Wereldbank moet zich opnieuw uitvinden

De gezagscrisis bij de Wereldbank dreigt uit te draaien op een financiële crisis. Het is niet ondenkbaar dat de VS minder doneren, betoogt Paul Hoebink.

De Wereldbank is de belangrijkste ontwikkelingsinstelling die er is. De bank beschikt over de meeste geldmiddelen, is leidinggevend op intellectueel terrein door veel eigen onderzoek en is een belangrijke coördinator van donoren en hulpontvangers. Daar doet de opkomst van China als donor of de oplevende particuliere kapitaalstromen richting ontwikkelingslanden nog steeds niets aan af.

Dat juist deze organisatie in een zware crisis zit, heeft grote betekenis voor de internationale ontwikkelingssamenwerking. Die crisis betreft de geloofwaardigheid, maar dreigt ook een financiële crisis te worden.

Directeuren van landenkantoren van de Wereldbank meldden de afgelopen weken dat, als ze in ontwikkelingslanden zaken als ‘goed bestuur’ en corruptie aanroerden, ze meewarig en cynisch werden aangekeken. Gesprekken met betrokkenen op een Wereldbankconferentie de afgelopen week in Slovenië leerden me niet veel anders.

De crisis rondom Paul Wolfowitz heeft de geloofwaardigheid van de Wereldbank ernstig aangetast. De verklaring van het bestuur van de Wereldbank bij het aftreden van Wolfowitz heeft daarbij niet geholpen.

Veel is in deze affaire nog onderbelicht gebleven. Wolfowitz heeft niet alleen de salarisverhoging van zijn vriendin Riza tot op de komma gedicteerd, maar ook de buitenproportionele jaarlijkse salarisverhogingen en de bevorderingen die nog zouden volgen. „Hem was geadviseerd om a. en b. te doen, maar besloot geheel zelf en ondanks het belangenconflict om daarna nog c., d. en e. te doen”, stelde Roberto Dañino, toentertijd vicepresident voor juridische zaken. Daarna heeft hij in verklaringen aan de pers de hoogste bankfunctionarissen, het ethisch comité en de Board medeplichtig willen maken aan deze regeling. Ten slotte heeft hij het conflict nog geprobeerd te politiseren, door te stellen dat het uiteindelijk allemaal om zijn rol in de Irakoorlog draaide. Wie dat allemaal op een rijtje zet kan niet geloven dat Wolfowitz ethisch en in goed vertrouwen handelde.

Daarenboven heeft nog geen Wereldbankpresident in de slechts twee jaar dat hij er zat, zoveel aanvaringen met de Board gehad. Dat betrof zijn anticorruptiestrategie, het speciaal ingestelde Irakfonds, en dat ging om de wijze waarop hij bestuurde, bouwend op een kleine groep van zelf aangestelde vertrouwelingen.

Het herstel van de geloofwaardigheid van de Wereldbank zal tijd vergen. Twee zaken zijn daarbij van betekenis. Zo zou het bestuur ook een aantal gelijksoortige zaken die parallel aan de zaak-Riza naar boven zijn gekomen, moeten onderzoeken. Dat betreft bijvoorbeeld de bevordering van de vrouw van Shengman Zhang, nummer twee van de Bank op het moment dat Wolfowitz aantrad.

Het tweede punt betreft de benoeming van de nieuwe president. Een organisatie die openheid en transparantie predikt en die onder ‘goed bestuur’ toch ook zal rekenen dat hoge functionarissen op grond van gebleken deskundigheid worden aangesteld, kan moeilijk de benoeming van zijn eigen hoogste man via de achterkamertjes regelen. Gevreesd moet worden dat dat wel gebeurt.

Dat zou allemaal kunnen leiden tot een tweede crisis, een financiële. Ontwikkelingslanden kunnen bij verschillende loketten lenen bij de Wereldbank. Voor de armste landen is er het ‘zachte leningenloket’, de International Development Association (IDA). De IDA ontvangt haar geld voor het grootste deel van de begrotingen van de westerse donorlanden. Deze besluiten om de drie jaar hoeveel geld ze in de pot van het IDA zullen storten. De onderhandelingen over deze vijftiende ‘replenishment’ voor de periode 2008-2011 zijn net in maart begonnen. Om het huidige niveau te behouden zou de Wereldbank ongeveer 25 miljard dollar in kas moeten krijgen. Dat vergt veel meer middelen van de donoren dan drie jaar geleden, omdat er ook nog een belangrijke schuldkwijtschelding is gedaan.

Dan zijn er drie mogelijke scenario’s.

President Bush en de zijnen, die tot het laatste moment Wolfowitz hebben verdedigd, zijn zo sacherijnig over de recente gebeurtenissen, dat zij de hand op de knip houden.

De VS schuiven een president naar voren die door de Europeanen niet gewenst wordt. Dat dat consequenties heeft voor de bijdragen aan IDA, heeft minister Koenders al aangegeven.

De VS en Europa vinden op korte termijn een geschikte kandidaat, in wie iedereen vertrouwen heeft, en er is ook overeenstemming over de richting waarin de Wereldbank de komende jaren zal moeten gaan.

Dit laatste scenario lijkt helaas het minst waarschijnlijk.

De zusterinstelling van de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds, is ondertussen na drie uiterst kritische evaluaties ook in een identiteitscrisis beland. De conclusie kan dan ook niet anders zijn, dat 63 jaar na Bretton Woods, beide uit de conferentie daar voortgekomen organisaties in crisis zijn en hun rol en plaats in de politieke en economische wereldorde van nu zullen moeten herdefiniëren.

Paul Hoebink is verbonden aan het Centre for International Development Issues Nijmegen van de Radboud Universiteit Nijmegen.