Voor film daalt Tarr af ‘naar de hel’

Makkelijk had Béla Tarr het met zijn The Man from London niet. Zijn producent pleegde zelfmoord en financiers lieten hem in de steek. Vandaag gaat de film toch in première, in Cannes.

Boedapest, 23 mei. - De crew heeft er negen zware draaidagen op Corsica opzitten als de Hongaarse regisseur Béla Tarr het nieuws via de telefoon hoort. In een kantoor in Parijs heeft Tarrs producent Humbert Balsan zich verhangen.

Het is dan februari 2005, en Tarr heeft nog maar drie maanden om zijn film The Man from London af te ronden. Hij wil in mei schitteren tijdens het filmfestival van Cannes met zijn verfilming van een roman van Georges Simenon.

In de Corsicaanse havenstad Bastia heeft Tarr een kostbare filmset laten bouwen. Zo zijn reclameborden en plezierjachten uit de oude haven verwijderd – alles om het Tarr, die een groezelig jaren vijftig decor wil, naar de zin te maken. Wel moet de filmmaker eind april zijn spullen weer pakken. Want dan begint het toeristenseizoen.

Maar het vechten tegen de deadline blijkt niet meer nodig. Met de zelfmoord van Balsan valt de productie stil. Daarna begint er voor Tarr een periode die hij later zal omschrijven als „een afdaling naar de hel”. Het bedrog en de vernedering, waarvan alle personages uit Tarrs donkere oeuvre het slachtoffer worden, overkomen nu de regisseur zelf. Tarr, de grootmeester van de rauwe close ups, staat oog in oog met zijn eigen verpletterende werkelijkheid.

Vandaag gaat The Man from London na twee jaar vertraging alsnog in wereldpremière tijdens het filmfestival van Cannes. Daar was Tarr voor het laatst, in 2000, aanwezig met zijn alom bejubelde Werckmeister harmóniák.

De verwachtingen zijn hoog gespannen. Tilda Swinton en Miroslav Krobot spelen de hoofdrollen; de schrijver László Krasznahorkai, Tarrs vaste kompaan, bewerkte Simenons roman tot script. Maar verder is The Man from London omgeven door raadsels. Aan de vooravond van Cannes duldt Tarr, gebogen over de eindmontage, geen enkele pottekijker, zegt art director László Rajk. „Zelfs ik heb geen idee van de afloop van de film. Dat is typisch Tarr: hij staat tot het laatst open voor onverwachte wendingen.”

Rajk, zoon van een beroemd Hongaarse echtpaar dat slachtoffer werd van de naoorlogse communistische showprocessen, is geïntrigeerd door de thematiek in de meeste van Tarrs films. „Alles draait om schuld en boete”, zegt Rajk. De hoofdpersoon in de film, een wisselwachter die naast zijn treinstation aan de kust woont, is ’s nachts getuige van een moord en ziet hoe een koffer met geld in zee wordt gegooid. Hij vist de koffer op – en het geld verandert zijn leven compleet. Rajk: „Vanaf die dag leeft hij in strijd met zijn geweten.”

Tarr is beroemd door de lange shots waarbij de regisseur zich slechts laat beperken door de techniek: het einde van een filmrol met een maximale lengte van zo’n tien minuten. Rajk meent dat Tarr „een volledig nieuwe filmtaal” heeft uitgevonden, die hij ook gebruikt in The Man from London. Ook heeft hij weer gekozen voor zwart-wit waarin, aldus Rajk „de waarheid beter uitkomt”.

Hoe vooruitstrevend Tarrs werk is, blijkt uit zijn debuutfilm Családi Tüzfészek (Familienest, 1977), een sociaal-realistisch drama over het uitzichtloze leven van een jong gezin dat een krappe flat in communistische hoogbouw moet delen met zeven andere familieleden. Invloeden van John Cassavetes en Andrej Tarkovski zijn dan al duidelijk zichtbaar. Maar wat de film zo verbluffend authentiek maakt, is het spel met de acteurs, waarvan je je door de film heen blijft afvragen of het wel acteurs zijn. Sublieme reality soap avant-la-lèttre, gedraaid in communistisch Hongarije.

„Tarrs radicale aanpak is een uitdaging voor filmliefhebbers die onder invloed van het Hollywoodgeweld meer en meer vervreemd raken van de Europese cinema”, schrijft de Hongaarse Tarr-kenner en publicist András Bálint Kovács. Volgens hem is Tarr uit op een shock-therapie, om zo „de verweesde bioscoopganger weer terug te voeren naar de ware filmkunst”.

Daarvoor moet alles en iedereen wijken. Natuurlijk zijn er mensen die Tarr vrezen, zegt Rajk. „Een grote kunstenaar boezemt nu eenmaal angst in.” Niet voor niets waren er na de zelfmoord van producent Balsan meteen geruchten: had Tarr hem wellicht tot wanhoop gedreven? Feit is dat Balsan zijn productiemaatschappij met een miljoenenschuld achter liet, waardoor ook The Man from London in handen viel van ruziënde advocaten en accountants.

De afgelopen twee jaar voerde Tarr zijn persoonlijke strijd. Financiers lieten hem in de steek. Maar hij vocht terug, en een jaar na het debacle pakten Tarr en zijn crew in Bastia de draad weer op. „We hebben de vissers, die wisten wat er weer over hen heen zou komen, wel moeten lijmen”, weet art director Rajk. „We waren weer voor een paar maanden de baas in hún haven. Corsicanen zijn niet gemakkelijk. Ik heb iedere dag na het werk hetzelfde visserscafé bezocht, dan breek je het ijs.”