Niet alleen Wereldbank heeft last van Wolfowitz

De gezagscrisis bij de Wereldbank dreigt uit te lopen op een financiële crisis.

Ontwikkelingslanden zijn namelijk afhankelijk van donaties aan de Wereldbank.

De Wereldbank is de belangrijkste ontwikkelingsinstelling die er is. De bank beschikt over de meeste geldmiddelen, is leidinggevend op intellectueel terrein door veel eigen onderzoek en is een belangrijke coördinator van donoren en hulpontvangers. Dat juist deze organisatie in een zware crisis zit, heeft grote betekenis voor de internationale ontwikkelingssamenwerking. Die crisis betreft de geloofwaardigheid, maar dreigt ook een financiële crisis te worden.

Directeuren van landenkantoren van de Wereldbank meldden de afgelopen weken dat, als ze in ontwikkelingslanden zaken als ‘goed bestuur’ en corruptie aanroerden, ze meewarig en cynisch werden aangekeken. Gesprekken op een Wereldbankconferentie de afgelopen week in Slovenië leerden me niet veel anders.

De crisis rondom Paul Wolfowitz heeft de geloofwaardigheid van de Wereldbank ernstig aangetast. De verklaring van het bestuur bij het aftreden van Wolfowitz heeft daarbij niet geholpen. Veel is in deze affaire nog onderbelicht gebleven. Wolfowitz heeft niet alleen de salarisverhoging van zijn vriendin Riza tot op de komma gedicteerd, maar ook de buitenproportionele jaarlijkse salarisverhogingen en de bevorderingen die zouden volgen. Daarna heeft hij in verklaringen aan de pers de hoogste bankfunctionarissen, het ethisch comité en de Board medeplichtig willen maken aan deze regeling. Ten slotte heeft hij het conflict nog geprobeerd te politiseren, door te stellen dat het allemaal om zijn rol in de Irakoorlog draaide. Wie dat allemaal op een rijtje zet kan niet geloven dat Wolfowitz ethisch en in goed vertrouwen handelde.

Daarenboven heeft nog geen Wereldbankpresident in de slechts twee jaar dat hij er zat, zoveel aanvaringen met de Board gehad. Dat betrof zijn anticorruptiestrategie, het speciaal ingestelde Irakfonds, en de wijze waarop hij bestuurde, bouwend op een kleine groep van zelf aangestelde vertrouwelingen.

Het herstel van de geloofwaardigheid van de Wereldbank zal tijd vergen. Daarvoor zou het bestuur een aantal gelijksoortige zaken die parallel aan de zaak-Riza naar boven zijn gekomen, moeten onderzoeken. Dat betreft bijvoorbeeld de bevordering van de vrouw van Shengman Zhang, nummer twee van de bank op het moment dat Wolfowitz aantrad. Verder moet worden gekeken naar de benoeming van de nieuwe president. Een organisatie die transparantie predikt en die onder ‘goed bestuur’ toch ook zal rekenen dat hoge functionarissen op grond van gebleken deskundigheid worden aangesteld, kan moeilijk de benoeming van zijn eigen hoogste man via de achterkamertjes regelen.

Gevreesd moet worden dat dat wel gebeurt. Dat zou kunnen leiden tot een tweede crisis: een financiële. Ontwikkelingslanden kunnen bij verschillende loketten van de Wereldbank lenen. Voor de armste landen is er het ‘zachte leningenloket’, de International Development Association (IDA). De IDA ontvangt haar geld voor het grootste deel van de begrotingen van de westerse donorlanden. Deze besluiten om de drie jaar hoeveel geld ze in de pot storten. De onderhandelingen over deze vijftiende ‘replenishment’ voor de periode 2008-2011 zijn net in maart begonnen. Om het huidige niveau te behouden zou de Wereldbank ongeveer 25 miljard dollar in kas moeten krijgen. Dat vergt veel meer middelen van de donoren dan drie jaar geleden, omdat er ook nog een belangrijke schuldkwijtschelding is gedaan.

Nu zijn er drie mogelijke scenario’s. 1. President Bush en de zijnen, die tot het laatste moment Wolfowitz hebben verdedigd, zijn zo chagrijnig over de recente gebeurtenissen, dat zij de hand op de knip houden. 2. De VS schuiven een president naar voren die door de Europeanen niet gewenst wordt. Dat dat consequenties heeft voor de bijdragen aan IDA, heeft minister Koenders al aangegeven. 3. De VS en Europa vinden op korte termijn een geschikte kandidaat, in wie iedereen vertrouwen heeft, en er komt overeenstemming over de richting van de Wereldbank de komende jaren.

Dit laatste scenario lijkt helaas het minst waarschijnlijk. De zusterinstelling van de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds, is ondertussen na drie kritische evaluaties ook in een identiteitscrisis beland. De conclusie is dat beide organisaties hun rol in de politieke en economische wereldorde zullen moeten herdefiniëren om een financiële crisis in de derde wereld te voorkomen.

Paul Hoebink werkt bij het Centre for International Development Issues Nijmegen van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Lees de verklaringen van Wolfowitz en de Wereldbank via nrc.nl/economie