‘Ik hou niet van Sovjet-gedrag’

De Pool Jacek Saruysz-Wolski is voorzitter van de buitenlandcommissie van het EU-parlement. „Wij uit de nieuwe lidstaten kunnen de ware aard van Russische politici doorgronden.”

De betrekkingen tussen Rusland en de Europese Unie bevinden zich op een dieptepunt. Zonder enig noemenswaardig resultaat en in een ijzige sfeer sloten de beide grootmachten eind vorige week in het Russische Samara hun halfjaarlijkse topontmoeting af.

De Poolse christen-democraat Jacek Saryusz-Wolski, sinds begin dit jaar voorzitter van de buitenlandcommissie van het Europees Parlement, zit er niet mee. Integendeel. Hij is juist tevreden met de uitkomst.

„De Europese Unie nam eindelijk een stevige gezamenlijke positie in”, zegt Saryusz-Wolski. „Daarmee hebben we Rusland getoond dat de pogingen om de Unie uit elkaar te spelen niet zijn gelukt. Ik hoop dat de Russen die politiek nu laten varen en zich richten op dialoog en constructieve onderhandelingen.”

Zeer gereserveerd reageerden europarlementariërs uit de oude lidstaten op het naar voren schuiven van Saryusz-Wolksi als aanvoerder van de prestigieuze buitenlandcommissie van het Parlement. Een plek die de Polen op grond van de interne regels van de christen-democratische fractie in het Europees Parlement konden opeisen.

De critici beschouwden Saryusz-Wolksi als een ijzervreter die de toch al gevoelige verhoudingen met Rusland verder op scherp zou kunnen stellen. Niet dat het Europees Parlement grote invloed kan uitoefenen op het buitenlands beleid van de Unie, het gaat meer om de algemene atmosfeer waarin ook de Europese volksvertegenwoordigers een rol spelen.

Waar zijn de Russen volgens u mee bezig?

Saryusz-Wolski: „Het is duidelijk dat zij trachten hun verloren invloed op sommige lidstaten van de vroegere Sovjet-Unie of landen die onder haar invloedssfeer vielen, te herwinnen. Daarom werd Estland opzij gezet, werd de olietoevoer naar Litouwen stopgezet, werd er een importstop op vlees uit Polen afgekondigd. Rusland probeert verschillende niveaus van economische samenwerking met EU-landen te creëren, waardoor sommige van die landen meer kwetsbaar worden voor hun politieke druk. Maar het is niet gelukt. Rusland weet nu dat het de Europese Unie niet kan verdelen.”

Heeft de Europese Unie deze boodschap niet erg laat afgegeven?

„Het is later dan had gekund. Maar ik vind het goed dat de Europese Unie uiteindelijk heeft erkend dat een voorzichtige aanpak van Rusland contraproductief is. En daarmee bedoel ik dat Rusland wordt toegestaan aan bepaalde verplichtingen niet te voldoen. Dan krijg je dat soort acties als een importstop op vlees uit Polen of een cyberaanval op Estland. Daar moest een eenduidige reactie van de EU op komen, want anders gaat het gewoon door. Russen begrijpen een hard standpunt. Als je aarzelt of te tolerant bent hebben ze geen respect.”

Maar u wist dat al lang?

„Ja, maar dat komt omdat wij uit de nieuwe lidstaten de ware aard van Russische politici kunnen doorgronden. Wij kennen het systeem veel beter dan politici uit West-Europa. Aanvankelijk werden wij in de Europese Unie beschouwd als afvalligen. Maar ik ben niet tegen de Russen, ik houd alleen niet van Sovjet-gedrag.”

Maakt het verschil dat de Franse president Chirac is vertrokken?

„Zeer veel. Chirac en de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder waren mensen met een warm plekje voor Rusland en daarom toleranter voor dat land. Nu is iemand als Angela Merkel voorzitter van de Unie. Zij kent het systeem. Zij heeft het niet uit de boeken, maar ze heeft aan den lijve ondervonden hoe het werkt.”

Ziet u de betrekkingen tussen Rusland en de EU nog verbeteren?

„Op de middellange termijn zal dat zeker gebeuren, want dit is in het belang van beide partijen. Maar Rusland is wel meer afhankelijk van de EU dan andersom. Van de Russische export gaat 50 procent naar de EU, terwijl de EU maar 6,5 procent naar Rusland exporteert.

„Ik denk dat Rusland zich positiever tegenover de Unie zal opstellen als er een machtswisseling in het Kremlin heeft plaatsgevonden. Tot die tijd is er een pauze. Er is, om in EU-termen te blijven, een periode van reflectie nodig.”