Mongolië is in de mode

Een khadak is in Mongolië een blauwe sjaal die je beschermt tegen de dood.

Met de poëtische film ‘Khadak’ binden de regisseurs zo’n sjaal om het land.

Khadak, de eerste speelfilm van het Belgisch-Amerikaanse documentairemakersechtpaar Peter Brosens en Jessica Hope Woodworth móet je wel magisch-realistisch noemen. Want hij is magisch en realistisch en vaak lopen beide gewoon door elkaar heen, alsof er niets aan de hand is.

Alleen voor hoofdpersoon Bagi is dat soms raar. Hij is voorbestemd om sjamaan te worden, maar dat weet hij niet. En als hij het wel weet, wil hij er niet aan. Zijn epileptische visioenen brengen hem in paniek. Hij wil in de wereld van het hier en nu zijn. Hij is een jongeman die op zijn motor over de steppen rondscheurt en eerst maar eens een heel andere brug moet zien te slaan: die tussen de traditie van zijn grootouders en de moderniteit van zijn eigen leven.

Mongolië is in de mode. Maar in Khadak voelt het landschap anders, minder lieflijk in ieder geval, dan in betoverende films als The Story of the Weeping Camel en Cave of the Yellow Dog van Byambasuren Daava. Brosens en Woodworth maakten er al eerder documentaires en kennen het land op hun duimpje. Die ervaring vertaalt zich in een blik van herkenning, een thuiskomst in een beangstigend mooie anti-utopie in plaats van een toeristische trip. Wat daarbij hielp is dat ze ervoor kozen om de bekende steppen te filmen in hartje winter. De wuivende grasvlakten verdwenen onder sneeuw waarin de wind sporen trekt. Door de lens van vaste Sharunas Bartas-cameraman Rimvydas Leipus worden dat de strofen waarlangs de gebeurtenissen zich voltrekken.

Voor een film die ooit als een documentaire over sovjetpiloten was opgezet, is het verhaal weinig documentair. Een van die piloten is er nog: hij is de vader van hoofdpersoon Bagi, waarmee meteen in het begin van de film duidelijk wordt wat de ware afkomst van de jongen is. Hij is uit de hemel komen vallen. Met de piloten kwam de exploitatie van het land. Enorme bodemrijkdommen werden ontdekt, de autoriteiten gaven de mijnen aan buitenlandse bedrijven en het einde van het nomadische tijdperk brak aan. Bagi is een van die laatste nomaden, maar als een geheimzinnige ziekte de kuddes treft, wordt hij met zijn familie naar de randen van de stad verbannen. Zelfs zijn geliefde paard moet hij achterlaten. Hij bindt het dier een van die traditionele blauwe sjaals (de ‘khadak’, het ‘stukje hemel’ uit de titel) om de nek om het tegen de dood beschermen.

Vanaf dat moment neemt het magische langzamerhand bezit van de realistische wereld. Met de mooie kolendievegge Zolzaya en haar bende van twaalf (apostelen) ontdekt Bagi dat de nomaden slachtoffer zijn geworden van een industrieel-economisch complot. Maar in plaats te kiezen voor een feitelijke aanklacht tegen het kapitalisme leren Brosens en Woodworth ons de dilemma’s van de voormalige sovjetsatellietstaat begrijpen door een thriller in de vorm van een gedicht. Hoe duidelijker wordt dat de overheid de nomaden niet de hele waarheid heeft verteld, des te associatiever de beelden.

Uiteindelijk mondt Khadak uit in een visuele trip waarin de nomaden het voortgaan van de tijd uit z’n onvermijdelijkheid weten te tillen. Even stokt de wereld. En als het leven weer begint, hebben de nomaden zelf weer de regie overgenomen. Zo onttrekt Khadak, dat vorig jaar in Venetië de Leeuw van de Toekomst won, zich aan voor de hand liggend moralisme. Brosens en Woodworth binden met hun film een ‘khadak’ om een land dat hen aan het hart gaat.

Khadak. Regie: Peter Brosens en Jessica Hope Woodworth. Met: Batzul Khayankhyarvaa, Tsetsegee Byamba, Dugarsuren Dagvadorj, Banzar Damchaa, Tserendarizav Dashnyam. In: 6 bioscopen.