Het Ahold-mysterie van de AFM

Aholds boekhoudschandaal was voor toezichthouder AFM vanaf het begin een hoofdpijndossier. Vier jaar na dato kan de balans worden opgemaakt. Over een waakhond die nergens over ging, zichzelf onderzocht en niks vond.

Wat heeft de Autoriteit Financiële Markten eigenlijk wél gedaan rond het boekhoudschandaal bij supermarktconcern Ahold? Die vraag dringt zich op in een rechtszaak die een gedupeerde Ahold-belegger heeft aangespannen tegen de beurstoezichthouder en waarvan morgen het hoger beroep dient.

De afgelopen vier jaar onderzocht de Autoriteit Financiële Markten (AFM) of er vlak vóór het bekend worden van het boekhoudschandaal, op 24 februari 2003, op de beurs met voorkennis was gehandeld. Waren er beleggers die weet hadden van Aholds nijpende situatie en daarvan profiteerden?

Het onderzoek leidde niet tot een aangifte bij het Openbaar Ministerie. Justitie besloot dat een voorkennisonderzoek niet nodig was. Dossier gesloten. Maar op basis waarvan? De geheimhoudingsplicht belemmert de AFM hier iets over te zeggen, laat de toezichthouder weten. Die belemmering zag de AFM niet bij de aankondiging van het onderzoek: dat gebeurde vier jaar geleden met veel bombarie.

Wat wel duidelijk is: de Ahold-affaire is vanaf het begin een hoofdpijndossier voor de toezichthouder geweest. Na het ongeloof over het schandaal bij Ahold, waar de top van het concern per direct vertrok nadat was gebleken dat de cijfers waren opgepoetst, kreeg de AFM veel kritiek. De toezichthouder bleek vier dagen eerder te zijn ingelicht over de problemen bij het supermarktconcern. In deze dagen circuleerde er een klokkenluidersbrief die de problemen van Ahold nauwkeurig uit de doeken deed, en waar Ahold drie dagen vóór zijn persbericht door de media mee werd geconfronteerd. Beursorganisatie Euronext – toen nog eerst aangewezene als het ging om schorsing van de handel of om een bedrijf tot een persbericht te dwingen – wist van niets. De beurs werd maandag net zo overvallen als beleggers.

Waarom had de AFM niets gedaan? Omdat Ahold dan zou zijn omgevallen, zei bestuursvoorzitter Arthur Docters van Leeuwen destijds. Eerst had het supermarktconcern een noodkrediet nodig. „Zonder die financiering zou er geen bodem in de markt hebben gelegen en was de koers naar nul gegaan”, verklaarde hij tegenover deze krant.

Aan die veronderstelling hing wel een prijskaartje. Beleggers die niet op de hoogte waren van Aholds problemen bekochten dat maandag met een koersdaling van 60 procent. Mocht de AFM deze afweging maken en zou Ahold inderdaad bankroet zijn gegaan?

Eén professionele belegger meende van niet. Het Amsterdamse handelsbedrijf Accent Aigu claimt door „falend toezicht” 0,5 miljoen schade te hebben geleden en spande een rechtszaak aan. De belegger handelde precies in de dagen dat de AFM op de rem had kunnen trappen.

In deze rechtszaak voerde de AFM dezelfde verdediging als in de media. Met iets meer details. Bestuursvoorzitter Cees van der Hoeven belde op donderdag 20 februari om 9.15 uur – vier dagen voor het bekend worden van het schandaal – over de problemen. Maar: „Een eventueel faillissement van een zo groot beursfonds als Ahold, omdat een noodkrediet niet tijdig tot stand zou zijn gekomen, zou een ramp van ongekende proportie betekenen”, stelde de raadsman van de AFM in juli 2004. De rechter wees de vordering van de belegger af.

Maar de zaak was daar niet mee afgedaan, want de belegger tekende hoger beroep aan. Dat dient morgen. In de tussentijd is nieuwe informatie boven tafel gekomen. Van der Hoeven blijkt op de bewuste donderdag tweemaal met de, inmiddels overleden, toenmalige AFM-bestuurder Jacob Kaptein te hebben gebeld. Die gesprekken blijken niet te zijn opgenomen, maar onlangs dook een document op dat de inhoud van de gesprekken gedetailleerd beschrijft. Het document, in bezit van deze krant, is opgesteld door beursorganisatie Euronext nadat de AFM een paar maanden na de telefoontjes van Van der Hoeven aan de beurs had uitgelegd wat er was gebeurd in februari 2003.

In het eerste, belangrijkste, gesprek vat Van der Hoeven de problemen van Ahold samen. Hij zegt echter niets over een noodkrediet of andere financiële problemen. Kaptein vraagt daar zelf naar: wat zijn de consequenties voor de financiering van Ahold, wil hij weten. Van der Hoeven antwoordt, blijkt uit het verslag, dat de fraude bij de Amerikaanse dochter wel nare gevolgen heeft. Maar hij geeft aan „geen acuut probleem te zien, daar de banken een revolverende kredietfaciliteit hebben verstrekt”. De AFM mag dan constant hebben gezegd dat Ahold op omvallen stond, de onderneming keek daar zelf kennelijk anders tegenaan.

Ook de advocaat van de AFM blijkt „niet bekend” te zijn met het nu opgedoken document. Maar hij houdt vol – getuige het schriftelijke voortraject van het hoger beroep – dat de AFM de tijd niet rijp achtte om de buitenwereld te waarschuwen. De stelligheid waarmee het argument van een noodkrediet wordt geponeerd, is bij de raadsman van de AFM echter verdwenen.

Waar de AFM wel stellig in is – al in november 2004 – is dat de opmerkelijke koersbewegingen en handelsomzetten vlak vóór het bekend worden van de affaire steeds te verklaren zouden zijn door gebeurtenissen rond Ahold. De ene keer door een negatief analistenrapport, dan weer als gevolg van een dalende dollar.

Dat de AFM in 2004 al zo goed weet dat er geen opmerkelijke handel in Ahold plaatsvond, is minstens zo opmerkelijk. In het onderzoek naar voorkennis, dat de AFM tegelijkertijd doet, zal de toezichthouder nog 2,5 jaar nodig hebben om te concluderen dat er niet gehandeld is met voorkennis.

Inmiddels heeft de beurstoezichthouder veel meer bevoegdheden gekregen dan hij in 2003 had. Nu houdt de AFM ook toezicht op financiële verslaggeving en op accountants. Eigenlijk gaat de AFM in het boekhoudschandaal van Ahold alleen maar over eventuele handel met voorkennis. „We werken met één hand op de rug gebonden”, liet Docters van Leeuwen ooit weten. Maar van het enige overgebleven onderdeel waar de AFM bij Ahold wel over gaat, blijft onduidelijk wat het heeft opgeleverd. De belegger die schade claimt bij de AFM, heeft inmiddels geleerd dat ook dát onderdeel van het dossier niet zo veel voorstelt. De AFM verdedigt het niet-optreden bij Ahold met het feit dat de Autoriteit niet de eerste aangewezen toezichthouder was. Dat was Euronext. En het zou niet op AFM’ s weg hebben gelegen om Euronext, Ahold of beleggers te waarschuwen.