Protestvlaggetjes voor prudente premier

In het hol van de Europese leeuw sprak gisteren een behoedzame premier Jan Peter Balkenende over de Nederlandse positie in de grondwetsdiscussie. „Steek uw kop niet in het zand.”

Minister-president Jan Peter Balkenende in het Europees Parlement. Het werd geen bloedbad maar het werd zeker ook geen staande ovatie. Het was vooral door scepsis gevoede twijfel die gistermiddag bij de meeste europarlementariërs overheerste na het 1,5 uur durend optreden van de Nederlandse premier tegenover de grootste fanclub van de Europese Grondwet. Twijfel over hoe Nederland zijn doel wilde bereiken om én coöperatief met de andere EU-landen samen te werken én de in eigen land zo vermaledijde Europese Grondwet substantieel te veranderen. Men had goede intenties gehoord, maar evenzoveel obstakels om die te kunnen verwezenlijken. „Ik proef koudwatervrees’’, zei de Belgische oud-premier Jean-Luc Dehaene. „Steek uw kop niet in het zand. Doe wat nodig is en wees consequent in Europa’’, adviseerde de Britse voorzitter van de liberale fractie Graham Watson.

Balkenende wist wat hem gisteren in het spreekwoordelijke hol van de leeuw te doen stond: vooral geen uitspraken ventileren die het toch al geagiteerde parlement verder de kast op zou kunnen jagen. Nederland overvraagt, is de toenemende klacht in de rest van Europa. In plaats van een groot aantal concessies vragen aan andere lidstaten die al wel hebben ingestemd met de Europese Grondwet, zou Nederland meer moeten investeren in het overtuigen van de eigen bevolking van het nut van verdere Europese samenwerking. Die boodschap werd gisteren in diverse toonaarden afgegeven.

Speciaal voor de gelegenheid had de Britse liberale europarlementariër en fervent voorstander van de Grondwet, Andrew Duff, op diverse banken vlaggetjes van de Europese Unie geplaatst. Een stil protest tegen het voorstel van Nederland om in een nieuw verdrag geen verwijzing meer op te nemen naar een Europese vlag of een Europees volkslied.

Er moest gepaaid worden. Zodoende onderstreepte Balkenende het belang van het Parlement als Europese instelling bij uitstek niet één, niet twee, maar talloze keren. Verder waren het vooral verzoenende woorden. Nederland was dus niet tegen Europa. „Het is een land waar de algemene steun voor Europese samenwerking altijd bovengemiddeld was en nog steeds is. Eind 2006 stond 75 procent van de bevolking achter het EU-lidmaatschap’’, aldus Balkenende. „De Unie is een zeldzaam succesvol project. Alle reden om trots te zijn op wat we in Europa samen tot stand hebben gebracht.’’

Maar er was ook het gegeven dat de Europese Grondwet voor de meerderheid van de Nederlandse bevolking een stap te ver is gebleken. De uitspraak „de Grondwet is dood’’ van de vorige minister van Buitenlandse Zaken, Ben Bot, zette veel kwaad bloed in de rest van Europa, omdat het behalve deze constatering opvallend stil bleef van Nederlandse zijde. Dat beeld probeerde Balkenende te corrigeren. Nederland is wel degelijk compromisbereid, zei hij.

Het leidde bij de voorzitter van de socialisten, de Duitser Martin Schulz, tot de uitspraak dat hij dit „bemoedigend’’ vond. Maar dit gold lang niet voor alle afgevaardigden. „Het was een ijskoude nationalistische oorlogsverklaring tegen de Europese gedachte’’, zei de Oostenrijker Johannes Voggenhuber van de Groenen. En volgens D66 afgevaardigde getuigt de inzet van het Nederlandse kabinet „van een bedroevende leegte’’.

Balkenende liet het maar over zich heen komen. Hij weet dat hij volgende maand tijdens het beslissende eindspel in Brussel geen zaken hoeft te doen met het Europees Parlement maar met zijn collega regeringsleiders.