Kattebelletje openbaar gemaakt

Kamer en staatssecretaris debatteerden voor de derde keer over de Grondwet.

Na vage eerdere debatten werd nu veel helder, mede dankzij een fotokopie.

De Tweede Kamer klaagt over gebrek aan informatie, de staatssecretaris laat zijn ambtenaren ter plekke een fotokopie trekken van een ambtelijk kattebelletje, en laat dat ronddelen. Dit in de Nederlandse parlementaire verhoudingen unieke beeld bood gisteren het spoeddebat over de onderhandelingen over de Europese Grondwet.

Staatssecretaris Timmermans (Europese Zaken, PvdA) stond als enig bewindsman in de Kamer – premier Balkenende was in Straatsburg, minister Verhagen met de koningin mee op staatsbezoek in Slowakije.

Het resultaat was het minst vage debat van de drie die de Tweede Kamer tot nu toe over de onderhandelingsstrategie rond de vervanging van het in 2005 in Nederland en Frankrijk bij referendum verworpen grondwettelijk verdrag heeft gevoerd. Toen de SP klaagde over de vaagheid van de kabinetsbrieven over dit onderwerp, terwijl in nrc.next gisteren had gestaan dat diplomaten in Brussel wél over een achtpuntenlijstje beschikten met Nederlandse verlangens, liet Timmermans de fotokopie maken. Het bleek te gaan om acht ‘spreekpunten’ van Verhagen, eerder deze maand tijdens een diplomatieke lunch in Den Haag, waarbij de aanwezige ambassadeurs kennelijk ijverig aantekeningen maakten.

In een enkel geval bood het rondgedeelde document meer details, zoals de manier waarop Nederland zou willen dat nationale parlementen Europese wet- en regelgeving kunnen wegstemmen: bij oppositie van een meerderheid van nationale parlementen moet de Europese Commissie een voorstel intrekken, bij oppositie van minimaal eenderde van de parlementen moet de Commissie een voorstel heroverwegen, en bij een situatie daar tussenin moet de Europese Raad een oordeel uitspreken over een Commissie-voorstel.

De Tweede Kamer had – na het eerste succes – nog wel veel méér willen weten over de onderhandelingsinzet van Nederland in Europees verband – alleen het CDA verzocht de regering om geen brieven meer over dit onderwerp naar de Kamer te sturen, omdat dat de Nederlandse onderhandelingspositie zou ondermijnen. Maar Timmermans hield vragen af met het argument dat dit inderdaad funest zou zijn: „Als ik hier nu zeg op welke terreinen Nederland daartoe bereid is, weten andere landen meteen tot welke concessies wij bereid zijn, dus dat doe ik niet”.