Noodklokmoeders

Met zo’n honderddaagse hellevaart naar de gewone burgers vraag je er natuurlijk wel een beetje zelf om. Om het opleven van de klaagcultuur. Het kabinet legt het oor te luister en prompt staan allerlei belangenorganisaties in de rij met hun verlanglijstjes en omgekeerde petten in de hand. Om de stoet te overschreeuwen luiden sommigen zelfs de noodklok.

‘Studerende moeders luiden de noodklok’, kopte het persbericht dat studentes met kinderen deze week de wereld instuurden. Arme Ronald Plasterk. Dacht hij net te kunnen uitbuiken van die honderd lunches en diners aangeboden door straatarme, overspannen leraren, krijgt hij studentes met kinderwagens en dikke buiken over de vloer die hem een rapport met ‘knelpunten’ overhandigen.

De Raad voor Volksgezondheid en Zorg had ze deze bedelnap eerder al in handen gegeven: studentes moesten meer kinderen krijgen, want na je dertigste zwanger worden, was ongezond.

Prompt zijn ze aan het fokken gegaan. In studentenkamertjes kraakten de Ikea-bedjes dat het een lieve lust had, en nu de kleine dreumesen eenmaal op het wereldtoneel zijn verschenen is de wereld te klein. Studievertraging, financiële problemen en onbegrip „vertroebelen het zicht op een diploma”.

Tsja, de noodklok. Vroeger klonk deze alleen bij natuurrampen en andere vormen van noodlot. Tijden zijn veranderd. De noodklok klinkt ook wanneer je wat roosterproblemen hebt omdat je geen oppas kunt regelen. Ook zonder noodlot klinkt de noodklok.

Vooralsnog kiezen studentes er zelf voor om kinderen te krijgen, en iedereen weet dat zo’n onderneming kostbaar is (luiers, crèches, en dadelijk ook nog iPods en studies). Stel je voor dat iedereen die een benzine zuipende auto kocht bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat ging aankloppen.

De studerende moeders willen aanspraak maken op speciale voorzieningen, alsof het hebben van kinderen vergelijkbaar is met het hebben van een handicap. Ik zou zeggen: gebruik de pil en een condoom. Jezelf voortplanten doe je maar na je studie. Als je doorwerkt, ben je op je tweeëntwintigste al master. Jong genoeg om gezond zwanger te worden.

Christiaan Weijts

Schrijver van het boek Art. 285b.