Niet charismatisch, wél erg populair

Bertie Ahern probeert vandaag een derde termijn als premier veilig te stellen. Onder Ahern, die al tien jaar regeert, is Ierland stukken welvarender geworden. Schandalen rond zijn verleden lijken van hem af te glijden.

Premier Bertie Ahern schudt graag handen, zoals hij hier doet met schoolkinderen tijdens zijn verkiezingscampagne in het Ierse stadje Athlone. Foto AP Irish Prime Minister Bertie Ahern meets primary school children during a visit to Athlone, Ireland, Tuesday, May, 22. 2007. The Irish Prime Minister and leader of Finna Fail was canvassing ahead of Thursday's elections. (AP Photo/Peter Morrison) Associated Press

De Ierse premier Bertie Ahern lijkt een onverzadigbare behoefte te hebben aan handdrukken. Bij een bliksembezoek aan het stadje Athlone in het hart van Ierland ontsnapt bijna geen voorbijganger aan de man, die Ierland al sinds 1997 regeert. Terwijl de lokale parlementskandidaat, een 75-jarige dame, achter hem aan puft, klampt de energieke Ahern tussen de rekken met kleren in een warenhuis verbouwereerde huisvrouwen aan. „Good to see you”, zegt hij met een brede, ietwat scheve glimlach op zijn vriendelijke gezicht. Om prompt door te snellen naar meer handen.

Ahern, leider van de centrum-rechtse Fianna Fáil-partij, doet bij de parlementsverkiezingen van vandaag een gooi naar een nieuwe ambtstermijn. Hij is inmiddels al langer taoiseach (spreek uit twiesjok), zoals de Ieren hun premier noemen, dan enige andere leider behalve de legendarische Eamon de Valera, grondlegger van de Ierse republiek in de vorige eeuw.

Ahern (55) is een man die door zijn tegenstanders makkelijk wordt onderschat. Hij is niet bijzonder charismatisch, etaleert zelden spectaculaire visies en waagt zich niet aan retorische hoogstandjes. Ook fysiek, met zijn gedrongen postuur van middelbare lengte en grijswitte haar, oogt hij erg doorsnee. Toch spreekt hij veel Ieren aan en is hij al jaren de populairste politicus van het land.

Dit jaar heeft Ahern er bovendien een nieuwe reputatie bij gekregen, die van internationaal gevierd staatsman. Eerder deze maand kon hij in Belfast, samen met zijn Britse ambtgenoot Tony Blair, optreden als peetvader van de nieuwe Noord-Ierse coalitieregering. Daarin namen de voormalige aartsvijanden, de protestantse dominee Ian Paisley en de nummer twee van het katholieke Sinn Féin, Martin McGuinness, broederlijk naast elkaar zitting. Ahern en Blair hadden zich hier jarenlang voor ingespannen.

Half mei mocht Ahern, met dank aan Blair, als eerste taoiseach uit de geschiedenis een gezamenlijke zitting van het Britse Lagerhuis en Hogerhuis toespreken. „Laten we de ruzies uit het verleden naar de annalen van het verleden verwijzen”, verklaarde hij plechtig, „terwijl we zelf geschiedenis schrijven in plaats van gedoemd zijn die te herhalen.” Aherns gezag in eigen land steeg er verder door.

Juist tijdens de verkiezingscampagne is Ahern in zijn element. „Inhoudelijk heeft hij meestal niet veel bijzonders te zeggen”, aldus de Ierse journaliste Nicola Anderson, die de premier al weken dagelijks volgt. „Maar toch stellen de mensen zijn komst op prijs.”

Ahern lijkt het echt leuk te vinden in vliegende vaart zoveel mogelijk Ieren te ontmoeten. Ook voor kinderen, hoewel niet stemgerechtigd, maakt hij geen uitzondering. Wanneer hij per helikopter landt op een grasveld achter de dorpsschool in Cornafulla, in midden-Ierland, snelt hij op de juichende jongens en meisjes toe en neemt soms vier, vijf uitgestoken kinderhanden tegelijk in de zijne.

De ouders zien het tafereel goedkeurend aan. Ze waarderen Ahern omdat hij hard werkt en niet naast zijn schoenen loopt. Ze zijn hem bovenal dankbaar omdat hij het land ongekende welvaart heeft gegeven. Een straatje met aantrekkelijke nieuwe villa’s naast de school in Cornafulla getuigt van Ierlands nieuwe welstand. „We hebben in tien jaar tijd 600.000 nieuwe banen geschapen”, zegt Ahern tijdens een van zijn verkiezingsstops. Een prestatie voor een klein land als Ierland (4 miljoen inwoners), waarop menig collega-premier jaloers zou zijn.

Ahern heeft zijn bezetenheid voor de politiek met de paplepel ingegoten gekregen. Zijn ouders waren actief in de campagne om de Britten uit Ierland te verdrijven. Op zijn zesentwintigste was hij al parlementslid voor Fianna Fáil en snel werkte hij zich mede dankzij zijn organisatorische vaardigheden omhoog. Op zijn vijfendertigste was hij burgemeester van Dublin. Ook partijgenoot en oud-premier Charles Haughey erkende Aherns talenten al vroeg: „Hij is de beste, de meest behendige, de sluwste van hen allemaal.”

Desondanks zag het er ditmaal enige tijd somber uit voor Aherns herverkiezing. Dat hing samen met de dubieuze wijze waarop Ahern in de jaren ’90 – hij was toen minister van Financiën – een huis kocht met ‘leningen’ van bevriende zakenlieden. De minister zat destijds aan de grond als gevolg van een echtscheiding. De vraag die onherroepelijk rees: verleende Ahern gunsten in ruil voor de leningen? Daarvoor is tot dusverre geen bewijs geleverd, maar veel Ieren namen hem kwalijk dat hij op zijn minst de schijn van belangenverstrengeling had gewekt.

Ook werd Ahern de afgelopen maanden achtervolgd met de blanco cheques die hij als penningmeester van Fianna Fáil had getekend op last van de toenmalige partijleider en premier Haughey, een kleurrijke maar corrupte schuinsmarcheerder. Tegelijkertijd was er enige sympathie voor Aherns handelwijze. Anders dan Haughey heeft hij nooit aan zelfverrijking gedaan. Hij geeft niet om jachten, champagne en renpaarden. Liever drinkt hij een glas bier met mensen in zijn kiesdistrict in het noorden van Dublin. En hij werkt altijd maar door. Volgens vrienden was dat ook een reden voor zijn echtscheiding. Zo zijn de schandalen rond Ahern geleidelijk aan overgedreven en doet hij zijn weinig flatteuze bijnaam ‘Teflon Taoiseach’, de man aan wie nooit iets blijft kleven, eer aan.