Kamer onderzoekt plan opheffing bio-industrie

De Tweede Kamer reageert serieus op het burgerinitiatief van Milieudefensie dat aanstuurt op het einde van de intensieve veehouderij. Op verzoek van de Kamer gaan het Centraal Planbureau en het Natuur en Milieuplanbureau de effecten van opheffing op economie en milieu doorrekenen.

Gisteren wijdde de vaste kamercommissie voor Landbouw haar eerste sessie aan het burgerinitiatief, dat door meer dan honderdduizend mensen is ondertekend. „Heel lang is de productie van voedsel geïndustrialiseerd”, zei boer en kamerlid Harm-Evert Waalkens (PvdA), „Ik ben blij dat mensen zich nu zorgen maken over hoe het wordt geproduceerd.”

Hugo Polderman (SP) sloot aan met de opmerking: „Het is niet de eerste keer dat de bevolking ergens anders over denkt dan de politiek. Denk maar aan Europa.” De traditionele landbouwlobby van CDA en VVD beperkte zich tot vragen van naar specifieke details.

Wouter van Eck van Milieudefensie presenteerde tijdens de vergadering de studie Boeren met Toekomst, die gericht is op halvering van de Nederlandse veestapel en meer werk voor boeren, te betalen door een consumentenheffing van 85 cent per kilo vlees. De bio-industrie zou ophouden te bestaan en negatieve effecten op het milieu door met name de grote berg mest zouden verdwijnen.

Van Eck verbond zijn doelstellingen met het huidige regeringsbeleid. Als de overheid de doelstellingen van het Nationaal Milieubeleidsplan 4 voor reductie van uitstoot van, bijvoorbeeld, ammoniak wil bereiken, dan is reductie van de veestapel onvermijdelijk, aldus Van Eck.

Na het zomerreces, als de berekeningen van CPB en NMP binnen zijn, zal de Tweede Kamer de beraadslagingen voortzetten.