Plan bio-industrie getoetst door CPB

De Tweede Kamer laat het Centraal Planbureau (CPB) en het Natuur en Milieuplanbureau (NMP) doorrekenen wat de effecten zijn van opheffing van de bio-industrie op economie en milieu. Het parlement komt daarmee tegemoet aan het burgerinitiatief van Milieudefensie dat aanstuurt op het einde van de intensieve veehouderij.

Gisteren wijdde de vaste Kamercommissie voor Landbouw haar eerste sessie aan het burgerinitiatief, dat door meer dan 100.000 mensen is ondertekend. Wouter van Eck van Milieudefensie presenteerde tijdens de vergadering de studie Boeren met Toekomst, waarin het initiatief concreet is uitgewerkt.

Milieudefensie pleit voor een zogeheten consumentenheffing van 85 cent per kilo vlees als compensatie voor de milieukosten van de intensieve veehouderij, die niet in de huidige prijs van vlees zijn verdisconteerd. Boeren die omschakelen „van bulk naar kwaliteit” krijgen als het aan Milieudefensie ligt een kwaliteitstoeslag, zodat ze met minder dieren toch behoorlijk verdienen.

Resultaat zou een verbetering van het dierenwelzijn zijn, evenals vermindering van de milieulasten en een lagere import van veevoer (soja). Voor het telen van soja wordt nu in het Amazonegebied oerwoud gekapt.

De Nederlandse veestapel zou door de maatregelen halveren, terwijl er tegelijkertijd meer werk overblijft voor boeren. Van Eck verbond zijn doelstellingen met het huidige regeringsbeleid. Als de overheid de doelstellingen van het Nationaal Milieubeleidsplan 4 voor reductie van uitstoot van ammoniak wil bereiken, dan is reductie van de veestapel onvermijdelijk. Na het zomerreces, als de berekeningen van CPB en NMP binnen zijn, praat de Tweede Kamer verder over het onderwerp.

Bio-industrie: pagina 15