Ghana. „Hiplife is jóúw persoonlijke reactie op sociaal onrecht. Het is geen sociale kritiek, geen poging de wereld te verbeteren. De teksten draaien om romantiek, erotiek en vooral materialisme. Dit is Ghana vijftig jaar later.”

Misschien wel de grootste verandering in het sociale leven van die afgelopen vijftig jaar, is de rol van de kerk. In de depressie van de jaren zeventig en tachtig werden de Ghanezen kerkelijk. De kerken hielden de muziekscène in leven, ze richtten bands op, lieten muziek opnemen en verkochten cassettes.

Naast hiplife is gospel-highlife nu de belangrijkste muzieksoort. De Afrikaanse kerken beloven gelovigen succes en voorspoed. „U kunt slagen”, roepen priesters van de kansel. De volgelingen zingen en dansen, in trance door ritmes van gospel, soul en highlife. „De religie rukt je los van je Afrikaanse verleden, net als hiplife doet”, zegt hoogleraar Collins. „Een wedergeboren christen moet eerst terug naar zijn dorp, om er zijn voorvaders af te zweren. Hij ruilt zijn grote Afrikaanse familie in voor een kleine kerkgemeente.”