En weer bekent een renner dopinggebruik

Oók Erik Zabel heeft bekend epo te hebben gebruikt. Zoals zoveel wielrenners. Moeten we alle uitslagen maar vergeten?

Erik van der Walle

Erik Zabel brak toen hij over zijn zoon begon. Ook de kleine Zabel zit geregeld op de racefiets. „Maar ik wil niet dat mijn zoon in een vergelijkbare situatie komt als ik”, zei de toprenner met gesmoorde stem op een persconferentie in Bonn.

Een paar minuten eerder had de 36-jarige Zabel geëmotioneerd toegegeven zich in 1996 schuldig gemaakt te hebben aan epogebruik. Naar eigen zeggen heeft hij de bloeddoping slechts een week gebruikt. „Na een week ben ik ermee gestopt vanwege de bij-effecten. Ik kreeg een hogere lichaamstemperatuur en een lagere pols in rust. Daardoor werd ik onzeker. Ik kende de verhalen van gestorven renners. Word ik morgen nog wakker, vroeg ik me af.” Zabel betuigde spijt. „Ik heb jarenlang in alle interviews ontkend, ik heb gelogen. Mijn excuses daarvoor.”

De bekentenis van Zabel past in een reeks verklaringen vanuit de Duitse wielerploeg Telekom die eerder onderdak bood aan oud-Tourwinnaars Bjarne Riis en Jan Ullrich. Eerder deze week hadden oud-coureurs Udo Bölts, Bert Dietz en Christian Henn, tegenwoordig ploegleider bij de ploeg Gerolsteiner, het gebruik van epo toegegeven. Behalve Zabel – die al twee jaar bij een andere ploeg (Milram) rijdt – legde vanochtend ook Rolf Aldag in het hoofdkwartier van Telekom in Bonn verantwoording af. De oud-coureur is tegenwoordig teammanager bij T-Mobile, voorheen Telekom. „In 1995 ben ik voor de Tour begonnen met epo. Ik dacht, ik kan toch niet gepakt worden. Wat is het risico?”, zei Aldag die verklaarde in 1997 „een slecht geweten” te hebben gekregen. Ondanks zijn bekentenis blijft Aldag als manager aan het topteam verbonden.

Al voor de persconferentie werd bekend dat de teamartsen van T-Mobile, Andreas Schmid en Lothar Heinrich, ontslagen zijn door de universiteitskliniek van Freiburg, waar beiden werkten. Gisteren hadden ze toegegeven in de tweede helft van de jaren negentig het bloeddopingmiddel epo aan renners te hebben verstrekt.

De bekendmakingen in Bonn passen in de lange reeks schandalen die de wielerfan bijna dagelijks voorgeschoteld.

Wie heeft gisteren de elfde etappe in de Ronde van Italië gewonnen? Of de derde rit in de Ronde van Catalonië? De echte wielerliefhebber zal op zoek moeten gaan naar de antwoorden. Als die hem tenminste nog interesseren. Het dagelijkse wielernieuws bestaat vooral uit dopingaffaires. En veel minder uit de daadwerkelijke sportprestaties.

Vandaag stonden de dopingperikelen van T-Mobile centraal.

[Vervolg Doping: pagina 11]

‘Doping vermoordt de wielersport’

Tot gisteravond stonden de camera’s opgesteld in Malibu waar Floyd Landis zijn sportieve toekomst trachtte te redden. De Amerikaanse coureur mocht de afgelopen tien dagen in hoger beroep proberen een arbitragepanel ervan te overtuigen dat hij, als winnaar van de Tour, geen testosteron heeft ‘gepakt’. Als het panel, dat over zeven weken uitspraak doet, Landis niet gelooft, volgt een schorsing van twee jaar en wordt hem zijn Tourzege uit 2006 afgenomen.

En dan is er nog de zaak-Fuentes, de Spaanse dopingarts die meer dan vijftig coureurs van verrijkt bloed heeft voorzien. Ivan Basso, de Italiaanse winnaar van de Giro van 2006, gaf vorige maand toe klant te zijn geweest bij Fuentes. Van Ullrich, Tourwinnaar in 1997, zijn zakken bloed in het lab van Fuentes aangetroffen.

En ook wielerland België stond eerder dit jaar op zijn kop door een affaire. Volgens berichten in Het Laatste Nieuws zou wielerploeg Quickstep zich schuldig hebben gemaakt aan structureel dopinggebruik. Teammanager Patrick Lefevere, ook voorzitter van de verenigde ploegleiders, sloeg terug door bij de rechter een schadeclaim van 20 miljoen euro neer te leggen.

Natuurlijk, elke affaire is anders. Speelde in een andere tijd. Maar alle tasten de geloofwaardigheid van de wielersport aan. De gevolgen zijn zichtbaar. De publieke belangstelling bij grote wedstrijden is sinds vorig seizoen afgenomen. Vorige maand berekende een Duits bureau dat de publiciteitswaarde van het wielrennen in vergelijking met 2005 is gehalveerd. Zelfs in het wielergekke België.

Ook sponsors, die soms meer dan 10 miljoen euro betalen, vragen zich of ze niet moeten afhaken. Vanochtend werd duidelijk dat de Duitse wielerploeg Wiesenhof er na dit seizoen mee ophoudt. De geldschieter van de ploeg waar onder anderen de Nederlanders Bas Giling en Stefan van Dijk fietsen, voert als reden de „huidige ontwikkelingen in de professionele wielersport” aan.

Waar houdt het op?

Bij de Tourzeges van Riis (1996) en Ullrich (1997) – beiden deeluitmakend van Telekom – en die van Landis vorig jaar kunnen grote vraagtekens worden gezet. Maar hoe ver moet je gaan? Gisteren bevestigde Didi Thurau – in 1977 vijftien dagen in de gele trui – nog verboden middelen te hebben gebruikt. „We hebben vroeger toch allemaal dope gebruikt. Het is niet vijf voor twaalf, maar ver over twaalf”, zei de Duitser deze week.

Kunnen we, zo werd vanochtend in Bonn gevraagd, nu alle resultaten van T-Mobile, inclusief de Tourzeges van Riis en Ullrich, in de prullenbak gooien nu blijkt dat vals spel is gespeeld? „Als T-Mobile de enige was, dan zouden we alle resultaten inderdaad kunnen vergeten”, zei Aldag. „Maar zo is het niet. Het wielrennen heeft nog altijd een massief probleem. Controle op bloeddoping is er nog altijd niet. Dus dan kan je ook zeggen dat we alle resultaten moeten schrappen. En kan je je afvragen of we in 2008 als wielrennen nog naar de Spelen moeten”.

De dopingverhalen brengen Tourdirecteur Christian Prudhomme bijna tot wanhoop. „In tien jaar heeft het wielrennen meer tegen doping ondernomen dan alle andere sporten bij elkaar. Maar het heeft niet geholpen. Doping vermoordt de legendes. Het vermoordt wielrennen”, verklaarde hij gisteren in een interview. Prudhomme is niet de enige die nauwelijks nog hoop heeft. Een tip voor de coureurs heeft hij wel. „Stap naar voren en verdedig je onschuld.” Mooi gesproken, maar wie gelooft dat nog?