Plannen moeten goed zijn voor dier én boer

De Kamer laat onderzoeken of stoppen met de bio-industrie mogelijk is. Partijen blijven kritisch. De boer moet wel genoeg blijven verdienen.

De kippen van een boer in Langeweg. Boeren zitten klem tussen de eis van kostenreductie en de roep om verantwoord te produceren. Foto Merlin Daleman Kippenboer Antoine Damen. Langeweg, 16-02-06 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Hoe maak ik van veevoer zo snel mogelijk vlees? De vleesproductie is de afgelopen decennia geïndustrialiseerd, constateerde boer en Tweede Kamerlid Harm-Evert Waalkens (PvdA) gisteren in de vaste Kamercommissie voor Landbouw. „Ik ben blij dat mensen zich nu zorgen maken over hoe het wordt geproduceerd.”

Vertegenwoordigers van alle partijen behalve D66 draafden gisteren op voor de behandeling van het eerste burgerinitiatief ooit in het parlement: het voorstel van Milieudefensie voor beëindiging van de intensieve veehouderij. Op verzoek van de Kamer gaan het Centraal Planbureau en het Natuur en Milieuplanbureau de effecten op economie en milieu doorrekenen.

Ruim 100.000 mensen hebben het initiatief ondertekend, maar vertegenwoordigt het werkelijk wat er leeft in de samenleving? Dat vroeg een Kamerlid gisteren aan Wouter van Eck van Milieudefensie die zijn initiatief aan de commissie kwam uitleggen. „We vonden de handtekeningenlijsten terug op de gekste plekken, die helemaal niet in onze planning zaten”, zei Van Eck. „Zoals in de wachtkamer van een tandarts.”

Partijen ter linkerzijde staan meestal positief tegenover plannen voor verbetering van dierenwelzijn. Maar aan de rechterzijde staat men wantrouwender tegenover plannen waarmee het werk in de gangbare landbouw aan banden wordt gelegd. Zo wilde Ger Koopmans (CDA) weten of reductie van de veestapel met de helft het expliciete doel was, of slechts een consequentie van de plannen van Milieudefensie. Het was deel van het totaalpakket, antwoordde Van Eck. Uitvoering van de plannen zou vanzelf gepaard gaan met zo’n reductie, waarmee het antwoord in het midden bleef.

Bas van der Vlies (SGP), die vaak op de bres staat voor de boer, vroeg zich af wat de inkomenseffecten van deze overgang zouden zijn voor de boer. „Is duurzame bedrijfvoering mogelijk? Ook in de hele keten?” De toekomst van boeren ligt juist in beëindiging van de intensieve veehouderij, meende van Eck. „Wij hebben inspiratie gehaald uit de Commissie Wijffels die in 2001 al beschreef dat veehouders tussen twee heren worden vermalen: de eis tot kostenreductie en de eis om te zorgen voor het welzijn van dieren. Dat laatste kan alleen door kostenverhoging.”

Van Eck probeerde zoveel mogelijk sympathie te tonen voor de boerenstand. „Ik begrijp de moeilijke positie van de boeren. De politiek moet een brug leggen en veehouders ondersteunen die zich voor maatschappelijke wensen inzetten.” Niet in het segment van de ‘kiloknaller’, maar met duurdere kwaliteitsproducten zou de boer zijn geld moeten verdienen. Van Eck: „We zitten midden in de driehoek Londen, Parijs en Berlijn, met veel consumenten die belangstelling hebben voor dierenwelzijn”, vervolgde Van Eck. „En juist in die landen doet Nederland het slecht.”

„Boeren willen ook een beter dierenwelzijn maar kunnen het niet betalen”, meende Dion Graus (PVV). Dus „zal de consument bereid moeten zijn meer te betalen”. Ook de PVV is voor afbouw van de bio-industrie.

Het rapport over de bio-industrie is te vinden op: www.milieudefensie.nl