Burundi zegt tribunaal toe

Burundi is met de Verenigde Naties overeengekomen dat het een tribunaal gaat oprichten voor de berechting van oorlogsmisdadigers. Dat heeft Louise Arbour, Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, gisteren in de hoofdstad Bujumbura gezegd. Ook komt er een waarheids- en verzoeningscommissie.

In Burundi, ten zuiden van Rwanda, woedde van 1993 tot 2005 een burgeroorlog tussen de Hutu-meerderheid en de Tutsi-minderheid, die een overwicht had in de politiek en economie en in het leger. De oorlog heeft aan meer dan 300.000 mensen het leven gekost. Na verkiezingen in 2005 werd een overwegend uit Hutu’s bestaande regering aangesteld onder leiding van oud-rebellenleider Pierre Nkurunziza. Mensenrechtenorganisaties betichten die regering van willekeurige arrestaties, marteling en buitengerechtelijke executies van mensen die verdacht worden van steun aan rebellen. In juni 2005 vroeg de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties met een resolutie om de oprichting van een tribunaal.

„Ik denk dat dit een belangrijke stap is op weg naar vrede, gerechtigheid en verzoening in Burundi”, zei Arbour gisteren op een persconferentie. „Het land heeft een sterkere justitie nodig die bij de mensen het vertrouwen moet wekken dat straffeloosheid wordt uitgeroeid en dat zij zich tot hun instituties kunnen wenden voor bescherming en schadeloosstelling.”

De waarheidscommissie is een test voor president Nkurunziza, omdat die negatief kan uitpakken voor bondgenoten en hoge functionarissen.

Een commissie van drie leden van de regering, drie van de VN en drie van maatschappelijke organisaties moet nu onderzoeken hoe tribunaal en commissie moeten worden samengesteld, hoe zij gaan opereren (het mandaat van de aanklager is een belangrijk punt van discussie) en vooral hoe zij gaan samenwerken. In Sierra Leone, het enige andere land waar zowel een apart tribunaal als een waarheidscommissie zijn ingesteld, leert de praktijk dat personen met bloed aan hun handen niet altijd openheid van zaken geven tegenover de waarheidscommissie, uit angst aangeklaagd te worden bij het tribunaal.