Zelfs de paus kent deze duizendpoot

Hij was staatssecretaris voor de LPF. Daarna onderzocht hij het jeugdbeleid in Nederland.

De dadendrang van Steven van Eijck is onbegrensd.

Rotterdam:14.5.7 Steven van Eijck © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Daar stond hij dan ineens voor de paus. De bisschop van Rotterdam had Steven van Eijck, voormalig jeugdcommissaris, gevraagd mee te gaan naar Rome. Het was begin dit jaar. Van Eijck mocht met zijn vrouw en drie dochters op de eerste rij plaatsnemen in een zaal met vele duizenden mensen. De paus, die in zijn toespraken al verschillende keren aandacht had gevraagd voor de rechten van het kind, kwam naar de Nederlandse jeugdexpert toe voor een praatje. Van Eijck zei tegen Benedictus XVI: „Zelfs in ons ontwikkelde land slaagt men er niet in het kind centraal te stellen.”

Velen kennen Van Eijck als voormalig staatssecretaris (LPF) en jeugdcommissaris. En als een overactieve duizendpoot. Maar dat hij zich ook inspant voor de Nederlandse bisschoppen, om de kloof tussen kerk en maatschappij te dichten, weten weinigen. Het past bij de man die door iedereen wordt getypeerd als „bruggenbouwer” met een indrukwekkend netwerk. Iemand die overal binnenkomt. Bij bewindslieden en topambtenaren, en zelfs bij de paus.

Momenteel is Van Eijck (48) voorzitter van de Landelijke Huisartsen Vereniging en adviseert hij informeel politiek en overheid over jeugdzaken, interdepartementale samenwerking en een efficiëntere overheid. Maar nog altijd staat hij het meest in de schijnwerpers dankzij Operatie Jong. Vanaf 2004 leidde Van Eijck die operatie, die eenheid moest brengen in de vele vormen van jeugdbeleid bij de ministeries van VWS, Onderwijs, Justitie, Sociale Zaken, Binnenlandse Zaken, VROM en Financiën. In drie jaar tijd bracht hij vier controversiële rapporten uit over hoe de toekomst van kinderen met problemen (mishandeling, schooluitval, criminaliteit) te verbeteren is, zodat dramatische incidenten als met Savanna en het Maasmeisje minder vaak voorkomen. In zijn adviezen stelde hij niet de betrokken instanties centraal, maar het kind. Hij pleitte voor een drastische vermindering van het aantal mensen en instanties dat zich met de jeugd bezighoudt en duidelijkere verantwoordelijkheden.

Zijn adviezen zijn ten dele overgenomen; het voorstel om de provincies hun zeggenschap over de jeugdzorg te ontnemen, stuitte op veel verzet. Wel werd op zijn advies voor het eerst een speciale minister voor Jeugd en Gezin benoemd: André Rouvoet .

Onlangs kwam Van Eijck echter al met kritiek: Rouvoet krijgt onvoldoende bevoegdheden van zijn collega-ministers, waardoor de versnippering van het jeugdbeleid alleen maar toeneemt in plaats van afneemt. En weer wordt het kind de dupe.

Dat grijpt hem aan omdat hij een man is die snel resultaten wil zien. Maar ook omdat hij zich goed in kinderen met problemen kan verplaatsen, zegt zijn jeugdvriend Frank Siddiqui. Hij was kamergenoot van Van Eijck op een internaat in Bosch en Duin. Daar moest de jonge Steven zijn pubertijd doorbrengen toen zijn moeder hem uit huis zette. Dat was na de scheiding van zijn vader, een Rotterdamse advocaat. Vanaf die tijd begon een wandeling langs pleeggezinnen en vier scholen.

Van Eijck had een moeilijke jeugd en gelooft ook dat hij „een buitengewoon lastig kind” was. Maar hij trapte wel lol op het internaat. „Hij is een cabaretier”, zegt Siddiqui.

Van Eijcks persoonlijke overeenkomst met de probleemkinderen is niet de reden waarom hij de functie van jeugdcommissaris kreeg. De benoeming had volgens Anke Vedder, zijn toenmalige rechterhand, te maken met de waardering die hij oogstte als staatssecretaris van Financiën namens de LPF. En met de manier waarop hij als een van de weinige Fortuynisten buiten de interne partijconflicten wist te blijven.

De loopbaan van Van Eijck had in 2002 een onverwachte wending genomen door zijn ontmoeting met Pim Fortuyn. Van Eijck was toen hoofddocent fiscale economie en financiële planning aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en werkte aan zijn proefschrift. Hij schreef ook een column voor het Algemeen Dagblad, waarin hij Fortuyn uitdaagde om zijn ideeën fiscaal te onderbouwen. Mat Herben, vertrouweling van Fortuyn, polste wat voor een type Van Eijck was.

Herben was direct van hem gecharmeerd. „Hij is een overrompelende persoonlijkheid. Heel druk, bijna een beetje ADHD-achtig, maar vreselijk enthousiast, alert, grappig en warm.” Het klikte ook meteen tussen Fortuyn en Van Eijck. Zo goed, dat Fortuyn zei: „Jij wordt mijn staatssecretaris van Financiën.”

Op 6 mei 2002 werd Pim Fortuyn vermoord, op 15 mei won zijn partij 26 zetels. Herben werd de nieuwe partijleider. Hij nam Van Eijck mee naar de formatietafel, als adviseur op financieel en fiscaal gebied. Herben: „Iedereen dacht: ach, die LPF, dat zijn maar beginners. Maar Steven heeft het Zalm (destijds fractieleider van de VVD, red.) buitengewoon lastig gemaakt.” Zalm ziet dat anders: „Ik mag hem, hij heeft humor en kan tegen een stootje. Maar zijn financiële ideeën klopten niet allemaal.”

Van Eijck werd nooit lid van de LPF. Ook niet toen hij staatssecretaris werd namens die partij. Hij weigerde in 2003 ook de nieuwe lijsttrekker te worden, omdat hij niet het gezicht van de LPF wilde zijn. Nog steeds is hij partijloos.

Zijn ongebondenheid geeft Van Eijck kracht, meent de Rotterdamse burgemeester Ivo Opstelten (VVD). „Hij opereert vanuit de inhoud en niet vanuit partijpolitieke overwegingen.”

Volgens Opstelten heeft het gemeentebestuur bijna alle voorstellen van de club van Van Eijck overgenomen. „Hij heeft grote sociale vaardigheden. Hij is wendbaar en flexibel. Hij kan zich in allerlei gezelschappen bewegen en weet snel de neuzen in één richting te krijgen”, zegt Opstelten. „Er zit zo’n kracht achter zijn ideeën, dat je soms denkt: nou is het wel even genoeg. ”

De meeste mensen die Van Eijck kennen zijn lovend over de man, maar niet altijd kritiekloos. Anke Vedder roemt de energie die hij op anderen overbrengt, waardoor zij het gevoel krijgen dat er echt iets te bereiken valt. Ze vertelt van conferenties waarbij in slaap gesukkelde luisteraars op het puntje van hun stoelen gaan zitten zodra ‘tornado’ Van Eijck de microfoon in handen krijgt. Het leidt vaak tot vragen over zijn hyperactiviteit: „Krijgt hij daar pillen tegen?” Vedder vertelt echter ook dat zijn tempo frictie oplevert. „Mensen vinden wel eens dat hij te snel gaat.” Die snelheid brengt het risico met zich mee dat Van Eijck de inhoud geen recht doet.

De partijloosheid van Van Eijck zorgt ervoor dat hij veel gevraagd wordt om advies. Maar zijn ongebondenheid vormt tegelijkertijd een belemmering om verder te komen in de politiek. In 2003 dacht Van Eijck dat hij van het kabinet de opdracht zou krijgen de overtollige regelgeving terug te dringen, zegt Mat Herben. „Balkenende is een vriend van hem.” De post ging uiteindelijk toch aan hem voorbij, volgens Herben omdat trouwe partijgangers de voorkeur kregen en er bij andere partijen weerstand tegen hem was. Herben: „De Operatie Jong heeft hij eigenlijk als troostprijs gekregen.”

Als hij terugkeert in de politiek, dan past het CDA nu het beste bij hem, meent Leo Stevens, bij wie Van Eijck promoveerde. Herben denkt dat Van Eijck bij het CDA weinig kans maakt om bewindsman te worden. „Steven heeft lang gedacht dat hij bij het CDA hetzelfde kon doen als bij de LPF: sympathiseren maar geen lid worden. Hij vervult het liefst de rol van neutrale vakman maar die belemmert zijn potentieel.”