Premier doorsnee

In Ierland zijn vandaag parlementsverkiezingen.

De Ierse premier Bertie Ahern doet een gooi naar een nieuwe ambtstermijn.

Bertie Ahern, leider van de Fianna Fáil-partij, doet bij de parlementsverkiezingen van vandaag een gooi naar een nieuwe ambtstermijn. Hij is nu al langer taoiseach (spreek uit twiesjok), zoals de Ieren hun premier noemen, dan enig andere leider behalve de legendarische Eamon de Valera, grondlegger van de Ierse republiek in de vorige eeuw.

Ahern (55) is een man, die door zijn tegenstanders makkelijk wordt onderschat. Hij is niet bijzonder charismatisch, etaleert zelden spectaculaire visies en waagt zich niet aan retorische hoogstandjes. Ook fysiek, met zijn gedrongen postuur van gemiddelde lengte en grijswit haar, oogt hij erg doorsnee. Toch is hij al jaren de populairste politicus van het land.

Dit jaar heeft Aherns imago er bovendien een nieuwe dimensie bij gekregen, die van gevierd internationaal staatsman. Eerder deze maand kon hij in Belfast, samen met zijn Britse ambtgenoot Tony Blair, optreden als peetvader van de nieuwe coalitieregering. Daarin namen de voormalige aartsvijanden, de protestantse dominee Ian Paisley en nummer twee van het katholieke Sinn Féin, Martin McGuinness, broederlijk naast elkaar zitting. Ahern en Blair hadden zich hier jarenlang voor ingespannen.

Half mei mocht Ahern, met dank aan Blair, als eerste taoiseach uit de geschiedenis een gezamenlijke zitting van het Britse Lagerhuis en Hogerhuis toespreken. „Laten we de ruzies uit het verleden naar het verleden verwijzen”, verklaarde hij plechtig, „terwijl we zelf geschiedenis schrijven in plaats van gedoemd zijn die te herhalen.” Aherns gezag in eigen land steeg er verder door.

Juist tijdens de verkiezingscampagne is Ahern in zijn element. „Inhoudelijk heeft hij meestal niet veel bijzonders te zeggen”, aldus de Ierse journaliste Nicola Anderson, die de premier al weken dagelijks volgt. „Maar toch stellen de mensen zijn komst op prijs.” Ahern lijkt het echt leuk te vinden in vliegende vaart zoveel mogelijk Ieren te ontmoeten. Wanneer hij per helikopter landt op een grasveld achter de dorpsschool in Cornafulla in midden-Ierland, snelt hij op de juichende jongens en meisjes af en neemt vier, vijf uitgestoken kinderhanden tegelijk in de zijne.

De ouders zien het tafereel op een afstandje goedkeurend aan. Ze waarderen Ahern omdat hij hard werkt en niet naast zijn schoenen loopt. Ze zijn hem bovenal dankbaar omdat hij het land ongekende welvaart heeft geboden. „We hebben in tien jaar tijd 600.000 nieuwe banen geschapen”, zegt Ahern in het voorbijgaan bij een van zijn verkiezingsstops. Een prestatie voor een klein land als Ierland (4 miljoen inwoners), waarop menig collega-premier jaloers zou zijn.

Ahern kreeg zijn bezetenheid voor de politiek met de paplepel ingegoten. Zijn ouders waren actief in de campagne om de Britten uit Ierland te verdrijven. Op zijn 26ste was hij al parlementslid voor Fianna Fáil en snel werkte hij zich mede dankzij zijn organisatorische vaardigheden omhoog. Op zijn 35ste was hij burgemeester van Dublin. Ook partijgenoot en oud-premier Charles Haughey erkende Aherns talenten al vroeg: „Hij is de beste, de meest behendige, de sluwste van hen allemaal.”

Desondanks zag het er ditmaal enige tijd somber uit voor Aherns herverkiezing. Dat hing samen met de nogal dubieuze wijze waarop Ahern in de jaren negentig – hij was toen minister van Financiën – een huis kocht met ‘leningen’ van bevriende zakenlieden. De minister zat destijds aan de grond als gevolg van een echtscheiding. De vraag die onherroepelijk rees: verleende Ahern gunsten in ruil voor de leningen? Daarvoor is tot dusverre geen bewijs geleverd, maar veel Ieren namen hem kwalijk dat hij op zijn minst de schijn van belangenverstrengeling had gewekt.

Ook werd Ahern de afgelopen maanden achtervolgd met de blanco cheques, die hij als penningmeester van Fianna Fáil had getekend op last van de toenmalige partijleider en premier Haughey, een kleurrijke maar corrupte schuinsmarcheerder. Tegelijkertijd was er enige sympathie voor Aherns handelwijze. Anders dan Haughey heeft hij nooit aan zelfverrijking gedaan. Hij geeft niet om jachten, champagne en renpaarden. Liever drinkt hij een glas bier met mensen in zijn kiesdistrict in het noorden van Dublin. En hij werkt, altijd maar door. Volgens vrienden was dat ook een reden voor zijn echtscheiding. Zo zijn de schandalen rond Ahern geleidelijk aan overgedreven en doet hij zijn weinig flatteuze bijnaam eer aan: ‘Teflon Taoiseach’, de man aan wie nooit iets blijft kleven.