Iran heeft minder gebluft dan werd gedacht

Het Westen dacht dat Iran de grootste moeite zou hebben zijn gascentrifuges voor de verrijking van uranium in bedrijf te houden. Maar nu blijkt dat Teheran minder gebluft heeft dan werd vermoed.

Iran is volop en op grote schaal uranium aan het verrijken. Daarbij wordt een verrijkingspercentage bereikt dat over de limiet gaat die Iran zichzelf had opgelegd. Er is geen sprake van dat het land tegemoet komt aan de eis van de Veiligheidsraad van de Verenigde naties om het verrijken van uranium, en de bouw van nieuwe verrijkingsinstallaties, op te schorten.

Dat is gebleken uit een onaangekondigde inspectie door het internationale atoomenergie agentschap IAEA die op 13 mei plaatsvond. De IAEA bespreekt de aangetroffen situatie in een rapport dat gisteren uitkwam.

De Veiligheidsraad had om de rapportage verzocht op 24 maart, toen de laatste resolutie werd aangenomen waarin Iran opnieuw werd opgedragen te stoppen met het verrijken van uranium. Daarbij werden eerdere sancties (op 23 december 2006 afgekondigd) uitgebreid.

In een van de twee reusachtige ondergrondse hallen die bij de plaats Natanz zijn aangelegd troffen IAEA-inspecteurs elf dagen geleden 1312 goed werkend gascentrifuges aan, die werden gevoed met het gasvormige uraniumhexafluoride (UF6). Ze waren alle tegelijk in bedrijf en gerangschikt in acht zogenoemde cascades van 164 centrifuges.

Twee andere cascades draaiden al in vacuüm (de laatste teststap) en nog eens drie cascades waren in aanbouw. In gascentrifuges kan het gehalte van de splijtbare uraniumsoort 235U uit natuurlijk uranium worden opgevoerd tot het materiaal bruikbaar is voor een kerncentrale – of een kernwapen.

Volgens Iraanse technici was inmiddels een verrijkingspercentage bereikt van 4,8 procent. De IAEA heeft dat nog niet kunnen bevestigen. Iran had eerder toegezegd niet verder te zullen verrijken dan tot 3,5 procent. Voor kerncentrales is meestal niet meer nodig.

Ook op ander terrein komt Iran niet tegemoet aan de eisen van de Veiligheidsraad, schrijft IAEA-directeur-generaal ElBaradei in zijn rapport. Uit satellietwaarnemingen blijkt dat het werk aan een zwaarwater-kernreactor en een fabriek voor de productie van zwaar water bij Arak gewoon doorgaat. Toegang tot het gebied krijgt de IAEA niet meer.

Het belangrijkste nieuws uit het IAEA-rapport is dat Iran ruim 1.300 gascentrifuges van het type P1 in gebruik heeft. Dat type is gebaseerd op een Nederlands ontwerp uit de jaren zeventig, dat de Pakistaanse ‘atoomspion’ dr. A.Q. Khan destijds uit Almelo heeft meegenomen.

Iran had al eerder aangekondigd nog in mei van dit jaar zo’n 3.000 centrifuges in gebruik te zullen hebben. Die claim is destijds in het Westen met scepsis en geringschatting aangehoord. Er gingen juist geruchten dat Iran de grootste moeite had de centrifuges in bedrijf te houden. Nu blijkt Iran minder gebluft te hebben dan werd verondersteld, al blijft het totaal voor deze maand misschien op 2.000 hangen.

De nucleair deskundige David Albright, van het Amerikaanse Institute for Science and International Security (ISIS), verklaarde in maart dit jaar bij een hoorzitting van het Amerikaanse Congres dat Iran zijn cascades van 164 machines in ‘modules’ van 18 cascades wil rangschikken. Als één zo’n module gereed is zou Iran, volgens Albright, nog maar zes tot twaalf maanden nodig hebben om genoeg uranium voor één kernbom te produceren.

De vraag is of Israël of de Verenigde Staten het zover zullen laten komen. In 1981 vernietigde Israël een net voltooide Iraakse kernreactor die Irak aan plutonium voor een bom had kunnen helpen.

Overigens heeft Iran steeds benadrukt dat het verrijkingsprogramma een strikt civiele bedoeling heeft. Maar overtuigend vindt de IAEA dat niet.

De kerncentrale die de Russen bij Bushehr afbouwen zal zijn splijtstof uit Rusland krijgen. Voor de zwaarwaterreactor van Arak hoeft het uranium waarschijnlijk niet verrijkt te worden.

De IAEA heeft de afgelopen vier jaar in het Iraanse nucleaire onderzoek bovendien geregeld – kleine – aanwijzingen gevonden dat het land toch werkt aan een kernwapen.

IAEA-rapport: GOV/2007/22 op www.isis-online.org