Gulzig met energie

Alle internationale inspanningen om de uitstoot van CO2 te beteugelen ten spijt, is het groeitempo de laatste zeven jaar versneld van één naar drie procent per jaar, zo blijkt uit een nieuw internationaal onderzoek dat is gepubliceerd door de Amerikaanse National Academy of Sciences. Daarvoor verantwoordelijk zijn hoofdzakelijk landen met een snelle economische groei, zoals India, Brazilië en – vooral – het zich stormachtig ontwikkelende China.

Toch is het gemakzuchtig om alleen met de vinger te wijzen naar landen als China en India als het gaat om de onverwacht sterke uitstoot van broeikasgassen. Nog steeds verslinden de Amerikanen negen keer en Europeanen vierenhalf keer zoveel energie die leidt tot uitstoot van broeikasgassen als de Chinezen. China moet nog heel wat nieuwe kolencentrales bouwen en auto’s en vliegtuigen in het verkeer brengen om gelijk te komen met de rijke geïndustrialiseerde landen.

Helaas is de Amerikaanse regering ongevoelig voor dit argument. President Bush wil alleen praten over beperking van broeikasuitstoot als China en India meedoen. Maar de Chinese en Indiase regeringen voelen er begrijpelijk niets voor om de huidige grote ongelijkheid in energiegebruik voor eeuwig te bevriezen. Alsof verre vliegvakanties en voor particulier personenvervoer bestemde trucks (SUV’s) een westers eerstgeboorterecht zijn.

Er zijn meer factoren die de uitstoot van CO2 versnellen. Ook de grote gevestigde economieën zijn de laatste jaren eerder meer dan minder van fossiele brandstoffen afhankelijk geworden, blijkt uit het nieuwe onderzoek. Economische groei is dus overal nog steeds in hoge mate afhankelijk van het gebruik van fossiele energie. Dat blijkt ook uit langetermijnscenario’s van Shell. Daar komt bij dat de wereldwijde olie- en gasvoorraden slinken, terwijl steenkool, dat zelfs bij milieuvriendelijke verbranding anderhalf keer zoveel CO2 produceert als olie, ruim voorradig is. Steenkool beleeft in veel landen, en vooral in China, een renaissance.

Westerse regeringen moeten deze ontnuchterende realiteit tot zich laten doordringen. Ook al doen zij bescheiden moeite de CO2-uitstoot terug te dringen, dan nog zal dat weinig effect hebben op het totaal, omdat de uitstoot door andere landen des te harder groeit. De wereld moet zich aan een veranderend klimaat aanpassen.

Dat betekent niet dat het recente plan van de Europese Unie om de uitstoot van de lidstaten per 2020 met 20 procent terug te dringen vergeefs zal zijn. Alleen al uit eigenbelang moet de EU op fossiele energie bezuinigen om niet te afhankelijk te worden van de weinige landen die over ruime voorraden beschikken. Bovendien heeft het zin om het goede voorbeeld te geven. Ook in China kan met nieuwe technologie goedkoop op energie worden bespaard. Amerika heeft samenwerking met China op dit terrein toegezegd. De Amerikaanse regering zou ook met de EU moeten meedoen aan energiebesparing. Als de rijke landen hun gulzigheid niet eerst opgeven, zullen de nog bescheiden consumerende landen zeker niet willen inleveren.