12 keer cel voor moord Djindjic

Met de veroordeling van twee hoge Servische ex-paramilitairen en tien anderen voor de moord op premier Zoran Djindjic is gisteren na drieënhalf jaar een einde gekomen aan wat in Servië wel het proces van de eeuw wordt genoemd.

De hervormingsgezinde, pro-westerse Djindjic werd in maart 2003 doodgeschoten op de binnenplaats van het Servische regeringsgebouw in Belgrado. De voormalige commandant van de paramilitaire eenheid de Rode Baretten, Milorad Ulemek (alias Legija), kreeg gisteren de maximale celstraf van veertig jaar voor het beramen van de moord. Zijn plaatsvervanger Zvezdan Jovanovic kreeg dezelfde straf voor het overhalen van de trekker. Nog eens tien verdachten, voormalige lagere paramilitairen en leden van de zogeheten bende van Zemun, kregen celstraffen van 8 tot 35 jaar.

De rechter sprak van een „politieke moord, bedoeld om de staat te destabiliseren”. Volgens het vonnis beraamden de paramilitairen de moord uit angst gearresteerd te worden voor een reeks eerdere moorden en ontvoeringen. Djindjic voerde een felle campagne tegen de onderwereld, die was opgebloeid onder president Slobodan Miloševic. Djindjic werd opgevolgd door de conservatievere, nationalistische Vojislav Kostunica, die de uitspraak gisteren „van groot belang” noemde voor het functioneren van het rechtsstelsel.

President Tadic noemde het vonnis een voorwaarde voor de „Europese toekomst” van Servië. Aanhangers van Djindjic stellen dat het proces niet duidelijk heeft gemaakt wie opdracht gaf tot de moord. De aanklager gaat in beroep. Hij zei eerder te verwachten dat alle verdachten veertig jaar cel zouden krijgen. (VIP, Reuters, AP)